Zondag 15 HC 110414
Inl:
Ons leerboek spreekt van een "woordeke”; een klein woord met een grote en diepe inhoud. Wat verstaat u daaronder? Misschien vult u het woord in vanuit uw eigen ervaring; deze kan vol bitterheid en verdriet zijn. Of een ander denkt aan de nood van de wereld, alles tesamen dat onze voorstelling te boven gaat. Op die manier zijn we vaak bezig met het lijden.
Hier echter het lijden van Christus. Verstaat u daar iets van, verstaat u Zijn lijden onder dit woord? Dat biedt toch de sleutel tot het beleven van de theodicee, het vraagstuk van lijden en leed.
HET LIJDEN VAN CHRISTUS brengt:
verlossing, vrijspraak en zegen.
I verlossing
Dit woord treffen we aan in het antwoord.
Het antwoord is veelomvattend. Een woordje, zo maar snel gezegd. Maar wat een inhoud. Een zieke weet dat, een vluchteling beleeft het, een zondaar gelooft het.
Dat Christus..... Het gaat dus over het lijden, speciaal van Christus. Daar moeten alle lijders ook echt heen. Hier ligt de enige uitweg in het lijden.
Hij leed naar lichaam en ziel. De Roomse kerk legt nadruk op het lichamelijke lijden. Dat is ook metterdaad groots van omvang geweest. Wat onderscheidt echter de Heere van de martelaars? Dat is dat Hij ook geestelijk moest lijden, naar de ziel, onder de toorn Gods.
Een mens kan innerlijk een lijdensweg gaan.
Onze tijd weet van veel innerlijke conflicten; er is veel onzichtbaar leed. Mensen worden buitengesloten, bedreigd, beroofd, vermoord, of ook verguisd.
Dat kan in het huwelijk, op de werkvloer, het gebeurt in de kerk. Christus zweette bloed. Dat moet onzegbaar genoemd worden. O, wat kan een gewoon mens het al benauwd hebben. Maar nu de zondeloze Mens! Gethsemane tekent ons deze immense strijd, welke Hij alleen moest strijden.
Er komt opnieuw een tweeslag: zijn leven lang en vooral aan het einde van Zijn leven.
Er zijn theologen geweest die het lijden beperkt hebben tot de drie uur aan het kruis. Vaak omdat zij de dadelijke gehoorzaamheid van Christus ontkenden.
Hij leed echter duidelijk Zijn leven lang. Als kind in jouw klas, hoe zou Hij het dan gehad hebben, kinderen? Als Hij is je straat zou wonen? Als Hij lid van de gemeente zou zijn? Trouwens, dat was Hij en hoe liep dat toen?
Hij heeft levenslang de zonde verdragen. Het ongeloof wierp Hem uit, de laster omringde Hem, ontrouw stelde Hem teleur. Levenslang omringd door de duivelse legioenen. Kerk en wereld hebben Hem telkens weer uitgeworpen, van Bethlehem tot Jeruzalem.
En dan het einde van Zijn leven.
Gethsemane, Gabbatha, Golgotha. Daar loopt Zijn beker over. Van God en mensen geheel verlaten. Bezwijkend onder het kruis en aan het kruis. Spot en smaad, hoon en haat.
Daar hebben wij nu ook gestaan. Daar stond heel de mensheid tegen Hem over.
Geen zon, geen licht, geen vriend, geen God, geen ontfermen, geen deelgenoot. Hoe kon het zo ver komen?
Hij droeg een zware last.
Hij droeg de toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht. Deze zin kan verkeerd verstaan worden. Er lijkt gezegd te willen zijn dat de Heere voor alle mensen is gestorven; het hele mensdom is schijnbaar van deze toorn bevrijd. Dat is niet bedoeld (zie antw. 20, 54, 65), maar de uitdrukking is niet geheel helder. Maar zegt Gods Woord dit ook niet? Denk aan 1 Tim. 2:4,6, waar Zijn werk genoemd wordt een rantsoen voor allen. Daar staat echter niet dat Hij gestorven is voor alle mensen, die dan zelf moeten uitmaken of zij gered willen worden.
De opstellers hebben zich de toorn Gods als een eenheid voorgesteld. Het aantal is niet bepalend, zonde is zonde en roept om de volle toorn van God.
De prediking van het kruis komt tot het gehele menselijke geslacht. Dus ook tot u. Een geweldig omvangrijke uitspraak. De Heere wil ook uw zaligheid. Dat bewijst het kruis.
Deze toorn van God in een zuivere, maar ook een ondraaglijke toorn.
Zonder deze diepgaande toorn was er geen diepgaande verlossing. Hoe tegenstrijdig ook: dat hier deze toorn wordt genoemd, verrijkt de verlossing.
Niemand kan hier tegenwerpen dat het in zijn leven erger is met het besef van Gods toorn. Niemand wil dat beweren. Laat u dan overtuigen door deze ruimsprekende woorden.
Hierin toont de Heere ons nu het enige zoenoffer.
Het kan ook maar het enige offer zijn. Wat zou te midden van deze onzegbare dreigingen van toorn en doem uw inbreng nu kunnen zijn? Kan er iets naast dit kruis gesteld worden?
En toch is dat nu maar de worsteling en tegelijk de grote vraag!
Want we denken toch steeds weer dat er iets bij moet. Laat dit veel zijn, maar deugen al mijn webben net tot kleding en bedekking? Bedenk toch: het enige zoenoffer. Dat verlost van alle zelfgemaakte gronden. Zeker, er moeten bij u vruchten zijn en u moet een heilige zijn en u moet de wet volbrengen, maar dat alles slechts in en door Hem.
Laat uw onvruchtbaarheid u heen drijven tot Hem!
Nu wel wonderlijk, dat de Catechismus hier het wensende woordje "opdat” gebruikt. Dit woord geeft een doel aan. Het is er niet, maar het is wel de bedoeling.
Je zou denken: het ligt zo ruim in dat hele menselijke geslacht, nu kan het niet meer mis gaan. Nee, zegt ons leerboek, denk zo niet. Het is een opdat, het is er nog niet. Dit moet voor het eerst of opnieuw bewerkt worden door het geloof. Wij zijn (!) onderworpen aan de verdoemenis, maar er is een uitweg, een "opdat”. Niet zodat, want dan leest u het verkeerd.
Opdat!
Van alle zware en ernstige bewoordingen, waar u misschien moeite mee hebt, is verlossing mogelijk. Hoe gebeurt dat? Door het kruiswerk op Golgotha; ook en daarna door Zijn Geest Die dit alles verklaart aan het hart. Dat verklaren is ook mede het werk van de verhoogde Christus. Dus zo ligt alles in Hem. Alle roem is uitgesloten!
Hij verwierf ook Gods genade, gerechtigheid en hete eeuwige leven.
Hier Zijn gaven. Is de vrijspraak en de verlossing niet genoeg? Ja, maar deze verlossing bestaat ook in de mededeling van Zijn dadelijke gehoorzaamheid. Hiervoor nu moest Christus ook tijdens Zijn aardse leven elke seconde de zaligheid verwerven.
Verwerven roept om toepassen. Het onderstreept het "opdat”. Blijft het nu toch niet op afstand bij u vandaan? Zeker, ik kan het u niet in handen geven, ik mag het u niet aanpraten. Dit opdat roept om afhankelijkheid. Ook om een gegarandeerde verwerving en verlossing. Wel rust, maar geen rustbank. U zult uw leven lang een bedelaar blijven. U moet altijd weer bij deze Jezus terecht komen.
Het doel is groots: opdat het ganse menselijke geslacht verlost worde ..... De weg vanuit de verdoemenis naar de hemel is een smal pad, naar Jezus' uitspraak. Maar Hij getuigt het: Wie tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen.
II vrijspraak
Vraag 38 handelt over het lijden van Christus onder de aardse rechter, Pilatus. Dit in tegenstelling tot het oordeel van de kerk, in de persoon van de Hogepriester. De aardse rechter handelt ook namens de hoogste Rechter, God.
Het behoort tot de ordeningen van het leven dat er rechters zijn. We moeten echter zeggen dat dit aardse recht instabiel en onbestendig is; helaas vaak ook onbetrouwbaar. Maar dat zou het niet mogen zijn. Lees hierover maar eens wat de psalmen zeggen (58 en 82). Gods Kerk heeft doorgaans geen beste ervaringen met de rechtspraak. De wereldling heeft er ook niet altijd vertrouwen in, zo blijkt vaak. Nee, ook het aardse recht biedt geen garanties. Daarom zingt de dichter: Maar ach, hier is het recht geweken, men heeft noch kennis, noch geweten!
Hoe heeft ook de Heere hieronder geleden. Onschuldig veroordeeld onder de rechter Pontius Pilatus. Wel een uniek proces, zoals het bijna nooit gevoerd wordt. Het was een tweeslachtige uitspraak, waarin de rechter zichzelf tegensprak.
Pilatus heeft meerdere pogingen gedaan om de Heere vrij te spreken. Deze rechter hield er wel een moraal op na. Denk niet te slecht over hem. Hij deed iets wat wij vaak nalaten; hij nam het in het openbaar op voor Jezus. Hij had echt een eigen mening, hij tartte de Joden. Pilatus wist Jezus onschuldig; opmerkelijk dat ook zijn vrouw dat wist door openbaring. Ook een bewijs dat we hier te maken hebben met een zekere integriteit.
Jezus moest onschuldig verklaard worden, want Hij was het metterdaad.
Maar het ligt dieper.
Alleen een onschuldige kan de schuld van een ander dragen. Het Lam Gods moest volkomen beantwoorden aan de eisen van God. Zulk een Hogepriester betaamt ons, hebben wij nodig. Hij is volkomen in staat plaatsvervangend de schuld van een ander te dragen.
Maar, hoe ontzettend, desondanks gaf hij toe aan de bloeddorstige Joden, ter kruisiging. Hier faalt het aardse recht. U moet het daar nooit echt van verwachten. Hier durft de onheilige mensheid in Pilatus de heilige Zoon van God te oordelen. Welk een gruwelijk proces, namens mij en namens u.
En toch, ondanks al deze overwegingen en ondanks alle aanmatiging, is Pilatus toch handhaver van het Goddelijk recht. Juist hier en hier vooral.
God spreekt Zijn oordeel uit. In menselijk opzicht geheel onrechtvaardig, van God uit bezien volkomen rechtvaardig. Christus, namens zondaars daar staande, is schuldig in hun plaats.
Christus lijdt rechtvaardig en rechtens onder Gods oordeel.
Wat betekent dit?
Onze positie wordt hier gesteld in de Goddelijke vierschaar. U bent verdachte, beschuldigde vanuit het hoogste gericht. Dat is juridisch te duiden. Dat is niet de mening van de buurt, maar dat zegt het Goddelijk gericht over u. Daar zit een vonnis aan vast, daar zit een veroordeling aan vast.
Een beklemmende sfeer. Is het zo erg? In Gods Woord wordt de Heere Rechter genoemd. Hij roept op: Laat ons samen rechten! Dat gericht vindt haar hoogste kracht in het komend oordeel over de levenden en de doden.
Zo leert een zondaar buigen onder Gods recht; hij gaat onder dat vonnis ook verloren. Dat predikt ons het Evangelie van Pilatus.
Gods volk leert dat dit oordeel rechtvaardig is, denk aan David in psalm 51. Het is een gezegende ervaring, als we dat door het geloof beleven. Het slaat diep in, maar het geeft rust in de overgave.
Dat gericht, hoe dreigend ook, maakt Christus heerlijk als Borg en Zaligmaker. Hij is het gericht. Het is door de hoogste Rechter bepaald dat Gods Kerk in Hem niet schuldig wordt verklaard. Het is geen zaak van geruchten, het is een gerichtswoord, een uitspraak, een vrijspraak op rechtsoverwegingen. Hoe vast ligt hier het heil in Christus. Deze uitspraak verhoogt de zekerheid.
Er blijft nu geen aanklacht, geen beschuldiging meer over. God heeft Zijn Kerk naar recht niet schuldig gekeurd. Leef niet bij geruchten of bij eigen oordelen, lever u gerust uit aan deze Rechter.
III zegen
Deze zegen ligt in de opheffing van de vloek over de zonde. Waar geen vloek is, daar is zegen. Tenminste wel hier in dit verband.
Na de zondeval werd de slang en ook de aarde vervloekt; dat bleek in doornen en distels. God heeft in Genesis 3 niet zozeer de vloek over de mens uitgesproken.
Niet over de mens, over u en mij? Onze Catechismus meent van wel. Dat staat op een andere plaats: Vervloekt is ieder die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet (zie Gal. 3:13;). Paulus noemt dit de vloek der wet.
Waarin bestaat deze vloek? U denkt aan armoede en ontbering, aan leed en leegte waaronder wij te lijden hebben. Vloek kan ook in rijkdom en weelde bestaan, zelfs wel kan vloek samengaan met geluk en voorspoed. We hebben het dan over geluk zonder God; de meeste ellende wordt in deze dagen geleden door de vip-generatie, met hun landhuizen en jaguars, met hun muziek en hun vrienden. Daar slaat de wanhoop toe.
Maar hier staat dat de vloek op ons, op mij en u ligt. Ook kerkmensen zijn onder de vloek. Het gif doortrekt ons voedsel, ons lichaam, onze ziel. Zoals de akker van de aarde dorens en distels voortbrengt, zo is de akker van ons hart volk onkruid en misgewas; een onvruchtbare bodem!
Deze vloek is als een bacterie die alles vernietigt, zo klein, maar ook zo dodelijk. We merken elke dag de gevolgen, maar we willen er toch niet aan.
Het kruis spreekt van de vloek op de zonde. Het kruis van de Heere Jezus, je hebt het geleerd op de catechisatie, spreekt van smart, van smaad en van vloek. Het kruislijden was buitengewoon smartelijk en dat raakt vooral het lichaam. Het is ook een smadelijke dood, want de Romeinen gebruikten deze straf slechts voor slaven. De vloek werd uitgesproken door God Zelf betreffende iemand die aan het hout hing (Deut. 21:23).
En dit alles trof de Zoon van God, de rechtvaardige Mens. Hoe diep trof Hem de vernedering. Daarom uitgestoten uit de tempel, dragend de vloek der zonde. Smart en smaad doen mensen elkaar aan, ze deden het de Heere Jezus aan. Maar een vloek kan God alleen uitspreken. Dat gaat vele malen dieper. Door God verworpen. Vrijwillig de hemel verlatend, werd Hij door de Vader uit- en buitengesloten. Het alom bekende kruis is wel een vreselijk teken van duisternis en hopeloosheid. Ja, dat was het voor Hem. Voor de Kerk is het een teken van zegen en verlossing. Die verlossing heeft heel wat gekost.
Hoe ervaren mensen een vloek? Onbewust in tegenslagen, bewust met een geestelijk verstaan in gevoelens van hopeloosheid en wanhoop. Stel dat u zou voelen dat er een vloek op een familie ligt of op uw leven..... Hoe voelt dat? Het is een alles verlammend besef, een zuchten onder de doem. Zo wordt het leven door velen ervaren. Als zinloos, als hopeloos en nutteloos. Zo leven veel mensen van deze tijd. Hoe tragisch en smartelijk. Er lijkt geen middel. Hier echter is de enige uitkomst. Christus onder de vloek en dat wilde Hij lijden voor mensen onder de vloek, voor u en mij. Lijden onder een vloek is angstig. Het helpt toch allemaal niets. Juist dan blijft dit heerlijke middel over. Een gevloekte zondaar hoort u zeggen: Daardoor ben ik zeker, dat Hij mijn vervloeking op Zich genomen heeft. Dus uw vloek is uitgewerkt in het kruislijden van Jezus. Dat kunt u niet geloven? Begin toch op Hem te zien. Bedenken we het wel: het is of zegen, of vloek. U leeft onder een van beiden. Ervaart u, kind van God, werkelijk uw zegen, bent u een gezegend mens? Dat kan alleen hier geleerd worden. Ervaart u die zegen, ja bent u er zeker van? Ach, hier ontbreekt nog zoveel aan. Maar u weet toch waar het van komen moet en kan.
Hier staan de grootste contrasten tegenover elkaar. De Man van smarten aan het lkruis stelt ons allen voor de keus: Kies dan het Leven in en door Hem!