DE KERK: DREIGING EN REDDING                                                 2004

De Kerk lijkt in een geweldige crisis te verkeren. Wat is er met de Kerk des Heeren aan de hand?
Een vluchtige blik rondom rechtvaardigt deze vraag.
De Hervormde Kerk is in grote nood. De vaderlandse kerk, waarmee we ons toch sterk verwant gevoelen, gaat verdwijnen. Verwijten van afscheiding en ontrouw klinken over en weer tussen broeders, die altijd naast elkaar stonden. Men dreigt elkaar uit het oog te verliezen. Wat zal het SoW-gebeuren uiteindelijk opleveren? Voor onze broeders in de Hervormde kerk betekent dit alles een ernstig gewetensconflict. Wat te doen? Gevoelen wij deze nood voldoende?
In de Vrijgemaakte kerken komt men tot een nieuwe vrijmaking. Deze kerken zijn in enkele tientallen van jaren sterk veranderd. Men vindt er alle schakeringen. Van modern tot bevindelijk.. Het verlies lijkt groter dan de winst. Er heerst grote verwarring. Ik las van een vrijgemaakt predikant, die het volgende schreef: ‘Mijn preken zijn toch echt anders geworden, sinds ik Christus heb ontmoet. Met die ontdekking is een belangrijke wissel in mijn denken omgegaan. Vrijgemaakten is vaak verweten dat ze de vraag: "Sta ik recht voor God?”, het aspect van de toeëigening van het heil, in de prediking veronachtzamen. Volgens mij is dat verwijt terecht. 
Als het gaat om de oproep van Paulus: "Laat u met God verzoenen”, stelt de vrijgemaakte prediking generaliserend gesproken: "Ui bent al met God verzoend, u moet alleen nog heiliger gaan leven!”
De vraag: "Hoor Ik er wel bij?”, heeft een plaats binnen het raamwerk van de heiligmaking, terwijl die aan de orde moet komen in het kader van de rechtvaardiging. Een paar Jaar geleden sloot Ik mijn preken af in de sfeer van "het komt allemaal wel goed, want God is genadig.” Tegenwoordig lopen mijn preken meestal uit op een appel tot overgave aan Christus.’
Zo’n geluid verheugt ons; maar er is ook een massa andere symptomen te zien.
In de Gereformeerde Gemeenten, die op ons vooral een massief sterke indruk maken, brengt het herdenkingsjaar 2003 niet veel goeds. Oude tegenstellingen lijken op te laaien. Op het punt van de belofteprediking gaan de wegen uiteen. De Saambinder schreef over het verwijt van een "stappenplan”, als heilsweg tot God. De gedachte van standen in de prediking staat zwaar onder druk. Waarom dit? Zijn er geen standen en verschillende legeringen?  Dat wel, maar men vreest systematisering, en daarvoor hoede men zich. We leven hartelijk mee met deze kerken, waarmee we sterke verwantschap voelen.
Onze eigen kerken? Ook wij nemen dezelfde bressen waar. Plaatselijke omstandigheden variëren van kanselruil met de NGK, de GKV en de NHK (excuus voor de afkortingen). Mondigheid lijkt in vele van onze gemeenten toe te slaan, zodat de prediking in gevaar komt en onder vuur ligt. Heeft de Heere niet een twist met ons?
Wat is er met de kerk aan de hand?
In de dagen van Ezechiël was er ook grote kerkelijke nood. Het oordeel komt, en dan lezen we de beklemmende woorden:..”en begint van Mijn heiligdom” (Ezech.9:6m)

Ezechiël beleefde de wegvoering naar Babel. Deze wegvoering werd voorafgegaan door geestelijke rampspoed.
Het gebeurde in de tempel, de heerlijkste plaats van het land.
De profeet ziet in een gezicht dat de heerlijkheid des Heeren de tempel gaat verlaten. Deze heerlijkheid, dat is de Heere Zelf, verwijdert Zich plechtig van boven de ark en vertrekt naar de dorpel.
Dat is een vreselijk gezicht: de Heere verlaat de tempel.
Daarna volgt er nog meer ellende.
Er komen, op Gods afroep, zes mannen, alle voorzien van een dodelijk wapen. Een knots of een bijl. Dit zestal geeft gevolg aan een Goddelijk bevel om jong en oud dodelijk te treffen, zonder enige verschoning. Zo trekken zij de stad in. Nadrukkelijk zegt de Heere: "Begint van Mijn heiligdom!”
Vlak bij het altaar vinden zij oude mannen en deze worden het eerst getroffen. Oude mannen, die de afgoden dienen, in de schaduw van het altaar. Waarom deden zij dat dààr? Och, de zonde dekt zich altijd met een vroom kleed; zonde in de kerk, dat lijkt minder erg.
Deze ouden gaven de jeugd geen goed voorbeeld. Ze lieten een leeg testament na. En daarom vallen ook de jongeren onder de slagen dood neer. 
Hoe vreselijk! De tempel is vanouds een schuilplaats, een oord van toevlucht, en zie, thans heerst er de dood. De verslagenen vallen bij hopen in de tempel. De tempel wordt erdoor ontwijd. De tempel een begraafplaats!
Zonde in de tempel? Is dat minder erg? Integendeel, het is juist te ernstiger. Daarom begint dáár het oordeel! We zien het ook in deze tijd. De kerk wordt ontwijd, getroffen door het oordeel. 
Is er geen uitkomst? Staan we machteloos tegen de aanstormende dreiging?
Zeker, wel vanuit onszelf.
Maar er is tòch redding. Bepaalde mensen worden uitgezonderd van de rest. Zij mogen blijven leven. Op hun voorhoofd vertoont zich een duidelijk teken. Dat is niet het teken van de doop, maar het is het teken, hen gegeven door een Man, met linnen bekleed.
Het is de Priester, het is Christus. Hij verleent bepaalde mensen het teken van Zijn bloed. Een kruisteken zelfs. Deze mensen worden gered. Het zestal mag hen geen schade aanbrengen. Er is redding in Christus. Wie Hem kent, mag gerust zijn. Aan uw zijden zullen er tienduizend vallen; tot u zal het niet genaken.
Tòch redding in de tempel, niet door de tempel op zich, niet door eigen vroomheid, maar alleen door het bloed van Christus. U hebt Hem nodig. U mag Hem zoeken als de enige Toevlucht. Hij gaat rond in de kerk, onder het Woord.
Hiermee is vrijwel alles gezegd. En toch de vraag: wie worden er door Hem afgezonderd van de massa?
Zijn het de uitverkorenen? Of zijn zij het die roemen en juichen in hun verlossing? Hier staat dat zij het zijn, die zuchten. Zìj worden door de Heere Jezus gezocht. Niet de sterken en de machtigen en de vromen, maar de machtelozen.
Iemand die zucht, weet geen enkele weg meer. Er is reden tot zuchten, ook nu. Waarom? Omdat u geen zekerheid hebt, omdat u twijfelt? Dat kan ermee samenhangen. Maar hier gaat het dieper: ze zuchten en roepen uit vanwege de gruwelen, die in Jeruzalem gedaan worden. Ze zuchten vanwege de verlating van de Heere, ze zuchten omdat Zijn Woord terrein verliest en omdat de wereld oprukt, omdat de afgoden in de kerk worden gediend. Ze zijn bewogen met de zaak van de Heere. Conferenties en synoden kunnen hen geen troost bieden en gemeente-opbouw en groeigroepen zijn hen in deze dagen te hoog gegrepen. Ze beseffen dat de breuk dieper ligt.
Ook in deze dreigende eeuw is er redding, ook nu nog; de Man met linnen bekleed is er nog en gaat nog rond. Hij behoort bij die zuchtenden. En zij behoren bij Hem, want Hij getuigde: "Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden”
Niemand zuchtte zoals Hij over het verval van Jeruzalem. Daarom kent Hij ze. Kent Hij ook u zo, in uw nood en verdriet?
Deze mensen zijn geroepen tot de bruiloft des Lams. Zij zullen vertroost worden. In het heilgdom, uit en door Christus!
De zes komen achter die Ene, "achter Hem” (vers 5). Dat betekent: Christus komt eerst met Zijn evangelie, daarna komt eens het oordeel. Houd die volgorde vast! Dat zal niet de dood ons treffen, maar het leven ons gegeven worden, tot in eeuwigheid.
          

EEN MISTIGE DISCUSSIE        2005

Er zij licht, zo sprak de Heere eenmaal toen Hij de wereld schiep.
Niemand zal ooit zover komen in de uitleg van dit woord, dat hij meent dat het toen duister werd. Er is veel te duidelijk sprake van licht dat toen doorbrak. Men zou de tekst tegen zichzelf in en tegen de klaarblijkelijke bedoeling in volkomen verkeerd uitleggen.

Toch vrees ik dat deze omgekeerde orde- uitleg meermalen voorkomt. De tekst bedoelt iets te zeggen en die bedoeling lijkt ieder aannemelijk en klaarblijkelijk, maar in de uitleg, in de hermeneutiek komt er dan toch iets heel anders te voorschijn.
Dat verschijnsel merken we nu ook weer op in het boek van dr. B. Loonstra over homosexualiteit. De teksten op zichzelf geven een niet mis te verstane bedoeling weer, maar ziedaar, in de uitleg wordt dat ineens anders en wordt een tegengestelde bedoeling zichtbaar. Licht lijkt duisternis te bedoelen.
Hoe kan dat nu, vraagt de argeloze lezer van het boek? Er staat toch duidelijk iets anders? Welnu, het proces van de klaarblijkelijkheid naar de onbegrijpelijkheid verloopt dan via drie woorden: scopus- gezichtveld- reikwijdte. Hoe dat dan precies gaat, maakt Loonstra "duidelijk” met een tamelijk duister en moeilijk verhaal. Het valt ook niet mee om de zaken 180 graden te laten draaien.

We moeten allemaal oppassen dat we die vorm van Bijbeluitleg niet toepassen. Het zal mij en u eveneens op bepaalde punten dreigen te overkomen, dat we net datgene wat ons pijnlijk treft en waarmee we niet uit de voeten kunnen, ombuigen en aanpassen aan onze eigen gevestigde overtuiging. Maar dan zullen we toch in oprechtheid open moeten staan voor elke correctie, die tot ons komt.
Inderdaad, deze vorm van uitleg in tegengestelde richting hebben we al vaker gehoord. Bijvoorbeeld ook als het gaat om de plaats van de vrouw. Er staan bij Paulus klaarblijkelijke uitspraken, maar denk er toch om, lezer en kerkganger, Paulus bedoelt juist niet wat u denkt. Hij bedoelt juist de plaats van de vrouw gelijk te stellen met de man, al zegt hij dan dat de man eerst gemaakt is en daarna Eva. Zij mag spreken, al zegt hij dat zij zwijgen moet. Weer een omgekeerde orde-uitleg.
Nog een voorbeeld uit vorige tijden, toen die zaak nog volop aandacht trok. We kennen allen de teksten die spreken over het hoofddeksel van de vrouw en over het dragen door de vrouw van mannenkleren. Ook deze teksten hadden volgens de meeste uitleggers een andere scopus en een andere reikwijdte. Ds. Sonnevelt geeft momenteel in de Saambinder op goede gronden aan, dat we ook op deze punten voorzichtig moeten zijn met deze vorm van interpretatie.
We zouden wat wantrouwend moeten worden van al dergelijke vormen van schriftverklaring. Welke motieven geven hier de doorslag? In breder kring is het schering en inslag om zo de Bijbel aan het woord te lat en komen, ook over nòg belangrijker onderwerpen. Bijvoorbeeld: de Bijbel spreekt klaarblijkelijk en overtuigend over het verzoenend en plaatsbekledende lijden van Christus, maar ook dat en zelfs dat valt dan buiten de orde. Een gevaarlijk spoor dus.

Maar, zal iemand mij tegenwerpen, u doet dat zelf ook vast wel en dat heb ik dan zelf al toegegeven. Er staat namelijk: Zweert ganselijk niet en u preekt toch ook over het godzalig eedzweren zoals de Catechismus dat noemt. Zeker, maar dan is er een verschil. Omdat de Bijbel op andere plaatsen ruimte en plaats geeft aan de eed. Maar ten aanzien van homofilie vindt u geen enkele tekst in de Bijbel die enig ander licht werpt over deze zaak dan die we vinden in de bekende teksten, die door Loonstra worden aangehaald. Dat is het verschil.

Ik ga verder niet uitvoerig in op het boek van Loonstra; br. Kieviet zal dat in dit nummer al voor ons doen. Ik wil echter de ernst van deze kwestie onderstrepen met enkele opmerkingen die ter waarschuwing door mij zijn bedoeld.
Een andere opmerking die ik wil maken over dit punt, heeft te maken met onzuivere elementen die hier en daar in de discussie naar voren komen.
In een ingezonden stuk in het RD werd Ds. den Butter verweten dat hij emotioneel gesproken heeft. Hij kan voor zichzelf wel spreken, dus ik behoef hem niet te verdedigen. Maar ik denk aan deze aanduiding in combinatie met andere kwalificaties, die we dan tegenkomen in andere commentaren. Ik lees dan dat hier bedoeld zijn integere homofielen en ook dat dr. Loonstra heel integer omgaat met deze categorie mensen.
Een tegenstander van de zaak wordt emotionaliteit verweten; voorstanders worden meermalen gesierd met het etiket "integer”. Begrijp mij goed: ik wil absoluut niet twijfelen aan de integriteit van mensen, ook niet van deze groep mensen. IK geloof zeker dat dat in menselijk licht bezien, zo kan zijn. Ik begrijp ook enigszins, wat men met deze aanduiding in dit verband bedoelt. Men wil aangeven dat we hier niet spreken over mensen die  zo maar tot hun levenswijze komen. Dat begrijp ik en ik wil er zeker mee rekenen.
Hierr vind ik dan gelegenheid om te erkennen dat we als kerk in pastoraal opzicht al spoedig zouden kunnen voorbijgaan aan de persoonlijke strijd van homofielen in de gemeente. Velen die dit aangaat, zijn met deze zaken in de grootst mogelijke verlegenheid gebracht. Het bracht hen in een persoonlijke crisi van ongekende omvang. We moeten volkomen openstaan voor hun noden en vragen en we mogen nimmer voorbijgaan aan hun geestelijke worstelingen. Onze kerken hebben in die zin ook gesproken tijdens de GS van 1986.
Maar, zijn deze beide aanduidingen (emotioneel en integer) in het spreken over deze dingen terzake? Vertroebelen ze de helderheid en de transparantie van deze discussie niet? Je leest niet zo snel dat tegenstanders integer genoemd worden in hun mening en opvatting; nee, dan valt de aanduiding: emotioneel.
Er is in onze tijd veel begrip voor emoties, maar als het deze zaak betreft, worden emoties gewantrouwd. Was Johannes de Doper ook emotioneel toen hij zijn tegenstanders aansprak? Was de Heere Jezus emotioneel toen Hij met toorn de mensen aanzag? We willen toch niet vlak, emotieloos spreken over hoogst aangrijpende zaken?
En integer? Waarom nu juist in verband met dèze in Bijbels licht aan te merken zonde gesproken van integriteit? Trouwens, we moeten niet te snel spreken over innemendheid en integriteit, ook niet van wie dan ook. Het riekt naar een al te humanistische invalshoek, hetgeen de schrijver overigens zeker niet zal bedoelen. We kunnen beter voorzichtiger blijven en instemmen met het woord dat we onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd zijn tot alle kwaad.

Tenslotte: wie de homo-discussie in de maatschappij heeft gevolgd en meegemaakt, weet dat homofilie wordt aangepraat door velen en dat het zelfs ook soms tot een prae, tot een voordeel gaat worden. Als bijvoorbeeld in wervingsadvertenties voor de politie homofielen voorkeur genieten, enz. enz. Zulke ontwikkelingen zijn een baken in zee. De kerk zal dat in de toekomst toch ook niet gaan doen? Moest dat ons niet manen tot voorzichtigheid en tot een zuiver bewaren van het Woord van God?
Dat Woord veroordeelt ons allen, wie we ook zijn. Het wijst ons allen de schuld aan en we komen daardoor allen verdoemelijk voor God te staan. In het houden van dat Woord is grote loon. Wie zou hier de afdwalingen verstaan? Dat kan alleen de Heilige Geest doen. Moge het ons allen gegeven zijn om het van die Geest te verwachten. De Heere Jezus zegt tot ons allen, nadat Hij reddend en verlossend gesproken heeft: Ga heen en zondig niet meer. Hij zegt dat tegen een man die 38 jaar ziek is geweest. Hij zegt het ook tegen de vrouw die op heterdaad was betrapt.
Laten wij die vrouw niet veroordelen, maar laten wij zoeken naar de genade van de Heere, Die haar redde van het oordeel en Dier haar tevens bracht tot een werkelijk ànder leven. Dat is ook voor ons allen dringend nodig.

 


VASTHEID         2007      

Jozua richtte in de Jordaan een monument op ter gedachtenis aan de doortocht van Israel door de rivier. De rivier stroomde rusteloos voort, maar temidden van dat stromende water stond een vast en onwankelbaar getuigenis in de twaalf stenen die Jozua oprichtte. Zo bestaat er temidden van alles, dat stroomt, een vaste en onwankelbare zekerheid. Het vaste fundament Gods staat.

Wat staat

Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. In Hem ligt de constante factor. De tekst vat heel de tijd samen in de driedeling: gisteren, heden, morgen. Maar juist dat laatste staat er niet. In plaats van "morgen” spreekt de tekst van de eeuwigheid. Dat is opmerkelijk en onderwijzend. De dimensie van de eeuwigheid wordt helder aangegeven. De natuurlijke mens spreekt graag over "morgen” (Jak.4:13), maar Gods Woord corrigeert ons en spreekt over de eeuwigheid. Gedenk te sterven. Wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus.
Nu leven wij in deze moderne tijden. Het is al het jaar 2008. Wij allen vragen naar de betekenis van het christelijk geloof voor het heden, voor 2008, voor de 21e eeuw. Met oude antwoorden kunnen we niet meer toe, zo horen we vaak zeggen. Toch zegt de tekst: Wie Hij gisteren, dus in het verleden was, Diegene is Hij ook nu nog. Zijn geboorte is nog steeds een feit. Zijn woorden klinken nog door, het kruis verheft zich nog als een toevlucht in noden. Het heeft grote consequenties om te zeggen dat Christus Jezus de Onveranderlijke is. Hij is nog Dezelfde in Zijn liefde en trouw, Hij handhaaft al Zijn woorden en beloften. Dat evangelie verandert niet, ook al hebben velen het telkens weer anders ingevuld en verklaard. De Heere Jezus zou ook nu nog weer de kruisweg opgaan. De noodzaak daarvan is niet verdwenen. Genade en recht zijn de vaste constanten.
Jezus Christus Dezelfde. Maar dan kan ik van Hem uit nog veel meer vastigheden noemen. Zijn Woord behoudt nog steeds haar kracht. De Bijbel moet ook blijven staan in de Jordaan, in de tijdstroom. Wie daaraan tornt, verandert het beeld van Christus. Hij predikt dan een andere Christus. Wie de wet aanpast aan de gewijzigde tijden, komt in strijd met het woord van Christus, dat geen tittel of iota der wet vallen kan. Vanuit de vastheid van Christus kunt u heel veel zaken noemen, die dus ook zichzelf gelijk blijven. Rondom Hem vindt u nog steeds dezelfde mensen, zoals tollenaars en zondaars, verlorenen en belasten. Zijn volgelingen moeten nog steeds het leven willen verliezen om het te behouden. Zij zullen nog steeds van allen gehaat worden en een sekte heten die overal tegengesproken wordt. Nog steeds maant ons Zijn Woord om de valse Christussen te onderscheiden. De weg der bekering ligt nog in dezelfde richting als gisteren, als ten tijde van de Heere Jezus. Deze lijnen zijn niet voor vroeger, maar ze zijn hoogst actueel.
Dus wat verandert er nu eigenlijk? Zeker, om ons heen verschiet alles voortdurend van kleur. De techniek transformeert alles. Uiterlijke vormen wijzigen zich voortdurend. De mensheid verandert. Maar is het een evolutie ten goede? Deze leer zegt dat de aap mens werd. Dat lijkt een enorme vooruitgang. Maar zien we deze vooruitgang ook nu nog? Of zien we integendeel meer dat de mens zich verlaagt tot een dierlijk niveau? Normen en waarden worden aangepast. Wat vandaag goed is, is morgen uit de gratie. Denk aan een woord als "liefde”. Wat betekent het in onze moderne tijd voor de mens van nu? Het is vervallen en vermolmd voor velen. Liefde is gedegradeerd. Wat stelt het gezin voor in deze dagen? Mode en trends geven de wisselingen aan. In de kerk is ook steeds meer aan verval onderhevig. Acht u het niet een voorrecht, dat er vaste waarden en normen bestaan, dat de Heere Dezelfde is? Alleen daarom zijn wij nog niet verteerd. Het bloed van Christus glanst nog, de vrede met God bestaat, de reinheid van de vreze des Heeren houdt haar kracht.
Hoe kan het dan zijn dat kerkmensen zo veranderen? Waar komt de mens uit? Kuitert begon met het geloof dat God alles geschapen heeft. Nu gelooft hij dat de mens zijn god geschapen heeft. Bavinck zegt ergens: een deïst is iemand die in zijn korte leven niet de tijd gehad heeft om atheïst te worden. Kuitert en velen met hem hebben die tijd wel gehad en ze hebben die tijd negatief benut. Waar zouden wij, u en ik, terechtkomen, als de onveranderlijke God ons niet vast hield? We zouden alles verliezen, we zouden niets overhouden, we zouden de ellendigste van alle mensen worden. Waar komt de stroom van ons leven uit? Bij de Heere is liefde nog steeds van een hoogwaardige kwaliteit, Zijn mond spreekt nog steeds: Komt herwaarts tot Mij. Jezus Christus Dezelfde….

Wat vergaat

Hert woord uit Hebreën 13 staat inderdaad als een monument in de stroom van de tijd. Er lopen vier lijnen door dit gedeelte, waarin al die wisselingen verwoord worden. Ik wil ze met u nader bezien. De meest ingrijpende verandering ligt in vers 14: "Want wij hebben hier geen blijvende stad….” De toekomende wenkt en wordt gezocht. Deze noodwendige verandering grijpt ons allen aan. Geen blijvende stad. We reizen naar de eeuwigheid. De jaarwisseling heeft het ons weer voorgehouden. De stad van Kaïn is verdwenen. Onze stad wordt een puinhoop. Maar daar is een stad die fundamenten heeft. Verstaan wij die boodschap, lezer? Is de huur hier beneden u al opgezegd? De stad van beneden, met zijn vermaak en cultuur, met de kerk en de disco. Eenmaal vergaat ons Sodom. Maar evenzeer ons Jeruzalem. Hoe zal die uittocht, die verhuizing plaat vinden? Wacht u de toekomende stad, of rest u slechts de vlakte des velds, buitengeworpen uit de feestzaal? De ernst doet zeggen: wij zoeken de toekomende. Gelukkig de mens, die zo met christen (Bunyan) de poort is gewezen en die het kruis mocht aanschouwen. Dat wil de Heere ons heden nog voorhouden en de poorten van die stad staan nog open. Zoek daardoor in te gaan. 
Maar er loopt een tweede lijn, die spreekt van wisselende tonelen. "Gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben en volgt hun geloof na…..” (vers 7). De geestelijke leidslieden vielen onder vervolging en verdrukking. De gemeente moet in die lijn blijven, zoals deze leiders het hen voorgehouden hebben. Voor de gemeente was het uiterst moeilijk om aan deze veranderingen het hoofd te bieden. Er viel veel weg. Ons jongere geslacht kan het zo ook aanvoelen. Ouders en opvoeders, voorgangers en ambtsdragers blijven niet altijd. De jeugd moet haar weg tastend vinden in de maalstroom van de tijd. We behoeven niet te pleiten voor ouderverering, maar de lijn moet wel voortgezet worden, de fakkel moet wel blijven branden. Zouden de voorgangers van lang geleden vandaag nog in uw gemeente kunnen preken? Is er aansluiting en continuïteit? Is de Cock nog actueel en is 1892 nog verstaanbaar?
Een derde lijn: "Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leringen; want het is goed dat het hart gesterkt worde door genade, niet door spijzen” (vers 9).
Op dit terrein manifesteren zich de aanpassingen heel duidelijk. De leer wijzigt zich en ondergaat aanpassingen. De leer stroomt en is in beweging. De daaruit voortvloeiende prediking verkleurt en vermagert. Het Godsbeeld en het Jezusbeeld is verminkt en deels geamputeerd. Het is heel gewoon dat geredeneerd wordt vanuit de eigen menselijke behoeften. We kijken er bijna niet meer van op, als gemeenten en leden hun tijd vullen met beuzelarijen. Het hart moet gesterkt worden door genade, zo staat hier. We kunnen van onze kerkelijke discussies niet leven. Maar helaas, ze hebben het bij menigeen gewonnen van de rechte blik op de geloofsleer. Kerkenraadtafels liggen bedolven onder stukken en nota’s, die over alles gaan en die soms nergens meer over gaan. We worden weliswaar niet meer bezig gehouden met spijzen, zoals toen, maar zaken als zingen en bundels en vertalingen en formulieren zijn in de grond niet veel beter. Het leidt af van de genade, die u zo nodig hebt. In de meeste gemeenten wordt geklaagd over een gebrek aan geestelijke gesprekken op vergaderingen en tijdens bijeenkomsten. Maar de kerkelijke discussie zwelt aan en stuwt op tot ongekende hoogten. Wordt niet omgevoerd, of: afgeleid, terzijde afgeleid door allerlei vreemde leringen. En daar moeten wij toch wel waakzaam in zijn. Wie zet zaken als samenwonen en homofilie op de agenda van de kerk? Zou de Heere dat doen? Wordt genade beleefd, dan zullen we ook met deze dingen anders omgaan dan thans. Dan zullen bestreden broeders of zusters daaronder ook niet te lijden hebben, ook niet als mensen zuchten onder hun schuld. Dan begrijpen we dat zelf ook wel en staan we naast ieder. Maar dan zal toch de leer zuiver blijven, dan zullen we toch de wil des Heeren beter verstaan. Hebben we het over die vijf minuten "te lang” als de kerk uitgaat, of gaf de Heere u leven aan uw ziel onder de prediking? In de gemeente waar ik gedoopt ben (Utrecht-C), stond na de dienst in die dagen de Wittevrouwensingel lang na de dienst nog zwart van de mensen, die behoefte gevoelden om na te spreken over de kern van de preek. Maar onze tijd stelt toch andere vragen? Zeker stelt onze tijd veel vragen en vaak weten we het niet precies. Maar heus, die vragen zouden beantwoord kunnen worden vanuit een nabij leven met de Heere. Genade! Daar liggen de oplossingen, in Christus, Die Dezelfde is als toen en destijds. Maar zijn wij nog dezelfden, of zijn wìj, u en ik, veranderd? Een onveranderde Christus en een veranderde kerk, dat kan niet samengaan. Daar is geen belofte voor ook. Er zijn gemeenten waar de preek op een goudschaaltje gewogen wordt, tot op de gram en de splinter nauwkeurig. En het ijkend gewicht is feitelijk en eigenlijk het moderne levensgevoel. Maar het kan ook anders. We kunnen ook kittelachtig zijn geworden, als we de dille en de komijn afpassen, als beleving zus en ervaring zo de maat en het gewicht gaan bepalen. De leringen zijn vreemd en verscheiden, ze zijn talrijk in aantal. Zoek de genade van Christus!
Een vierde lijn: "Dat de broederlijke liefde blijve’’ (vers 1). De apostel was er kennelijk bang voor dat die te lijden zou krijgen onder de vele wijzigingen. Deze liefde bloeit op in samenhang met de genade. Deze broederlijke liefde is een groot goed. Ze vloeit voort vanuit Christus. Als genade verdwijnt, verschraalt de gemeenschap der heiligen in de gemeente. Is er liefde onder de Avondmaalgangers? Hebben we de ander hoog? Gaan we in broederlijke liefde eerlijk met elkaar om, ook in het elkaar aanspreken op onjuistheden en zonden? Is er een broederband onder de dienaren des Woords of sluipt concurrentiezucht binnen? Het betreft èchte liefde, de liefde van broeders! Maar als we geen broeders zijn, wordt de liefde gemist. Deze liefde moet voortkomen uit de liefde van God. Deze liefde was er geweest, maar de apostel vraagt dat ze zal blijven. Hij zag daarin een bepaald verval. In plaats van warmte kwam er verkilling. Deze liefde is iets anders dan een formele band tijdens een dagje classis; deze liefde is er ook niet omdat we allemaal dezelfde kerkelijke naam hebben. Broeders! Om Christus wil.
Deze vier vermaningen geven niet alleen aan dat er op die terreinen verval was. Ze willen op opwekken dit alles vast te houden. Dan vervuilt de stroom onderweg niet, maar dan is het een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal. Moge ons gebed zich daarop richten. Wij hebben het niet. Wij staan in de tijd. De Heere heeft beloofd: de poorten der hel zullen Mijn gemeente niet overweldigen.

           

 

Hermeneutiek          2008

Ik sprak onlangs iemand, die een begrafenis had bijgewoond. Zelf absoluut geen voorstander van de vrouw in het ambt, zei hij: de dominee was een vrouw. Maar wat ze zei was goed Bijbels. Ze zag er ook correct uit: zwarte schoenen, zwarte kousen, een zwart hoedje op, maar… het was een vrouw.
Daaraan moet ik denken, nu ik dit artikel ga schrijven. Het zal gaan over modern Bijbelgebruik.

Ik kwam op verschillende momenten in aanraking met het verschijnsel van eigentijds Bijbelgebruik. De laatste keer betrof het een artikel op de opiniepagina van het RD, geschreven door drs. P.J. Vergunst. Hij schreef over een niet achterhaalde discussie, over de vrouw in het ambt. Het had hem gestoord dat meerdere scribenten op kerkelijk erf druk hadden uitgeoefend op tegenstanders van de vrouw in het ambt (zoals ik hen gemakshalve even aanduid) om hun standpunt te herzien. Als argument werd aangevoerd dat de argumenten contra niet meer betekenisvol zijn voor onze tijd. Niet zozeer wat Gods Woord over deze materie zegt, is bepalend, maar van groter en doorslaggevend belang is de vraag hoe de mens van nu daarover denkt. Gods Woord wordt daaraan dan, zo meende hij, ondergeschikt gemaakt.
Hij merkt dan op: "We moeten niet simpel doen over de vertaalslag van Gods Woord naar onze tijd. Dat neemt niet weg dat Schriftgegevens uit 1 Corinthe 14 en 1 Timotheüs 2 niet zo gemasseerd moeten worden tot we ze in hun tegendeel kunnen uitleggen en vragen: „Wat is letterlijk?” Ik constateer dat in de cultuur waarin we leven tegenstanders van de vrouw in het ambt heel zorgvuldig omgaan met de interpretatie van Bijbelse gegevens.
  Hebben we van doen met een achterhaalde discussie? Nee! Kunnen we gezien onze missionaire opdracht en de minderheid die christenen zijn ons dit debat niet meer veroorloven? Ja, toch wel. Juist nu komt het eropaan gehoorzaam aan het Woord van God te blijven: starten bij de Bijbeltekst en van daaruit de vertaalslag naar de praktijk in de kerk maken – en niet andersom. Zo hebben gereformeerde christenen de Bijbel altijd gelezen. De Bijbel is de doorslaggevende instantie die het in de kerk uiteindelijk mag zeggen”.
Vergunst wijst hier op een verschijnsel, dat we in veel discussies over heikele punten in deze tijd aantreffen. Daarom wil ik graag naar hem luisteren en zijn opmerkingen ter harte nemen.
U kunt vaak de uitroep horen dat iets niet meer van deze tijd is. Welnu, die benadering is typerend voor onze dagen.
Vooral rond een tweetal discussies komen we dat tegen, ook in onze eigen kerkelijke kring. Het ging hierboven om de vrouw in het ambt Hoewel Gods Woord duidelijk is, zien velen kans het tegendeel van wat er staat, eruit te halen. Hetzelfde zien we gebeuren rond de kwestie van de homofilie. Al zegt de Bijbel dat het een gruwel is, u moet dat toch absoluut zo niet opvatten. Hoe kan men zo omgaan met de Heiige Schrift, die toch immers niet van eigen uitlegging is? Men zal op die vraag vaak antwoorden: wat in onze tijd speelt, is heel wat anders dan waarover Paulus het in zijn dagen had. De situatie was anders. Of men gaat er stilzwijgend van uit, dat Gods Woord zich mee ontwikkelt met de gang der eeuwen. De kerk moet inspelen op de behoeften van de moderne mens. Wat maatschappelijk niet meer kan, moet ook in de kerk geen plaats krijgen. Het komt erop neer dat de kerk in alles, in vormzaken en in wezenlijke en inhoudelijke thema’s  moet meegaan met de trends van de tijd. Het is niet moeilijk om voorbeelden te geven van diverse christelijke organisaties die deze aanpassing met succes hebben toegepast.

In het blad De Waarheidsvriend noemde Prof. Dr. G. van den Brink de Gereformeerde hermeneutiek (d.i. wijze van Bijbeluitleg) de best mogelijke. Die opmerking heeft alles te maken met de zaken waarover Vergunst sprak. Kernpunt voor deze Gereformeerde hermeneutiek is dat alleen de Schrift de norm bepaalt. Daaraan moet alles gemeten worden. De drie sola’s zijn in dit verband van de grootste betekenis. Eerlijk luisteren naar Gods Woord. Dat is zeker niet eenvoudig en we zullen al te makkelijk geneigd zijn onze eigen visie in te dragen in de tekst. Er verscheen onlangs een boek dat nader ingaat op deze problematiek. Leer en lezen (van de Bijbel)  moeten in een onderling goede verhouding staan. Ik weet niet hoe in dit boek de materie aangevat wordt; het is misschien een onderwerp, dat later nog eens aan de orde kan komen.
Van den Brink noemt ook andere vormen van Bijbeluitleg. Er zijn er zeker wel meer te noemen. Feitelijk hebt u ze al geleerd op de catechisatie. Er zijn mensen die  ervan uitgaan dat de Bijbel een kern heeft; deze kern alleen is voor ons echt belangrijk, de rest is bijzaak. Een dergelijke manier van omgaan met de Bijbel schiet wel op als we ons willen ontdoen van allerlei lastige Bijbelse regels. Er zijn er verder die uitgaan van de Bathiaanse gedachte dat de Bijbel echt bij wijze van blikseminslag Gods Woord moet wòrden. Wat zodoende voor de een geldt, behoeft voor de ander nog niet zo te zijn. Of men onderscheidt twee zijden aan de Schrift, een menselijke en een Goddelijke kant. Zoals dat het geval is met de twee naturen van Christus. Het is verleidelijk om van sommige moeilijke teksten te zeggen dat deze behoren tot de menselijke inkleding. Ze zijn niet met Goddelijke gezag bekleed. Zo schept ieder zijn eigen Bijbel en scheuren we voor het gemak allerlei bladzijden uit Gods Woord. Zo werkt dat onder moderne christenen en zodoende kunnen zij eigentijds met de Bijbel omgaan.

Maar hoe doen wij dat, u en ik? Met de mond belijden wij de onfeilbaarheid van de Bijbel, maar tegelijk zullen ook wij moeten erkennen dat we soms heel vrij en eigenmachtig omgaan met Gods Woord. In mijn persoonlijke Bijbelgebruik stuit ik meermalen op teksten en lijnen, waarvan ik eigenlijk moet vaststellen dat ze nauwelijks functioneren in mijn denken en beleven. Misschien vergaat het u ook zo. Ik merk in mijn preekarbeid dat het weinigen overtuigt, als ik erop wijs dat hier het Woord van God aan het woord is en dat wij dit daarom moeten aanvaarden. Het draagt er zelden toe bij dat mensen leren buigen voor de Schrift. We hebben onze eigen denktrant en onze eigen mening en die staat eigenlijk boven het Woord van God.
Ik zoek naar enkele voorbeelden. Het is een Bijbels gegeven dat geestelijke en kerkelijke verdeeldheid uit den boze is. Maar er wordt daardoor echt geen steen uit de kerkmuren weggehakt. Alles blijft zoals het is. Gods Woord verbiedt me om in twist en tweedracht te leven met mijn naaste, maar dat staat er dan blijkbaar voor heel veel christenen niet. Een levend geloof in Christus is een noodzakelijke voorwaarde voor een getroost leven en een zalig sterven. Maar we denken misschien dat dit geldt voor Gods volk, maar niet voor ons. We leven de jaren door met een open schuld en we weten dat we zo niet voor God kunnen verschijnen. Buigt u dan voor Gods Woord, als dit van geldt? Met de stukken kan worden aangetoond dat een ontdekkende preek, waarin zonde en schuld grondig wordt voorgesteld, naar Gods wil is; maar wie wordt daardoor overtuigd? U acht het veel meer bepalend voor u of u daarvan houdt of niet en of het u al dan niet uitkomt. Welnu, we hebben het er niet op begrepen en daarom houden we het maar bij onze ingeroeste mening. Zo lijkt ieder, ook onder ons, zijn eigen Bijbel te hebben. Ik heb het dus wel over een groot probleem, en wat Vergunst hierboven opmerkte, is wel een veelvoorkomende zaak.
We zijn het ons misschien nauwelijks echt bewust. Natuurlijk is het niet echt uw bedoeling om de Bijbel naar uw hand te zetten. Integendeel, u verzet zich ertegen, maar u hebt misschien het gevoel dat u niet anders kunt. U komt er niet uit. Op de ene plaats staat de zus en een paar bladzijden verder staat het juist zo heel anders.
Er mag geen tittel of jota van de wet vallen, maar u leest toch ook dat Paulus zegt: Eet alles wat in het vleeshuis gebracht wordt, d.w.z., maak er geen gewetenszaak van (1 Cor.10:25). We moeten de wereld verlaten, maar we kunnen toch ook niet uit de wereld gaan? We moeten onze zaligheid werken met vrees en beven, maar er staat toch ook dat we ons verblijden zullen te allen tijd? Jeruzalem heeft twaalf poorten, maar hoe zegt dan de Heere Jezus: Strijdt om in te gaan door de enge poort (Luk.13:24)? En soms komt het een ons goed uit, en soms ook het andere? ’s Zondags hebben we een heel dikke Bijbel, die we helemaal aanvaarden, maar ’s maandags is er heel veel uitgevallen en hebben we een kleine Bijbel? Zo handelen we dan gemakshalve. Maar het kan ook zijn dat we worstelen in alle ernst met het verstaan van Gods Woord. Er kunnen teksten staan die ons aanvliegen en die ons alle moed benemen. Dan lijkt alles een hopeloze zaak. Dan kan het wel voor anderen, maar niet voor u en voor jou. Want, al hebben dan veel christenen slechts een Bijbel met beloften, u stuit meermalen op bedreigingen en op veroordelende plaatsen. U vindt uzelf misschien terug in die rijke jongeling en u merkt dat de Farizeeër in uw hart springlevend is. U merkt ook dat uw natuur, uw vlees zo eindeloos sterk is, terwijl Gods Woord u zegt uw leden die op de aarde zijn te doden. En dat lukt u niet.
Vroeger hebt u misschien gedacht dat alle moeiten aan de hand van Christus te overwinnen waren en dat alles mogelijk was voor hen die Hem bidden, maar de ervaring heeft u helaas geleerd dat het toch niet allemaal zo vlot gaat. Toen u belijdenis deed, leefde een sterke verwachting dat u niet beschaamd uit zou komen, maar u wist toen niet dat de praktijk zo ontmoedigend zou zijn. En dan kan het zijn dat we toch een vraagteken zetten achter allerlei teksten, die ons te hoog en te wonderbaar zijn. U gelooft soms eerder veroordelende plaatsen dan dat u de hand durft te leggen op de beloften.
En hoe gaan wìj in dat geval dan met Gods Woord om? Hoe dik is dan ònze Bijbel? En die van een dominee, die steeds maar over teksten preekt, die hem goed uitkomen?
Eigelijk moet u erkennen dat ook u niet kunt leven met de gedachte dat alleen Gods Woord ons mag en kan leiden. Maar daarom hebben we ook de Heilige Geest en Zijn bijstand nodig. Zonder Zijn leiding kan immers de gehele Bijbel ons geen nut doen. Het ontbreekt ons zo vaak aan een levende verwachting van Zijn genade. Geloof, geoefend juist in tegenspoed en strijd, in aanvechting en benauwdheid, zulk een geloof kan uitkomst bieden. Wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Ik hoop en blijf hopen, in al mijn klachten, op Zijn onfeilbaar Woord. Hij is en blijft getrouw. In Christus zijn alle straffen gedragen en vanuit Hem blijft er slechts de belofte over. Daar kunt u het mee doen.

 

 

 

ATHENE            2009

Van Augustinus wordt verteld dat hij ooit gezegd heeft vooral getuige te willen zijn geweest van drie dingen. Eén daarvan was de prediking van Paulus op de Areopagus te Athene. Op die plaats stond de apostel Paulus tegenover de wetenschap van die dagen. Daar openbaarde zich de eenvoud en de dwaasheid van het kruis voor het forum van heel Athene, van heel de wereld. Wat kunnen wij daarvan nu nog leren?

Paulus’ prediking te Athene werd door anderen en ook door mij in het RD in verband gebracht met een gedachtenwisseling over het begrip contextualisering. Dit woord betekent dat het Woord van God moet worden geplaatst in de context van de tijd. Voor ons is dat de context van het postmodernisme. Verschillenden hebben daarvoor een pleidooi gehouden. We moeten dat doen terwille van de jeugd. De huidige generatie begrijpt niet meer hoe onze vaderen leefden uit het Woord van God. De zaken liggen nu zo anders dat we moeten proberen de Gereformeerde religie op een postmoderne manier te hertalen. Ik heb hierbij een aantal vragen, die te maken hebben met onze verhouding tot de tijd waarin wij leven.
De eerste is: Hebben anderen dat voor ons ook niet steeds weer gedaan en getracht, namelijk de boodschap duidelijk te maken voor het geslacht van heden? Lees Psalm 71 er maar op na. Men deed dat in de Bijbelse tijd (Paulus), men deed dat in de dagen van de Reformatie, men deed dat in de dagen daarna tot nu toe. We hebben toen nooit gehoord van de moeiten waar men het nu over heeft. We zijn daar allemaal al voortdurend mee bezig.
Er is niets op tegen om te contextualiseren. Maar blijkbaar acht men al deze pogingen niet afdoende. Onze tijd is zo anders dat er meer nodig is. Het wordt niet helemaal duidelijk wat dat precies inhoudt en dat is gevaarlijk. We moeten helder weten waarover we spreken. Daarbij komt dat postmodern ook betekent dat de vaste waarheden het niet meer doen; er zijn nu onzekerheden. Deze gedachte toegepast op Gods Woord, kan leiden tot grote schade.
In de tweede plaats heb ik de idee van contextualisering inhoudelijk al in andere verbanden gehoord. Nu weet ik dat niet zeker. Ik kan mij dus vergissen, maar ik waag het erop om mij uit te spreken op dit punt. Er is in het verleden, ook in onze kerken gesproken over feiten als de hemelvaart. Er vond een zekere overbrugging van de waarheid van de hemelvaart van toen plaats naar onze tijd. De betekenis van destijds kan door jonge mensen niet meer zo verstaan en begrepen worden. Dus moeten we contextualiseren. Welke aap zou er uit de mouw kunnen komen? Het zou kunnen zijn dat onze jongeren bijvoorbeeld zouden zeggen dat de letterlijke gedachte van de hemelvaart behoorde bij vorige dagen. Nu liggen de dingen anders. Dus moeten we dat nu anders opvatten. Deze conclusie ligt voor de hand.
Velen maken deze vertaalslag ook als het gaat over de positie van de vrouw. Wat Paulus daarover zegt, behoorde tot die tijd. In onze tijd liggen de opvattingen anders en hoe kunnen we hier een brug slaan? Op z’n best zal men zoeken naar een mix van toen en nu. Ik neem zeker niet aan dat de voorstanders in dit gesprek over contextualisering dit allemaal nastreven. Ze zullen nog niet goed weten wat de consequenties zijn van hun voorstellingen, maar vanuit de lessen der geschiedenis moeten we tenminste alert zijn op deze gevaren.
Dit zijn belangrijke onderwerpen, maar er zijn nog wel belangrijkere te noemen. Er zijn er al velen geweest die ook de orde des heils hebben gecontextualiseerd. Hoe moeten we in onze tijd denken over de wedergeboorte? We leven nu in een andere tijd. Hoe moeten we nu denken over geloof en bekering? Komen we nog toe met de opvattingen van voorheen? U en ik, ook wij hebben de neiging om Gods Woord te plaatsen in de context van ons eigen leven. Doen we dat wel goed? Blijft het Woord wel het Woord? Blijft waarheid wel echt waarheid? Door u en mezelf ter sprake te brengen wil ik maar aangeven dat we hier op en moeilijk terrein komen. Doen we er niet allemaal aan mee? Wil de natuurlijke mens niet altijd de Bijbel naar zijn hand zetten? Zoeken we niet allemaal een weg en een waarheid die ons het beste lijkt? Deze vragen naar contextualisering moeten we dus met de nodige argwaan bekijken.
Nog een derde vraag: men heeft in het verledeen wel gesproken over taalvelden in verband met het verstaan van de Bijbel. Er was het taalveld van de Reformatie, er is een taalveld van deze tijd. Lang geleden werd al gesteld dat we nu leven in een ander taalveld als in de dagen van de Hervorming. Toen ging het om de vraag hoe we een genadig God krijgen, tegenwoordig gaat het om andere vragen: Is er wel een God? Wat is de zin van het leven? Naast het begrip "taalvelden” zou ik ook het woord "tijdgebonden” kunnen noemen. Ook dat heeft ermee te maken.
We zien dat mensen van alle tijden met deze vragen bezig zijn geweest. Soms deed men dat heel goed, maar lang niet altijd.
De enige rechte contextualisering is gelegen in handen van de Heilige Geest. Hij past toe en slaat de brug vanuit Christus naar het leven van een zondaar. Daarom moeten we in het nauwste contact staan met de Geest des Heeren. Hij kent ons, Hij is de Geest der waarheid. Daar moeten we het alleen van verwachten. Als de Geest spreekt, verstaat de mens van onze tijd het. Dan hebben we ook het vertrouwen dat het Woord het Woord blijft. We kunnen de dingen nodeloos ingewikkeld maken. Op die manier zou preken een bijna onmogelijke bezigheid gaan worden. Eerst moet je helemaal weten wat de tekst toen betekende. Dat klopt. Dan moeten we nagaan wat die tekst nu betekent. Klopt dat ook? Is de betekenis van toen niet in wezen hetzelfde als nu? Dat betekent niet dat ik oude termen moet gebruiken, maar wel dat ook Paulus me begrepen zou hebben, als hij in de kerk zou kunnen zitten. Paulus en dan ook een moderne teener, die met zijn vriendjes turbotaal spreekt. Als ik het nu allemaal te makkelijk voorstel, zegt u het me maar. Maar als het Woord pas echt een boodschap wordt als ik het helemaal heb afgestemd op en aangepast aan de mens van nu, sluiten we de werking van Gods Geest buiten.

Paulus op de Areopagus.
Hoe sprak hij daar? Het was wel in dezelfde tijd maar de context van Athene was heel anders. Hoe heeft hij die mens willen benaderen? Hij gaf blijk van bekendheid met de cultuur van de Atheners. Hij spreekt over één van hun dichters. Hij had ook nauwkeurig kennis genomen van hun godsdienst. Hij zag al die tempels voor de afgoden. Hij verbond de ware God met dat ene altaar van de onbekende God. Hij zocht als het ware de leegte, het fundamentele gebrek van hun godenwereld op in die onbekende God. En daarin predikte hij de ware God. Maar in enkele zinnen is hij zover dat dat ene altaar alleen nog overeind staat. Alleen God is God! Hij stelt de Heere zo groot voor als Schepper, dat alle andere goden van de Atheners daarbij verdwijnen. Deze Schepper geeft "allen alle dingen” (vers 25). Hij heeft allen geschapen uit één bloede. In Hem leven en bewegen wij ons. Hij spreekt zo radikaal over de Schepper, dat er voor andere goden niets meer overblijft. En de Atheners hebben goed begrepen dat er voor hen maar één ding rest, namelijk bekering. Niet de boodschap, maar de mensen moeten aangepast worden. Want Christus komt weder om de aarde rechtvaardig te oordelen. Hij is opgestaan uit de doden.
Deze bekering is voor ons allen een eerste vereiste. Het is een eis die geldt voor alle tijden en alle culturen. Deze bekering wordt in haar ernst voorgesteld vanwege het feit van de wederkomst en het oordeel. Christus zal de wereld oordelen, u en mij en ons allen. De ernst van dat gericht kan maar op één manier verstaan worden, namelijk door bekering. De Gereformeerde kerkganger, de postmoderne mens, wij allen moeten bekeerd worden, voor het eerst en opnieuw. Of we nu een Jood of een Griek zijn, het Evangelie is altijd ergernis en dwaasheid. Dat blijkt ook uit enkele andere woorden uit Handelingen 17. De wijsgeren streden met de apostel en zij "botsten” op zijn prediking. En Paulus’ geest werd "ontstoken” over de afgoderij van Athene.
In de kring van onze Gereformeerde gezindte wordt soms te vriendelijk gesproken over onze tijd en over onze wereld. Ik ben bang dat veel jongeren niet goed onderscheiden waarop het aankomt. Laten we niet vergeten dat onze cultuur de trekken gaat vertonen van antichristelijke machten. Dat zien we aan een besluit als in Amsterdam waar de gemeenteraad christelijke organisaties uitsluit van nota bene de hulpverlening. Zelfs Bijbelse hulpverlening is al besmet in het oog van de wereld. En dat is natuurlijk ook zo, want die hulpverlening houdt er normen en waarden op na en wil leven naar het gebod van de Heere. Welke gemeenschap heeft dan Christus met Belial, zo vraagt de apostel. De strijd tegen Amalek zal zijn van geslacht tot geslacht. Niet alleen onze jongeren, wij allen hebben van dag tot dag de genoemde bekering nodig. Die bekering heeft de apostel ook echt gepredikt en voorgesteld als de enige weg. Die weg was er ook voor de Atheners. Paulus zegt dat God "alle mensen alom” (vers 30) verkondigt dat zij zich bekeren. Hoe breed staat het er. Ook Atheners kunnen bekeerd worden. Ook de mens van nu. Maar de cultuur en de wetenschap van Athene, de uitleggers dezer eeuw, missen een fundament om op te staan.

Dat blijkt ook uit het volgende. Ik las deze week in een bekend ochtendblad een bericht over wetenschappers, die verkeerde berichten de wereld instuurden over de opwarming vasn de aarde. Zoals u weet is dat echt een onderwerp, waar iedereen achteraan loopt. U hoort er overal van en ieder die zichzelf respecteert, roept hetzelfde, namelijk dat het poolijs smelt en dat de aarde afstevent op een ramp. Dat wordt wetenschappelijk onderbouwd. Nu bleek echter dat een heel belangrijk instituut de hand had gelicht met de feiten. Opzettelijk verdraaide men de gegevens, die men aantrof. Wat kan men daarmee voor hebben? Het klimaat is al lang een politiek onderwerp geworden. Dat betekent: je telt niet mee, als je er anders over denkt. Pers en media dragen hun steentje bij. In het ergste geval zijn er op de achtergrond ondernemers actief, die veel denken te kunnen vefrdienen aan allerlei noodsignalen. Dan zou het te maken hebben met corruptie. Onder het mom van wetenschap worden dan volkomen onwetenschappelijke dingen verspreid. Men verdraaide zelfs de echte feiten om toch maar gelijk te krijgen. Paulus had het al over de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap.
Rond de evolutie blijkt dat ook het geval te zijn. Feiten die op een schepping zouden kunnen wijzen, worden achtergehouden. Ook dit onderwerp is ideologische bepaald. Het is geen wetenschap meer, maar het is iemands persoonlijke visie. We lazen in de krant dat mensen die van een schepping uitgaan, geen baan kunnen krijgen als wetenschappelijk medewerker aan een universiteit. Ook hier dus weer manipulatie door de wetenschap.
In geestelijke zaken ligt het niet anders. Ook daar heeft de wetenschap in de loop der eeuwen heel wat schade aangericht. Het eenvoudige, kinderlijke geloof wordt ondermijnd door Bijbelwetenschap. De wetenschap bepaalt wat we geloven mogen. Is de Bijbel waar? Heeft God de wereld geschapen? Moeten we door Christus’bloed verzoend worden? Voor veel mensen moet de wetenschap dat uitmaken. Mensen kijken hoog op tegen wetenschappers. Zij kunnen het weten. Een wetenschap kan een goede bijdrage leveren aan de waarheid, als we tenminste buigen voor het gezag van de Heere. Zonder dat buigen richt wetenschap alleen maar schade aan, alom en overal en altijd.
Het Athene van onze dagen imponeert, maar heeft niet de wijsheid in pacht, ook het postmodernisme niet. Christus heeft gezegd: Uw Woord is de waarheid, en: Ik ben de Waarheid. Bekeert u en gelooft het Evangelie.


HSV           2010

De Herziene Statenvertaling, die dezer dagen verschijnt, heeft fel afwijzende reacties opgeroepen.
Gelukkig is dit niet algemeen het geval, maar er zijn helaas harde voorbeelden te noemen van verdachtmakingen en zware beschuldigingen die misplaatst en ongepast zijn. Ik neem  graag openlijk afstand van deze vormen van bestrijding. Deze verkeerde vorm van meedenken mag de algemene noodzaak van een kritisch meedenken niet vertroebelen.

De geuite kritiek was voor mij een reden om er toch, bij nadere overweging, een artikel aan te wijden. Ik wil hiermee proberen de zaken in een evenwichtig kader te plaatsen.
Ik wil beginnen aandacht te geven aan het feit dat de opstellers van de HSV uit oprechte bewogenheid met onze jeugd hebben geoordeeld dat de Statenvertaling te weinig aansluiting heeft bij de leefstijl van de moderne mens. Men heeft niet de toevlucht genomen tot de Nieuwe Bijbelvertaling, die recent van de persen rolde. Ook zag men geen heil in het gebruik van de vertaling van het NBG51. Omdat deze vertalingen te veel beïnvloed zijn door de geest van de tijd. Uit liefde tot de SV heeft men zich nauw willen aansluiten bij deze vertaling. Dit alles met de bedoeling om het Woord van God ook nu nog verstaanbaar te maken voor de mens van nu.
Het is belangrijk dat we het probleem rond de verstaanbaarheid onderkennen. Er zullen mensen zijn die menen dat de Staten Vertaling (SV) niet onduidelijk is. Die mening is te verdedigen. Maar het is nu eenmaal een feit dat jonge mensen, die de kennis van de Bijbel missen die ouderen nog wel hebben, weinig invoelvermogen hebben met de taal van de SV. Dat geldt trouwens ook van de taal die over het algemeen in de kerk wordt gebruikt. Of dat nu goed is of niet, maar het feit ligt er. Als u eens een blik werpt in de turbotaal van onze jeugd, dan zult u een indruk krijgen van hun leefwereld.  Zijdelings merk ik op dat de taal van onze jongeren devalueert. Weet u wat het cijfer 4 en de beide letters "ff” betekenen?  Jong en oud mag wel wat meer aandacht besteden aan zuiver taalgebruik. Om van de taal van het voetbalveld nog maar te zwijgen. Hoe staat het met de verstaanbaarheid van dat taalgebruik onder onze jongeren (en ouderen)?
De tekst van de SV is door de eeuwen heen op details meermalen aangepast. Dat gebeurde op uiterst bescheiden wijze, maar het gebeurde wel. Op de Pinksterdag hoorde ieder het Woord van God in zijn eigen taal spreken. Dat heeft toch ook iets te maken met verstaanbaarheid. Ik wil graag waardering uitspreken voor het vele werk dat werd verricht rond de HSV. Ik hoop dat deze uitgave van het Woord van God dienstbaar mag zijn tot de eer van God en het heil van zondaren.

Als ik dit alles nu duidelijk heb gesteld, wil ik ook iets gaan zeggen over de moeite die zich hier voordoet.
Er zijn er immers ook die eveneens vanuit oprechte bedoelingen anders uitkomen. Ik wil ook recht doen aan hun gedachten. Zij menen dat de verschijning van de HSV een verarming is. Kunnen we dit niet vergelijken met de grondslagen van de nieuwe tempel in de dagen van Ezra? Toen deze zichtbaar werden, juichten de jongeren terwijl de ouderen weenden. De ouderen hadden de tempel in zijn eerste glans gezien en deze was heerlijker dan de tweede. Is de HSV dan minder dan de SV? Dat wil niet gezegd zijn, maar zo wordt het wel gevoeld. Je kunt terecht verlangen naar tijden waarin de Bijbelse taal door velen werd verstaan. Het moderne leven was nog niet zo nadrukkelijk zichtbaar en dat kwam ook uit in de taal. Voeg daar de gedachte bij dat de gewone spreektaal sterk werd beïnvloed door de SV. Nu zijn de rollen omgekeerd: de Bijbeltaal gaat beïnvloed worden door de spreektaal van nu. De Bijbel stond vroeger dagen dichter bij de mensen. Wie de SV kan begrijpen, zoals ook de meesten van ons, zullen moeite hebben met de overgang naar de HSV.
Men zal trachten dit te onderbouwen  met allerlei argumenten, soms ook tegen de HSV, zoals in de Saambinder op een overigens waardige wijze gebeurt, maar de eigenlijke kwestie is natuurlijk deze dat men met hart en ziel wortelt in de taal van de SV. De  medewerkers van de HSV zullen niemand willen dwingen om de HSV te gaan gebruiken. De voorstanders van de oude SV zullen ook begrip kunnen opbrengen voor diegenen die menen dat er behoefte bestaat aan de HSV.
Als we het hierover eens zijn, kunnen we verder spreken met elkaar.
Want, ook al willen we trachten elkaar te zoeken en vast te houden, de conclusies zijn wel tegengesteld. En de consequenties zullen op termijn ook steeds duidelijker worden. Het is niet denkbeeldig dat er onderling op dit punt een bepaalde vorm van vervreemding gaat optreden. Hopelijk vergis ik mij, maar de mogelijkheid, de waarschijnlijkheid van deze verwijdering, moeten we serieus nemen.
Als het onder ons gaat gebeuren dat de HSV in sommige gemeenten gebruikt zal gaan worden, dan moeten we als kerken het verschil niet aanblazen, maar we zullen het in nuchtere proporties moeten inschatten. We moeten bedenken dat de HSV leerstellig en taalkundig zich wil aansluiten bij de SV. Men volgde in meerdere gevallen de alternatieven van de Kanttekeningen.
Die verzekering wordt althans gegeven. Het gevaar bestaat dat we gaan zoeken naar bedenkelijke veranderingen. Als ik daar soms iets van lees, moet ik eerlijk zeggen dat ik het soms niet volgen kan. De Heere Jezus heeft ons niet voor niets gewaarschuwd voor het oordelen van anderen. Mijn insteek is dat ik geen enkel oordeel uitspreek over wie dan ook; wel mag ik het werk en de resultaten toetsen van anderen en dat is zelfs schuldige plicht.
Maar hier ligt dan ook het vertrekpunt om de objectiviteit te zoeken. Het lijkt me ook een objectieve zaak dat er moeite is met de HSV. Ik geef weer enkele zaken door die ik links en rechts hoor. Een eerste vraag is: Is deze weergave absoluut betrouwbaar? Men heeft in gedachten de grote kennis van de Statenvertalers. Het lijkt me duidelijk dat hun kennis die van ons geslacht verre overtreft. Men sprak destijds in kerkelijke vergaderingen Latijn, men was doorkneed in het Grieks en het Hebreeuws. De HSV is meer uit een particulier initiatief opgekomen en we doen niemand onrecht als men meent dat de bekwaamheid van de huidige medewerkers in zekere zin beperkter is. Natuurlijk zeg ook ik meermalen vanaf de kansel dat de grondtaal iets anders zegt, maar de gevolgen van een dergelijke opmerking blijven beperkt. Een Bijbelvertaling gaat onnoemelijk veel verder. Men kan zich afvragen of het kennisniveau voor een officiële vertaling op dit punt voldoende is.
Het tweede argument is dat van de taalverarming. Het kan niet missen: iemand die gehecht is aan de taal van de SV, zal een zekere verlies in taalkracht constateren. Dit argument heeft niet zozeer te maken met een gebrek van de HSV alswel veel meer met de waardigheid van de SV. De taal van de SV, ik zei het al, heeft ons taalgebruik eeuwenlang beïnvloed. Alleen omdat het Oudhollands is? Nee, ik meen dat de woordenschat van de SV op zeer hoog niveau staat en omdat er een geestelijk verstaan aan ten grondslag ligt. Het is niet alleen een leeftijdskwestie als ik u verhaal dat ik heel vaal bij het lezen van de Bijbel denk: Wat is dat mooi gezegd en vertaald. Ik doel dan op de authentieke taal die gebruikt wordt. Taal met stijl en met diepte. Ik geef een voorbeeld. Jesaja wordt vanwege zijn stijl, genoemd een koning onder de profeten. De Statenvertalers hebben de gave gehad om iets van die verheven taal door te geven in de vertaling. Het kan dus niet anders dat voor de eerlijke liefhebbers van deze taalvorm het een betreurenswaardige zaak zal zijn als men daar iets van gaat missen.
We doen er dan goed aan te rekenen met deze gevoelens,die onder ons gevonden worden. Een zeker gemis aan stijl is ook op een andere manier te onderbouwen. Iedere moderne vertaling kenmerkt zich door een meer gewone en alledaagse taal. Men zal zeggen dat dat nu juist zo moet zijn. Dat is te begrijpen, maar het is evenzeer te begrijpen dat er mensen zijn die menen dat dan nu juist jammer is. Gods Woord is de krant niet. Een notaris gebruikt een bepaald woordenboek. Er is niets op tegen als ook de kerk dat doet. Dat ligt soms in kleine dingen. De tweede naamval is consequent (voor zover ik kan nagaan) gemoderniseerd. Dat is natuurlijk een middelmatige zaak. De Engel des Heeren zal vertaald zijn met: de Engel van de Heere. Maar die oude tweede naamvallen hebben wel iets. Dat blijkt bijvoorbeeld ook in de bekende uitdrukking: de Heere der heirscharen. Dat is nu geworden: de Heere van de legermachten. Dat wordt dan wel wennen als de oude uitdrukking geen problemen opriep.
Rond de HSV kan men zich afvragen of de medewerkers zich nu vooral hebben beziggehouden met de grondtalen of met het Nederlands. Vanuit de idee dat het om een herziening gaat is het denkbaar dat men zich vooral met het Nederlands heeft bezig gehouden. Of dat werkelijk zo is, weet ik niet. Ik erken stellig dat de grondtaal er toe doet, maar u begrijpt dat we hier al snel te maken zouden kunnen hebben met een nieuwe vertaling. Deze vraag die bij mij leeft, roept om een antwoord.
Meerderen hebben aangetoond dat er soms ook veranderingen zijn doorgevoerd die de vraag oproepen of dat nu nodig was. Er zijn verder plaatsen waarin er wel heel drastisch is ingegrepen.
Zo leven er eerlijke vragen en is er een sterke aarzeling om deze weg nu geheel op te gaan. Ik las deze week tot mijn vreugde dat het nimmer de bedoeling was van de herzieners om deze Bijbel op de kansel te krijgen. Dat stelt mij wel gerust. Want ik moet eerlijk zeggen dat die sprong voor mij en velen te groot is. Kerkenraden zullen een besluit moeten nemen en dan bedenke men dat de wissel, die voor ons ligt, heel veel consequenties kan hebben. Wil men dan deze uitgave gebruiken voor gezinsgebruik of op verenigingen in de kerk, dan is daar geen bezwaar.
Tenslotte: men kan van mening verschillen over de verstaanbaarheid van Gods Woord door de jeugd. 
Mij valt niet zelden op dat jonge mensen minder moeite zeggen te hebben dan sommige ouderen, omdat de laatste al te zeer door de tijdgeest zijn geïnfecteerd. Men wil het soms niet begrijpen. Als dit vermoeden juist is, lost een ander taalgebruik niets op. Dan blijkt temeer dat er maar één middel nodig is en dat is de bediening van Gods Geest. Hij zal in al de waarheid leiden. Ligt daar niet de eigenlijke behoefte? Dat zullen de bewerkers van de HSV ook beseffen. In het jongste nummer van de Waarheidsvriend werd erg lovend gedaan over de HSV. Vergeten we echter niet dat welke vertaling of uitgave ook, zonder de leiding van Gods Geest, geen nut zal doen. Israel bedreef afgoderij met de koperen slang, eens een krachtig middel tegen de dood. Zo kan men ook handelen met de HSV zoals men anderzijds ook kan omgaan met de SV.
In Nehemia 8:8 staat: "En zij lazen in het boek, in de wet Gods, duidelijk; en den zin verklarende, zo maakten zij, dat men het verstond in het lezen”. Let op de twee lijnen: het gehoorde was duidelijk, maar er was wel verklaring nodig. Als mensen klagen over de duidelijkheid van de Schrift, dan hoop ik dat men te meer de verklaring in de rechte prediking zal zoeken. En dat is nu maar weer de grote vraag. We gaan niet mee met een vorm van afbraakkritiek die meer verandert dan alleen de woordvormen. Daar moeten wij ons allen op onderzoeken. In alle gevallen blijve het onze bede: "Och dat ik klaar en onderscheiden zag, hoe ik mij naar Uw bevelen moet gedragen”.

           

 

 

DE PINKSTERGEEST         2011

Nu het weldra weer Pinksteren wordt, wil ik enkele gedachten ontwikkelen over het werk van de Heilige Geest. Het werk van de Geest wordt overschat; er worden allerlei zaken in ondergebracht, die van een bedenkelijk strekking zijn. Zijn bediening wordt echter ook onderschat en dat zal zeker het geval zijn in orthodoxe kringen. Als dat inderdaad zo is, hebben we het wel over een zeer wezenlijk gebrek.

Mij heeft het al vaak getroffen dat de Catechismus de Heilige Geest verbindt met de heiligmaking. Toch wordt de Heilige Geest doorgaans ook in verband gebracht met de toepassing en dus met de bevinding der vromen. Onder deze bevinding verstaan we de innerlijke beleving, de ondervinding van het geloof. Uiteindelijk kunnen we zeggen dat de bevinding een vitaal deel van de heiliging is. Heiligmaking is immers niet alleen een zaak van uitleving, maar zeker ook van inleving. Alleen vanuit het hart is het mogelijk een heilig leven te leiden door de kracht van Gods Geest.
Omdat onder ons veel gesproken wordt over bevinding, wil ik het verband aftasten dat bestaat tussen de Persoon van de Geest en de bevinding der vromen. Dat verband is nauwer dan we wellicht denken. We kennen de gedachte dat de Heilige Geest de Auteur is van de bevinding en van de praktijk van het geloofsleven. Toch is het de vraag of we die band wel echt zien als een onmisbare schakel in het heilsproces. Ik kwam zelf recent op die gedachte vanwege de tekst van hemelvaart: "gij zult Mijn getuigen zijn”. Onmiddellijk daaraan vooraf sprak de Heere tot Zijn leerlingen: Gij zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal. Mooi is ook de vertaling van de King James: Gij zult kracht ontvangen, nadat de Heilige Geest over u zal gekomen zijn. Hierin komt nog duidelijker uit dat er maar één krachtbron is en dat is de Heilige Geest. Er ligt dus de roeping getuige te zijn van Christus door de kracht van de Heilige Geest. Juist vanmorgen las ik in Joh. 15:26,27 de woorden: "de Trooster….. zal van Mij getuigen en gij zult ook getuigen”. Het geloofsgetuigenis wordt hier zelfs geheel toegeschreven aan de Heilige Geest als beheersend Principe. Zo zijn er meer facetten van het geestelijke leven, die onmiddellijk in verband staan met de Persoon van de Geest. De Heilige Geest zal in al de waarheid leiden (Joh.16:13). Hierdoor ontstaat een rijk inzicht en een volle kennis in de waarheid van Christus en in die van de Schrift. Dus niet alleen het getuige zijn, ook de kennis en het diepe inzicht wordt uitsluitend verstrekt door de gave des Geestes. Troost behoort tot het geestelijke leven en is een tegenwicht tegen de droefheid over de zonde en de moeiten in de verdrukking. Wel, deze troost is zelfs verbonden met de naam van de Parakleet, de Trooster. Droefheid over de zonde en berouw over het kwade kunnen in het bevindelijke leven niet gemist worden. En vanwaar komt dit? Blijkens Zach.12:10 ontstaat de rouwklacht over de zonde door de uitstorting van de Geest der genade en der gebeden. Bevinding kan nooit zonder geloof en ook daarover lezen we in Gods Woord met betrekking tot de Heilige Geest dat Hij de Geest des geloofs genoemd wordt (2 Cor.4:13). Zekerheid is een zeer gewenste vrucht die behoort tot het geloofsleven. Er worden vaak allerlei oorzaken aangegeven waarom de zekerheid gemist wordt bij velen. Maar komt het niet hiervandaan dat we de Geest Zelf in Zijn werkingen missen? Hij getuigt toch met onze geest dat we kinderen Gods zijn, zo zegt Paulus in Rom. 8:16. Tot het geestelijke leven behoren allerlei zaken zoals blijdschap, liefde, vrede, geloof enz. en deze allen worden als vruchten toegeschreven aan het werken van de Heilige Geest in het hart (Gal.5:22). Wie geestelijk leven kent, kent ook iets van het werk en de Persoon van Christus. Ook daarvan getuigt Gods Woord als de Zaligmaker zegt: "Die zal Mij verheerlijken want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen” (Joh.16:14). Het gebed is de ademtocht der ziel; hiervan zegt Gods Woord dat de Heilige Geest bidt met onuitsprekelijke verzuchtingen (Rom.8:26. Als wij niet meer bidden kunnen, neemt de Geest dat gebed over, in onze plaats. Zo spreekt Hij in het hart en getuigt Hij door hun mond. Er zou nog meer te noemen zijn. Achtereenvolgens heb ik genoemd als vruchten van het werk van de Geest: getuigenis, wijsheid of kennis, troost, droefheid over de zonde, geloof, zekerheid, blijdschap, liefde, vrede, kennis van Christus, leven vanuit de wedergeboorte, gebed (Joh. 3:5). In deze stroom van genadegaven leeft het hart van Gods volk en deze gaven behoren toch tot het wezen van de bevinding en de heiliging? Deze reeks van gaven en zegeningen wordt dan ook door ieder van Gods kinderen begeerd.

Tegelijk moeten  we ook vaststellen dat veel mensen spreken over een gemis van deze dingen. In plaats van geloof is er vaak ongeloof, zekerheid wordt belaagd door twijfel, liefde veranderde in verkilling, berouw moet wijken voor een gewenning aan de zonde, het persoonlijk getuigenis wordt soms node gemist. Ons aller gemis ligt juist ligt op het terrein van de toeëigening; dat gemis heeft dus direct te maken met het wel of niet geleid worden door de Heilige Geest. Gebrek aan deze gaven wijst op een gebrek aan de werkingen van Gods Geest.
Dit schrijnt temeer omdat juist wij het willen zijn die het opnemen voor de toepassing en de toeëigening. In samensprekingen met anderen lijkt dat voor onze gezindte een soort huismerk te zijn. Maar pijnlijk is dan dat juist onder ons dit alles óók gemist wordt. Mensen klagen er alom over.
Dus zullen we meer moeten beseffen dat we niet enkele bevindelijke gaven missen, maar dat er een bepaald gemis is aan de Persoon van de Heilige Geest. Dat moge een levend gemis worden. Hoe kwamen de discipelen erachter dat zij door de Geest geleid moesten worden na de hemelvaart? De Heere heeft hen gesproken over de belofte des Vaders. Tevoren had Hij hen er reeds op gewezen dat zij die Geest nu nog misten (Joh.16:12) in Zijn volle doorwerking. Belofte en gemis in het woord van Christus bepaalden hen bij hun gebrek.
Maar, zult u zeggen: Gods Kerk wordt toch altijd  wel door de Geest van God geleid? Hij heeft Zijn intrek toch genomen in het hart? De Heere heeft het toch beloofd dat Hij "ín u” zal zijn (Joh.14:17)? Toch zeggen we dat wel te snel en te vlot. Als er een zodanig gemis gevoeld wordt aan de vruchten en de gaven die ik zoëven noemde, dan moeten we ons als kerk ernstig afvragen of we wel delen in de bediening van de Heilige Geest. Zijn de bronnen niet verstopt en is de stroom onderweg niet ingedamd? Als we thuis overal in het donker zitten, gaan we de hoofdschakelaar inspecteren.
We moeten hier wel onderscheiden. De discipelen werden door de Heilige Geest geleid en bezet vanaf het moment dat zij Christus leerden volgen. Ten tijde van Nicodemus was er reeds de Geest der wedergeboorte. Ten tijde van Jezus’ omwandeling was er reeds de zonde tegen de Heilige Geest. Zelfs was er reeds een bepaalde werking van de Geest in het Oude testament, evenals er een zekere openbaring was van de Zoon van God, bijvoorbeeld in de gestalte van de Engel des Heeren. Tegelijk sprak de Heere Jezus over de Geest als over een toekomende gave, die er toen, tijdens Zijn leven op aarde,  nog niet was.
Er is vanzelfsprekend een groot verschil tussen de werkingen van de Heilige Geest voor Pinksteren en na Pinksteren. Dat geldt dan zowel voor de heilshistorie alsook voor de heilsbediening. Dit is de weg der discipelen geweest. Het is de vraag, een bekende vraag, of de weg der discipelen ook de weg van de Kerk is? Het zijn geen identieke zaken, maar er is ook nu nog onderscheid in de bediening van de Geest. Zeker, Hij ís uitgestort en dat wordt niet herhaald. Maar de vraag van Hand. 19:2 ("Hebt ge de Heilige Geest ontvangen als ge geloofd hebt?”) spreekt van geloof zonder de duidelijke gave van de Heilige Geest. De drieduizend op de Pinksterdag stelden door de kracht van Gods Geest de vraag: "Wat zullen wij doen, mannen broeders?”, maar tegelijk heeft Petrus hen op dat bepaalde moment reeds gesproken van de toekomende gave des Geestes. Gods Woord spreekt in dit verband van de verzegeling met de Heilige Geest (Ef.1:13). Hieronder mogen we toch verstaan wat we lezen in Handelingen 2 over de vervulling en de volheid van de Geest.
Er zijn gaven van de Geest en er is de Persoon van de Heilige Geest. Dat is een belangrijk onderscheid. De minste van Gods kinderen wordt geleid door de Heilige Geest, maar het hoe van die leiding is geheel verschillend. Bovendien kunnen we, hoewel en juist omdat Gods kinderen door de Geest geleid worden, toch ook de Geest uitblussen en tegenstaan en de Geest ook bedroeven.

Klaagt men dan over een gebrek aan de rijkdom van het innerlijke leven, dan betreft die klacht de mate van de aanwezigheid van Gods Geest. Moet de Kerk zich daar niet op bezinnen? Hoe vreselijk als er zijn die Gods Geest nog geheel en al missen. Betreft dit ook u dan wordt u ook door een geest geleid, maar het is helaas de geest uit de afgrond, of de geest der dienstbaarheid. In feite is dat het terrein van de onreine geesten. Wat heeft Pinksteren u dan veel te zeggen.
Mogen we evenwel weten dat de Geest Gods in beginsel ons deel is geworden, dan vragen we ons wel terecht af of we ook mogen delen in de aanwezigheid van de Persoon van Gods Geest in ons hart. En zelfs als we dat weten, mogen we wel onderzoek doen of die Geest levend en krachtig werkt na ontvangen genade. Zo heeft het Pinksterfeest ook een ontdekkende boodschap. En daarom komt het er voor ons allen op aan dat we ons voegen bij die groep discipelen die biddend en smekend het Pinksterfeest tegemoet ging. Dat betreft niet alleen die paar dagen waarop we Pinksteren vieren, maar het moet heel het leven van Gods kinderen doortrekken. Er is altijd meer en er is een volheid en hoe arm leven u en ik daar dan van. Doen we zo de Heere niet ernstig tekort? Zijn al onze klachten niet verwijtbaar? Hebt gij de Heilige Geest ontvangen? Als er iets in het leven van zondaren gebeurd is, blijft de duivel terugkomen om te zien hoe het er met ons zielehuis bij staat. Als hij het dan leeg vindt, hoewel misschien wel opgeschoond en steriel zuiver, wat dan? Dus roept het Pinksterfeest ons op tot bezinning. Spoed u naar de bronnen van Gods rijke zegeningen, die uitgestort worden. Door de belofte van de Geest kwamen de discipelen tot gebed. En op dat gebed gaf de Heere een rijke oogst. Vandaaruit kunt u zekerheid en geloof bekomen en kunt u de duisternis en de twijfel wegzenden. En daarin wordt God verheerlijkt en uw ziel getroost en gesterkt.
Lezen we nog eens de veelzeggende worden uit Efeze 1: "In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte”. Nadat gij geloofd hebt, zijt ge verzegeld, zo schrijft de apostel. Onderzoek moet ons leiden tot het geloof en tot meer geloof als de weg tot de verzegeling. Dit geloof is een bevel en tegelijk ook een gave. Alles grijpt hier ineen. Er is geen vaste orde van "eerst dit en daarna dat”. Geven we de Geest des Heeren de plaats die Hem toekomt. Wat is Pinksteren dan een bekroning van al de grote werken Gods.

          


HERMENEUTIEK          2011

Twee thema’s die tegenwoordig in het brandpunt van de belangstelling staan, zijn de vrouw in het ambt en homoseksualiteit. Standpunten hierover vertonen slijtageplekken. In kerken en instellingen vindt een omslag plaats. Ook binnen onze kerken bestaat hierover verschil van mening.

dezelfde Bijbel

U hebt het ook opgemerkt: de beide thema’s houden in de Nederlands Gereformeerde kerken de gemoederen bezig. Men is met deze onderwerpen al heel ver op weg. Het lijkt een geaccepteerde zaak. Dat geeft ons en velen met ons weer onrust omdat onze kerken blijkens synodale berichten "on speaking terms” zijn met deze kerken. Ik heb nu het oog niet op de consequenties die deze besluiten voor onze kerken hebben. In dit nummer kunt u lezen dat ons bestuur een standpunt hierover voorbereidt.
Het gaat me nu om de achterliggende oorzaken, die geleid hebben of zullen leiden tot besluiten die in onze beleving absoluut niet met de Bijbel in overeenstemming te brengen zijn. Hier speelt een andere omgang met de Schrift.
Het gaat niet alleen om mensen die progressief of modern denken. Hun ideeën komen neer op de gedachte dat we met de tijd moeten meegaan. Ontwikkelingen in de maatschappij moeten we bijhouden. Laten we de aansluiting bij de wereld van vandaag niet missen. Het behoudende kerklid zal dit nu juist anders zien, heel anders. De kerk moet juist tegen de tijdgeest ingaan. Word deze wereld niet gelijkvormig maar word veranderd door de vernieuwing van uw gemoed (Rom.12:1,2). Dus speelt hier zeker wel een tegenstelling tussen vooruitstrevende en behoudende christenen. Ik noem als voorbeeld het samenwonen dat het huwelijk verdringt. Gaan we als kerk mee met deze trend of wijzen we deze vormen resoluut af? Hoe is het mogelijk dat christenen zo positief tegenover de tijdgeest staan? Zo’n discussie wordt nog bemoeilijkt doordat  velen in hun familiekring met deze zaken te maken hebben. Houd je je been stijf, dan kan dat ook in het eigen vlees snijden.
Toch is er nog die andere invalshoek waarmee we deze onderwerpen kunnen benaderen. Voor- en tegenstanders beroepen zich beide op Gods Woord. En dit gegeven roept aan twee kanten grote vragen op.
Hoe kan dat? Want de Bijbel zegt toch klip en klaar hoe we over deze zaken moeten denken? In Romeinen 1 staat homoseksualiteit toch in het kader van de zonde en de wetteloosheid (vers 27)? En Paulus zegt toch heel duidelijk dat de vrouw in de gemeente moet zwijgen? Zie 1 Cor. 14:34; 1 Tim.1:11v. Ik las verleden week nog van iemand die voor homoseksualiteit was, maar dat hij desondanks onmiddellijk toegaf dat de Bijbel hier spreekt van zonde.
Zeker, we moeten daar pastoraal mee omgaan en we wijzen de naaste die met deze dingen persoonlijk te maken heeft, niet af. We beseffen ook dat deze dingen staan in een veel breder verband dan ik het hier nu plaats. Ik begrijp ook dat de eerlijkheid gebiedt dat we te makkelijk en te simpel in een handomdraai de zaken denken te kunnen oplossen. Maar ik wil de zaken bewust kort en helder houden en duidelijk stellen dat de onbevangen Bijbellezer niet ontkennen kan dat Gods Woord de genoemde thema’s in een negatief licht plaatst.
Hoe kunnen kerkelijke medebroeders dan heel anders hierover oordelen, terwijl Gods Woord andere lijnen trekt?

een andere vertolking

Dat komt omdat men anders met de Bijbel omgaat. Men zegt haar ook te willen zien als het Woord van God, maar teksten die hierover spreken worden anders uitgelegd. Dat maakt de zaak ingewikkeld. Men zal u zeggen dat het in de Bijbel om andere vormen van homoseksueel handelen gaat. In de Bijbel bedoelt Paulus echt gewetenloze mensen, die zich nergens om bekommeren. Daarin zit het verkeerde. Maar wij komen mensen met deze geaardheid tegen, die belijdend lid van de kerk willen zijn, zo zegt men. Het ging toen over andere mensen en andere zonden dan nu.
Als Gods Woord zegt dat de vrouw in de gemeente moet zwijgen, dan gaat het over vrouwen die hun plaats destijds niet wisten en die zich misdroegen in de gemeente. Maar dat is nu niet het geval. Het gaat er nu alleen maar om dat vrouwen die oprecht christin zijn, hun wettige rechten binnen de gemeente krijgen. En als er dan ook nog meldingen in de Bijbel zijn die de indruk wekken dat vrouwen in de gemeente volop aan alles meededen, dan slaat de weegschaal helemaal door. 
In Gods Woord vinden we een ander wereldbeeld dan dat wat we nu hebben. Men meende toen dat de aarde plat was; wij denken dat ze rond is. Zo denkt men dat de Bijbel ook een  beeld heeft van de moraal die het onze niet meer is. Dus moeten we dat bijstellen en aanpassen aan wat nu geldt.
Men gaat anders met de Bijbel om. Men  past een andere sleutel bij het Schriftverstaan toe. Dit valt niet onder de exegese, maar het wordt aangeduid met het woord "hermeneutiek” (vertolking). Men houdt vast aan de Bijbel, maar komt tot een heel andere uitleg. Begrijpt u het grote verschil? Dit is heel gevaarlijk. We hebben het bij deze onderwerpen over de vraag: Is de Bijbel ook nu nog gezaghebbend en duidelijk? In deze discussies is het gezag van de Bijbel inderdaad in het geding. Dat geldt trouwens niet alleen bij deze twee onderwerpen. We moeten ons allen telkens weer bij de les roepen en de vele gevaren signaleren en ons ervoor hoeden.
De redenering die men toepast, kennen we al veel langer. Rond de kledij van vrouwen hebben we al jarenlang hetzelfde horen zeggen. Toen moest dat gezegd worden, maar daarmee is onze situatie niet meer te vergelijken. Een vrouw behoeft geen hoed te dragen in de kerk en ze kan ook gerust een lange broek aantrekken. Bijbelteksten die dat verbieden slaan op andere situaties. Dat geldt ook van de haardracht van de vrouwen. We willen ons houden aan wat Gods Woord zegt, maar dat willen zij die anders denken, ook. Wij gaan in hun ogen veel te simplistisch te werk. We moeten het verschil van toen en nu in het oog houden. Indertijd werden deze lijnen ons voorgehouden door bijvoorbeeld Dr. Loonstra.
Toch voelen we de ernst en het gewicht van deze omgang met de Bijbel aan. U denkt dat het er zo staat, maar u leest verkeerd: het tegendeel wordt bedoeld. Ja, het tegendeel. Gods Woord is niet tegen samenwonen en tegen homoseksualiteit en tegen de vrouw in het ambt. Dat lijkt wel zo, maar dat is niet waar. En als het gaat om het stemrecht van de vrouw, dan stellen we vast dat stemmen geen regeerdaad is. Wij mensen, u en ik en zij, wij hebben overal wel een oplossing voor……. Men zal op dit terrein ook snel voor de voeten werpen, dat ook wij zulke kunstgrepen ook wel eens toepassen als het zo uitkomt.
Het valt op dat men vrijwel altijd aanpast aan de tijdgeest. Wij denken juist dat de tijd moet worden aangepast aan de Bijbel. Maar moderne mensen denken dat het juist anders moet. Het is een proces: eerst ontdekt men dat de tijd zich anders ontwikkelt dan wat de Bijbel zegt. Daarna gaan we zoeken of er geen mogelijkheden zijn om de Bijbel om te buigen naar het hier en nu. Vervolgens gaat men er zelf in geloven dat het zo ook kan. Ik zeg het misschien iets te makkelijk maar ik wil duidelijk maken welke risico’s zich hier aandienen. Want op deze manier verliest Gods Woord haar gezag en leggen we haar ook het zwijgen op. Een levensgevaarlijke manier van omgang met de Schrift.

een aangepaste inhoud

Hier vindt een gigantische uitholling van Gods Woord plaats. Zeker, als ik deze uitspraken op mijzelf toepas, besef ik dat ook ik en wij ons steeds weer opnieuw moeten bezinnen op de vraag of we eerlijk recht doen aan Gods Woord. Ieder loopt hier grote gevaren. Maar de mode en de heersende waan van de dag van nu is: de Bijbel naar onze hand zetten. Op de duur zullen we geen Bijbel meer overhouden. Er is voor elke dwaling wel een tekst. Als we dan ook nog bedenken dat we ootmoedig moeten zeggen dat wij de waarheid niet in pacht hebben en dat we ook niet zwart-wit moeten denken, zijn we helemaal waar we wilden komen en is de verwarring compleet.
Waarom zou het anders zijn? Omdat de kerk van alle tijden het zo nooit heeft gezien. Omdat de belijdenis andere lijnen trekt. Omdat Gods Geest ons juist waarschuwt voor het schema van de wereld. Wat is het van belang om te bidden om de leiding van Gods Geest. Christus heeft ons geboden te blijven in Hem en Zijn geboden te bewaren. Deze dingen liggen niet in het verlengde van de studeerkamer, maar ze horen allereerst thuis in de binnenkamer. Het gaat om de Waarheid in Christus.
Laat de kerk toch oppassen voor deze "ja maar”-theologie. Kohlbrugge had het over de eenvoudige Heidelberger. Paulus maant te blijven bij hetgeen ons geleerd is. Mogen ook onze kerken bewaard blijven voor nog verder afglijden van wat ons de Heere voorstelt. Houd wat gij hebt. Dan kunnen er heel wat dossiers gesloten worden. Of het moest gaan om een heilbrengende Reformatie die we nodig hebben. Maar dan gaat het niet over kwesties en eindeloze dilemma’s, maar om de levende kracht van het Woord Gods.
Het zal erom gaan deze dingen op een liefdevolle wijze uit te dragen. Liefdevol en ook beslist. Niet vanuit een hoge toren, maar bekleed met ootmoed. Dat is eis en plicht voor ons in deze tijd.

           

KLOKENLUIDERS                                                                                                             2012

 

?xml:namespace>

In de bouwwereld hebben we van hen gehoord: mensen die misstanden tussen aannemers onderling aan de kaak stellen om zo te voorkomen dat de samenleving onnodig hoge kosten krijgt opgedrongen. Hun rol is soms omstreden, maar het is helaas nodig dat zij op deze manier de samenleving een dienst bewijzen.

 

?xml:namespace>

In de kerk kennen we ze ook: mensen die met kennis van zaken attenderen op gevaarlijke ontwikkelingen binnen de kerken. Hun rol zal ook omstreden zijn, maar zij bedienen zich van eerlijke informatie die ieder weten kan en mag. Bovendien kennen we de klokkenluider toch al eeuwen onder ons? De kerkklokken worden iedere zondag geluid. Letterlijk en figuurlijk. Amos was  zo’n klokkenluider. En vooral ook Jeremia. Ik vraag nu uw aandacht voor een naam uit deze tijd; Zeger Wijnants schreef een boek waarin we ook klokken horen luiden. Zijn klok roept terug naar de kracht van het Woord. Het is een noodklok!

Zijn boek verscheen onder de titel: God of Darwin. Het werd ook aan de redactie van ons blad toegezonden. Omdat het inzage verschaft inzake actuele ontwikkelingen, ligt het nu op mijn tafel. Het boek gaat dus over de evolutie, maar het onderliggende thema van het Schriftgezag is van nog groter belang.

 

?xml:namespace>

Kiezen of delen

De titel stelt voor een keus. Het is of de schepping door God òf het is de visie van Darwin, dus: evolutie. De titel zal weersproken worden. Veel theologen zullen zich deze keus niet laten opdringen. Zij lossen de zaken anders op; zij kiezen een middenweg. God èn Darwin. Een gevaarlijke weg. We spreken in dat geval van een theïstisch evolutionisme. Dat betekent: God heeft de wereld tot stand gebracht door middel van de evolutie. Zoals prof. Lever een halve eeuw geleden al sprak van creatie én evolutie. Men zoekt deze weg om het conflict met de wetenschap te vermijden. Om beide met elkaar te verzoenen. Het gevaar van deze weg is dat men ten eerste niet radicaal buigt voor de Heilige Schrift en ten tweede dat men zich zo onvoorwaardelijk uitlevert aan "de” wetenschap. U begrijpt echter: als we in Genesis 1 uitgaan van wat niet echt gebeurde, hebt u de sleutel verloren die alle andere deuren van de Bijbel opent. Dat staat gelijk aan wat de Farizeeën deden, die de sleutel der kennis hadden weggenomen. Ook belijders van de onfeilbaarheid van de Schrift kennen de twijfel, maar voor hen is het onmogelijk om stenen uit de muur van de Godsopenbaring weg te trekken, want dan valt de muur om. Verder weigeren zij de dans mee te maken om het gouden kalf van de wetenschap. De middenweg is hier de kortste weg naar de brede weg. Het grote gevaar is dat veel argeloze toeschouwers het feitelijke gevaar niet voldoende onderkennen.

 

?xml:namespace>

Man en paard

Wijnands noemt diverse namen van bekende personen uit de theologische en geestelijke denkwereld. Het is niet mijn bedoeling om de genoemde namen allemaal onder uw aandacht te brengen. Hebt u er belang bij, dan kunt u desgewenst en gewenst het boek erop nalezen. Ik noem er wel enkele, die zelf ook openlijk hebben toegegeven en ook aangeven dat zij een geestelijke omslag hebben meegemaakt. Het zijn invloedrijke  trendsetters zoals Ouweneel en Knevel. Zij  denken nu heel anders over allerlei vraagstukken als dertig jaar geleden. Ik hoorde laatst spreken over Ouweneel en Nieuweneel. Wijnants legt hier de vinger bij een bijna algemeen verschijnsel uit onze tijd. Heel veel mensen zijn radicaal van gedachten veranderd. Knevel heeft dit zelf heel duidelijk erkend. Ouweneel, vooraanstaand lid van de Vergadering der gelovigen, heeft in die kringen aardschokken van heftige omvang teweeg gebracht. Knevel staat voor de EO en bepaalt mede het gezicht van die omroep. Aanvankelijk was deze omroep tot zegen voor velen, nu sleept de EO de massa mee in een proces van ontworteling en ontbinding. Men zegt nu tot een beter inzicht gekomen te zijn. Ik moet dan soms denken aan een pakje boter of i.d. waarop de leus prijkt: vernieuwd. Men wil op die manier het product verder promoten. Maar ik denk dan vaak dat het product tevoren niet al te best was; men geloofde er dus zelf niet erg in. Oude reclames bleken niet gegrond op juiste informatie. Voor mijn gevoel is een dergelijke vermelding eerder een stap terug dan een stap vooruit.

Al diegenen die met dit tweetal een omslag hebben beleefd, zouden feitelijk uit bescheidenheid verder moeten zwijgen. Mensen die oude stellingen herroepen, staan onder zware verdenking dat hun nieuwe inzichten eerlang ook weer worden herroepen. Zij blijken inconsistent te zijn geworden.

Maar zijn wij dat niet allemaal? We moeten ook eerlijk zijn tegenover onszelf.  Op onderdelen hebben zich zeker processen voorgedaan van "voortschrijdende inzichten”, maar de kern en het merg willen we onaangetast laten. Johannes schreef: "Hetgeen van den beginne was en wij gehoord en gezien hebben, dat verkondigen wij u” (1 Joh. 1:1-4) De waarheid Gods is zichzelf door de eeuwen heen gelijk gebleven. Over de hele linie zijn we allen weliswaar ten prooi gevallen aan een geestelijke kaalslag, maar het betreft dan eerder de beleving dan de belijdenis.

 

?xml:namespace>

Dicht bij huis

Ik schreef dat het niet mijn bedoeling is uitvoerig in te gaan op uitspraken van allerlei beeldbepalende theologen. Dat neemt echter niet weg dat er namen vallen die vlakbij ons staan. Met name in de kring van de Vrijgemaakte kerken en binnen onze eigen kerken voltrekken zich blijkens deze studie schokkende processen en ingrijpende veranderingen. U herinnert zich vast nog wel de naam van dr. S. Paas. Ik heb meermalen in deze rubriek gewezen op gevaarlijke  uitspraken. Het gaat mij om die uitspraken en stellig niet over de persoon. Recent is er in Vrijgemaakte kring zelfs onrust ontstaan over een benoeming aan de TUK. Wijnants handelt uitvoerig over de inzichten van Paas. Het is belangrijk om eens na te lezen wat hier dan gesignaleerd wordt. Ik betreur het dat dit binnen onze eigen kerken en gemeenten nauwelijks is gebeurd. Paas was een geziene gast in de kerkelijke literatuur die onder ons circuleert. Ik vind het tekenend dat wij als kerken gezwegen hebben.

Ik keek zelf vooral op van wat ik las betreffende Paas op bladzijde 28. Daar vinden we het volgende: "Paas vertelt dat hij (.....)toen nog vast overtuigd was van de historiciteit van de zes scheppingsdagen. Maar daar is Paas anders over gaan denken”.  Het blijkt dan dat er geen directe relatie is tussen de tekst van het eerste Bijbelhoofdstuk en de werkelijkheid die erin wordt beschreven (29).

Het is toch op zijn minst een goede bijdrage aan de discussie als Wijnants de vraag stelt: "Maar hoe weet Paas dat nu zo zeker?”

Het is de laatste tijd steeds meer gebruik geworden om alle dingen toe te dekken. Dat was jarenlang in Vrijgemaakte  kringen anders. Toen in onze kerken vrije geluiden gehoord werden over Genesis 1-3, was dat voor Vrijgemaakte Deputaten Eenheid genoeg om sceptisch en wantrouwend te staan tegenover onze kerken. Het is nu echter zo dat Vrijgemaakten een inhaalslag hebben bewerkt. Ik moet nu vrezen dat theologische oprispingen samen spannen met dezelfde verschijnselen bij ons, zodat deze factoren de wederzijdse toenadering alleen maar versnellen. Er is nu een brede stroom van gewijzigde meningen, die binnen de GKV en de CGK leven, mede nog versterkt door gedachten vanuit de NGK (Ned. Geref. Kerken), die zich verbreedt en ons allen dreigt mee te sleuren. Dat is zorgelijk voor onze kerken, voor onze gemeenten, voor onze leden.

 

?xml:namespace>

Klare wijn

In een volgend artikel wil ik nader ingaan op veelzeggende zinsneden uit dit boek. Het zijn soms wat rebelse en gedurfde uitspraken. Het valt me bij regeringswoordvoerders vaak op, dat men in verhullende zinnen precies zegt wat iedereen horen wil. De meest platvloerse clichés vloeien moeiteloos uit hun mond. Artikelen en preken vertonen soms hetzelfde manco; er worden dingen gezegd die algemeen zijn, niemand pijn doen en de mening van de massa bevestigen. Dat doet Wijnants niet. Hij draagt meermalen ideeën aan, die je doen  nadenken over de dingen. Hij stelt terecht vraagtekens achter hetgeen iedereen gelooft en zegt. Zoals Luther dat ook al deed en vele anderen met hem. Het zijn vooral deze uitspraken, die geschiedenis hebben geschreven en die later bleken juist te zijn.

Ik ben heel gelukkig met de directe manier van schrijven. Direct in die zin dat iedereen onmiddellijk begrijpt dat er iets gezegd wordt en wat er gezegd wordt. Ook dat hier juist iets anders gezegd wordt dan datgene wat we elke dag horen.

Wijnants typeert de Postmoderne stijl: hun argumentatie is buitengewoon ingewikkeld, zij maken gebruik van een ondoorzichtig, versluierend en verhullend taalgebruik;  "hun geschriften hebben vaak een hoog gehalte van ik-bedoel-niet-dit, ik-bedoel-niet-dat, het-is-niet-zus, het-is-niet-zo”. Aldus niet de stijl van dit boek.

Ik geef een paar voorbeelden: "Waarom zijn juist dominees zo ontvankelijk voor het Darwinisme? Wat is er  toch aan de hand?” (pag. 9). "Het Postmodernisme wordt gekenmerkt door een buitengewone tolerantie, behalve tegen de orthodoxe christenen….” (10). "Een postmodern theoloog zal zeggen: Het is wel waar, maar niet echt gebeurd” (10). "Postmoderne theologie is een wolf in schaapskleren”(12).

"Maar er bestaat helemaal geen wetenschappelijk wereldbeeld”(13). Daartegenover: "Maar vinden we in de Bijbel eigenlijk wel een wereldbeeld?”(116). Ik zou zo door kunnen gaan. Deze enkele zinnen prikkelen tot nadenken, bijna tot tegenspraak. IJzer scherpt men met ijzer.

Ik laat het hier nu bij. Het gaat er nu maar om dat ú de klok hebt horen luiden en dat u de oproep hebt verstaan. Ontwaakt, gij die slaapt! Laat vooral dit mogen leven: "Door het geloof verstaan wij dat de wereld door het Woord Gods is toebereid…”(Hebr.11:3a). Laat dat geloof bij u en mij gevonden worden. Geen wetenschap, maar geloof!

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

KLOKKENLUIDERS  (2)

Enkele thema’s uit het door mij in het vorige nummer besproken boek: God of Darwin, wil ik nu nader bezien. Laat ik eerst voor de geïnteresseerde lezer vermelden hoe men het boek van Wijnands in zijn bezit kan krijgen. U kunt het in de boekhandel bestellen (uitgeverij Ipenburg, Elburg; ISBN/EAN 978-90-70105-08-2).  

 

?xml:namespace>

tijdbetrokken

Belangrijk lijkt me wat er gezegd wordt over de tijdbetrokkenheid van het Woord van God. We verstaan daaronder dat de Bijbel spreekt in de taal van zijn tijd. Die tijd was vanzelfsprekend totaal anders dan de onze. Ik geef een voorbeeld. In de Bijbelse tijd had iedere Israëliet landbezit en vee. Er waren nauwelijks andere bestaansmiddelen, waarvan mensen konden leven. Dat is in deze dagen heel anders. Er is nu een veelheid van handel en industrie, er zijn banken en er zijn moderne media, enz. Verstaan stedelingen de taal van de landman nog? Kunnen ze de Bijbel op dit punt nog begrijpen? Weten wij nog waarom een os graag wilde dorsen, begrijpen wij dat de oosterling het land moest ploegen met dieren en beperkte middelen en ook dat dit gevolgen had voor het onkruid op de akkers? Wat is een onbandige koe en wat hebben koeien te maken met Basan? (ten bewijs: de spellingcontrole van Word wil hier liever het woord "onhandig” gebruiken!). Ook als het gaat over kleding, kunnen we constateren dat men zich heel anders kleedde dan wij nu in deze tijd. Soms lijkt een begrip op geen enkele manier meer duidelijk te zijn voor mensen in andere culturen. Zo had men een eens probleem toen men in de taal van de Eskimo’s moest vertalen wat de Heere zegt: Ik ben de goede Herder. Eskimo’s weten niet wat een schaap is en nog minder wat het beroep van een herder voorstelt. Men heeft toen in plaats van een schaap gesproken over een zeehond (naar ik meen). Twee geheel verschillende culturen. Men zou hieruit de conclusie kunnen trekken dat de Bijbel voor ons in heel andere begrippen spreekt. 

De moderne theologie is hiermee aan de haal gegaan. Allerlei teksten en regels golden voor die tijd en men begreep deze destijds ook, maar voor ons hebben deze geen functie meer. Dat alles is niet meer van deze tijd. U begrijpt het gevaar. In de tijd van de Bijbel was de vrouw in de cultuur van die dagen volkomen ongeschikt aan de man. Ze werd overal van uitgesloten. Dat hoorde toen zo, maar dat is nu anders, zegt men. Dus moeten wij de positie van de vrouw nu invullen vanuit opvattingen die nù gelden. Derhalve geen bezwaar tegen de vrouw in het ambt. Een ander voorbeeld: In Bijbelse tijden speelde vooral de vraag van de  vergeving der zonden. Daarmee heeft dan de zoendood van Christus te maken. Tegenwoordig (u hoort dat vaak zeggen) gaat het niet meer zozeer om die vraag. Het gaat nu meer om de vraag of er wel een God is. Men spreekt ook wel van een ander taalveld. Men wil nu deze begrippen gaan vertalen naar onze tijd toe. Ook het dragen van een broek door vrouwen komt hierdoor in een ander licht te staan. In Bijbelse tijden bestonden er geen broeken, zelfs geen rokken zoals wij deze nu kennen. Mannen en vrouwen droegen een lang kleed tot op de voeten. Deze tekst heeft dus in onze situatie voor ons geen betekenis meer. Er was niet dat specifieke verschil tussen mannen- en vrouwenkleren zoals wij dat nu kennen. Wie zo redeneert heeft het begrip "tijdbetrokken” losgelaten en zegt voortaan dat de Bijbel : tijdgebonden”  is. Wijnands wijst terecht op het verschil tussen deze beide begrippen. Hij zegt ook terecht dat de Bijbel wel tijdbetrokken is, maar niet tijdgebonden.

U zult sommige gedachten herkennen. Ook onder ons werd het normaal gevonden dat het dragen van een broek door vrouwen of een hoed van geen betekenis meer werd toegekend vanwege de veranderde tijden. Men heeft te weinig beseft dat hier een precedentwerking van uitging.

Op dezelfde manier gaat nu ook de postmoderne mens om met het Woord van God. Homoseksualiteit wordt ook op deze wijze beoordeeld. Zoals deze leefwijze destijds in de dagen van Abraham en Paulus bestond, wordt het veroordeeld, maar nú gaat het om heel iets anders; zoals het nu onder ons leeft, is het acceptabel omdat het gaat om een heel beschaafde variant. De prediking der verzoening hebben velen ook opgegeven, want het was iets van díe tijd en díe mensen. Wij hebben nu ook andere opvattingen over het huwelijk dan de mensen toen. Dus de regels van toen kunt u niet overbrengen op onze tijd. Velen hebben een heel andere Bijbel en veel mensen horen heel andere preken. Dit betekent voor de schepping dat we Genesis 1 t/m 11 moeten ontdoen van de ballast van een verouderd wereldbeeld (zoals men zegt) om het daarna te herinterpreteren voor de postmoderne mens.

 

?xml:namespace>

eenvoudig

Maar dat is in ingewikkelde zaak. Niet iedereen kan daarmee omgaan. Begrijpt u? We raken zo ook de eenvoud van Gods Woord kwijt.  Bijbellezen wordt een zaak die feitelijk alleen de geleerden en de theologen verstaan. De eenvoudige lezer is het niet toevertrouwd. Dat lijkt wel Rooms. Ook Rome heeft het altijd, in een andere contekst, zo gezegd. De Reformatie heeft daarentegen altijd beleden dat het Woord eenvoudig is. Dat is één van de eigenschappen van de Heilige Schrift. Sterker nog: de eenvoudigen kunnen de stem van de Heere het best verstaan (Matth.11:25). En ja, ook wij stellen wel dat de mens de woorden van de Bijbel niet begrijpt. Maar we bedoelen dan de natuurlijke mens, voor wie Gods Woord spreekt over een dwaasheid (1 Cor.2:14). Men begrijpt het niet, niet omdat de Bijbel een moeilijk boek is, maar omdat de Bijbel een geestelijk boek is. Het is dus eigenlijk zo: ook al is Gods Woord geschreven in gewoon Hollands, het moet ook dan nog vertaald worden in de begrippentaal van de 21e eeuw. En daar zouden we dan uitleggers als Paas en de Bruyne en Knevel voor nodig hebben. Deze visie wijzen we met Wijnands af.

Het is een groot wonder dat juist ook heel moderne mensen, als zij gegrepen werden door de Heilige Geest en Zijn bediening, onmiddellijk aanvoelen dat het in die oude bladzijden juist gaat om hén en om ook hun tijd. Dan vallen er vraagtekens weg en lijkt de tekst als voor hen geschreven. Het volk Gods van alle tijden heeft nooit last gehad van de dubbele kloof van de tijd en de cultuur.

U zou echter de vraag kunnen stellen: ook in onze schriftopvatting menen we toch dat een dominee moet studeren op de tekst en ook dat hij gestudeerd moet hebben om de tekst te kunnen verklaren aan de gemeente? Is dat eigenlijk niet hetzelfde?

Het lijkt er wel op, maar dat is toch niet zo. De rechte prediking gaat er niet van uit, dat de eigenlijke tekst van de Bijbel geen feitelijkheden beschrijft. Het is ook niet zo dat nauwkeurige exegese de tekst pas echt verstaanbaar maakt. Anders zou Bijbellezen aan tafel ook geen zin hebben. In de prediking wordt Gods Woord náder toegelicht en wordt het vooral ook toegesneden en toegepast op de mens van alle tijden. Die nadere toelichting is nuttig, maar het is en blijft het uitgangspunt dat de Bijbel eenvoudig is. Zo zien we dan dat de postmoderne exegeet terugkeert naar de Roomse dwaling ten aanzien van Gods Woord. Of, dat is een andere mogelijkheid, dat hij hetzelfde doet als de doperse uitlegger. Deze gaat er namelijk van uit (en Wijnands noemt dit ook) dat er een letterlijke verklaring van de Bijbel is én dat er daarna een diepere verklaring is. Om dat laatste gaat het. David nam dan wel vijf gladde stenen uit de beek, maar deze krijgen pas betekenis als we die stenen één voor één benoemen. Elke steen krijgt zo een geestelijke betekenis toegekend. We mogen en moeten wel altijd zoeken naar de diepe geestelijke betekenis van een tekst, maar deze vinden we alleen als we uitgaan van de letterlijke betekenis. Op die manier wordt de Bijbel niet vergeestelijkt door ons, want de Bijbel ís een geestelijk boek. Ik denk dat ook onder ons wel voorstellingen leven waarin we de letterlijke betekenis verwaarlozen, maar daar heb ik het nu niet over. Er zijn derhalve heel veel mogelijkheden en manieren om de eenvoudige verstaanbaarheid van Gods Woord te bedekken en weg te nemen.

Er zijn dus opvattingen van heel uiteenlopende aard die ervan uitgaan dat de Bijbel hertaald moet worden. Als we het nu hebben over de visie van postmoderne theologen krijgen we een andere Bijbel, een andere wet, een andere Christus (Gal.1:6). Dit is een oude dwaling. Men gaat er van uit dat de tijdgeest de Bijbel bepaalt, terwijl het juist andersom moet zijn. Wijnands gaat op deze zaken in zijn boek uitgebreid in.

 

?xml:namespace>

geïnspireerd

ïnspireerd

De Bijbellezer van álle tijden heeft geworsteld met deze problemen. Rationalisme en Verlichting hebben al eeuwen geleden de Bijbel willen ontmythologiseren (Ritschl). Het nieuwe is nu echter dat men dezelfde pogingen onderneemt binnen onze Reformatorische kringen. Daarmee verliest deze haar laatste houvast en worden we overgeleverd aan de grillen van het modernisme. Dwalingen zijn minder nieuw dan we denken. Ze zijn ook minder wetenschappelijk dan we denken.  Wie zich de lessen van de catechisatie over de inspiratie nog kan herinneren, weet van de verschillende opvattingen. De één zegt dat alleen de leer is geïnspireerd; wat daaromheen staat, is ballast. De postmoderne uitlegger komt dicht in de buurt van deze oude opvatting. In de Rooms Katholieke kerk heersen met name drie opvattingen: er is inspiratie die voorafgaat aan elke vorm van menselijke arbeid; daarna is er een Geesteswerking die de schrijvers heeft behoed voor dwalingen; dat is een veel minder zwaar accent op de inspiratie. En tenslotte stelt men dat alleen een goedkeuring van de H. Geest achteraf al voldoende is; dat is de zwakste vorm. Rome houdt zich vooral aan de tweede variant.

Wijnands heeft het ook over begrippen die onder ons meer bekend zijn. Hij erkent dat de mechanische inspiratie ( de Bijbel is gedicteerd door de Heilige Geest) te weinig rekent met de menselijke totstandkoming van de Bijbeltekst. Van meer belang is wat hij zegt over de organische inspiratieleer. Deze is het meest algemeen in onze kringen. Hij is van mening dat hierbij de menselijke factor een te zwaar accent krijgt. Deze visie gaat ervan uit dat de Heilige Geest gebruik heeft gemaakt van de kennis, de aard en de achtergronden van de schrijvers. Geen dictaat, maar een eigen inbreng toegekend aan de Bijbelschrijvers. Graafland heeft lang geleden hetzelfde gezegd van de inspiratieopvattingen van Bavinck. We zullen er goed aan doen om deze opmerkingen te onthouden en te overwegen.

Hebben we ons pad nu voldoende vrijgemaakt van allerlei kritische visies op de Bijbel? Dat kan zo niet worden gesteld. De vragen die moderne uitleggers bezig houden, komen ook op u en mij af en we kunnen daar evengoed van wakker liggen. Maar we gaan daar hopelijk anders mee om. We gaan er ten eerste van uit dat wij niet alles hoeven te begrijpen. Verder moeten we bedenken dat God werkelijk almachtig is; Hij staat ook boven de natuurwetten. Ten derde keren we de rollen om: de "wetenschap” van nu moeten we evenzeer beoordelen als die uit de dagen van Paulus. "Waar is de wijze? Waar is de Schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?”(1 Cor.1:20). Dit kan geen verstandelijke beschouwing zijn, want dan zullen we ook ooit onze vastigheden verliezen. Dit kan alleen gezegd worden door het geloof. En dat levend geloof is voor ieder van ons nodig. Met minder kan het niet!

Ieder staat voor de keus: Bepaalt de moderne tijd wat de Bijbel zeggen mag, of bepaalt de Bijbel wat de moderne mens zeggen kan? Lees ik de Bijbel of leest de Bijbel mij? Staat Gods Woord in de Bijbel of ís de Bijbel Gods Woord? Het zijn de vragen die in alle tijden mensen hebben bezig gehouden. Alleen de Heilige Geest het antwoord geven. Hij zal, naar de belofte van Christus, in àl de waarheid leiden. Die belofte geldt ook nu nog. Daarmee ook de waarschuwing: niets afdoen of toedoen!

                                                                                                                                                                     

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>

 

?xml:namespace>