Pargr. 31

DE HEILIGE DRIEËENHEID

(213) 
In aanleg reeds in OT geleerd: Elohim (Hebr. meervoud): volheid van Goddelijk leven. 
Verder in het OT: het Woord (de wijsheid Gods) > Christus; ook de Geest Gods (schepping en onderhouding).
JAHWE: de God des verbonds; 
Malak Jahwe: de Engel des Heeren, 
de Geest Gods.
Zie verder: Numm.6:24-26 (zegenbede). Teksten die spreken van een zelfonderscheiding in God: Gen. 19:24; Ps. 45:8; 110:1; Hosea 1:7; zie verder Ps. 33:6; Jes. 61:1 eap.

(214)
Philo: mengsel van Platonische ideeenleer, Stoische logosleer en OT- ische wijsheidsleer.
Dualisme van God en de wereld. Tussen God en de wereld de ideeen, de paradigmata, waardoor God in de wereld werken kan. Ideeen vinden hun eenheid in de logos (tussenwezen).
OT kent geen tegenstelling tussen God en de wereld. Verder is het Woord niet een eigenschap van God, maar een gesproken Woord. De tussenwezens hebben geen soteriolgische betekenis.

(215)
Het NT leert eveneens de eenheid Gods (Joh.17:3). Feiten van vleeswording en uitstorting.
Jahwe: Kurios, meer nog: Pater (Grieks). 
Vleeswording is vervulling van profetie en schaduw. 
Uitstorting vervult de belofte daaromtrent.

Gegevens uit NT: geboorte Van Jezus (Luk. 1:35); Zijn doop (Matth.3:16); Zijn onderwijs is geheel trinitarisch.
1 Joh.5:7: twijfelachtig qua tekstkritische echtheid.

VADER: welbehagen, voorkennis, verkiezing, macht, liefde, koninkrijk;
ZOON: middelaarschap, verzoening, zaligheid, genade, wijsheid en gerechtigheid;
HEILIGE GEEST: wedergeboorte, vernieuwing, heiligmaking, gemeenschap.


(216)
Relaties tot elkaar:

VADER:
Van de mens, van Israel, met name van de Zoon (Patera tou idiou > Zijn eigen Vader), Joh.5:18); Zie verder Joh.1:14 (eeuwigheid) en 14:6-13.

ZOON:
Logos > God doet alles in schepping en herschepping door het Woord. 
Joh.1:1 > En arch hn o Logos > in den beginne was het Woord; Hij was, niet: Hij werd. Hij was en kolpon tou patrou: in de schoot des Vaders. Andere naam: Zoon van God (aanduiding van rechters, engelen, koningen). 
Hebr.1:5 > afschijnsel en beeld. Ook Micha 5:1 > uitgangen van eeuwigheid. Hij is de geliefde, eigen, eniggeboren Zoon van God. Ook de eeuwige Zoon. 
Coll.1:5 > Ook genoemd het Beeld Gods (Coll.1:5) ((prwtotokos pashs ktisews > Eerstgeborene van alle creatuur), vóór het schepsel, geboren, niet gemaakt.

HEILIGE GEEST:
Wind, adem. Uitgegaan van de Vader en de Zoon. Als persoon voorgesteld met persoonlijke vermogens: bedroeven, tegenstaan, onderzoeken, oordelen, spreken, horen, leren.
Wordt vereenzelvigd met God. Goddelijke eigenschappen (eeuwigheid, alomtegenwoordigheid, enz); ook Goddelijke werken, zoals scheppen en herscheppen.
Verhouding tot Christus als die van Christus tot de Vader.

(218)
APOSTOLISCHE VADERS: Weinig ontwikkeld. Opkomst van de gnosis deed dieper nadenken.
APOLOGETEN hebben nog wel feilen in hun conceptie. M.n. drie namen: Irenaeus (strijd tegen de Gnostiek); Tertullianus (eenheid en drieheid); Origines (subordinatianisme).

(219)
Athanasius: strijder voor de leer der drieëenheid. Nadere ontvouwing. Hij beschouwde de triniteit als het hart van het Christendom.
Niet: drie delen van één geheel of drie namen voor één zaak.
Het Oosten wijkt alleen van het westen af inzake het filioque.

Augustinus: elke Persoon zo groot als de gehele Triniteit of Godheid; geen subordinatianisme.

(220) BESTRIJDING

ARINANISME: ontkende de praeexistentie en Godheid van Christus. Adoptiaanse Christologie.
Alles buiten de Vader is geschapen; Christus is wel eer, maar geen aanbidding waardig.
Schriftberoep: eenheid Gods (Deut.6:4); wording van de Zoon; ondergeschiktheid en onwetendheid (Mark.13:32; Joh.11:34).

SABELLIANISME: 
Monarchisme > in Christus is de Vader geboren; Patripassianisme.
Vader, Zoon en Heilige Geest zijn namen voor één God in verschillende relaties.
Modalisme leert historische successie in de openbaring Gods.

Arianisme:
Leerde ook het subordinatianisme: de Zoon is minder dan de Vader. Zo velen, o.a.: Tertullianus, Origines, Justinus. 
Later zo de Remonstranten, Socinianen, Groninger theologen, Rationalisten; ook Ritschl.

Sabellianisme:
Geen onderscheid tussen de personen. Drie openbaringsmodi. Komt later terug in het Anabaptisme: tijdperk van de Geest na die van de Vader en de Zoon.
Ook Zinzendorf bestreed de leer der orthodoxie.

(222)
Schriftuurlijke leer: ontologische triniteit.
Aanduidingen zijn niet rechtstreeks aan de HS. Ontleend; Tertullianus bezigde termen als essentia of substantie (wezen) en persona of subsistentia voor persoon.

UNA SUBSTANTIA, TRES PERSONAE.
De personen zijn niet divisi (gescheiden), wel distincti (onderscheiden).

(223)
Persoon: Grieken spreken van  proswpon; Latijn: persona > zelfstandigheid (upostasis).

(224). 
Verhouding tussen de personen:
Elke persoon is gelijk aan het ganse wezen en evenveel als de drie personen samen.
Het onderscheid bestond niet in enige substantie, maar in de relatie.

(225)
De eerste Persoon:
Aanvankelijk genoemd  aggenhtos. Beter de Bijbelse naam Vader. 
NB: de eeuwigheid van de Vader brengt de eeuwigheid van de Zoon mee.

(226)
De tweede Persoon:
Filiatio. In God is een volheid van leven. Arianen spreken van creatio, niet van generatio. De Zoon is echter geen schepsel (Rom.9:5).

(227)
De derde Persoon:
Persoonlijke eigenschap: ekporeusis of processio.
Bij de Heilige Geest werd de strijd vooral gevoerd over Zijn persoonlijkheid en niet zozeer over Zijn Godheid, zoals bij de tweede Persoon.
Tegenstanders: de naam God komt voor de HG niet voor. Geen aanbidding vereist. Een kracht of gave Gods.
Andere teksten verklaart men als personificaties.
De Geest is subjectief principe van alle heil.

(228)
FILIOQUE
Athanasius leerde het nog niet. Oosten leerde wel: uit de Vader door de Zoon. Westen ging echter een stap verder.
Griekse orthodoxie leert feitelijk twee wegen tot de Vader (Orthodoxie en Mysticisme).

(229)
opera ad extra sunt indivisa. Zie de praepositiones distinctionales (ek, dia, en (1 Cor.8:6; Joh.1:3,14 en Ef. 4:6).

(230)
Getal drie van grote betekenis. Hemel, aarde, onder de aarde. Drie ambten, drie kruisen, enz.