EEN HALVE EEUW CHRISTELIJK GEREFORMEERD
 
 
Twee jaar geleden hield ik een lezing voor de Calvijnkring over: een halve eeuw Christelijk Gerefoirmeerd. Hieronder treft u daarvan een weergave daarvan aan.
Eerst een korte samenvatting van de secretaris, daarna de lezing zelf. Maar deze is uiterst schetsmatig van opstelling.
U moet bij de aantyekeningen volledige zinnen voegen, in gedachten. Het zal enige inspanniong vragen. Maar de geinteresserde lezer zal begrijpen wat ik bedoel.
Ik heb deze blezing met genoegen voorbereid en geef deze nu ook met genoegen door.
 
 

EEN HALVE EEUW KERKELIJKE ONTWIKKELINGEN  (VERSLAG SECRETARIS)

 

1. Theologie

 

Inleidend merkt br. Roos op, dat het vandaag een enkele minuut langer dag is dan gisteren. Niemand merkt het, maar over twee maanden zien we wat die dagelijkse minuten ten gevolge hebben. Zo is dat ook met kerkelijke en geestelijke wijzigingen.

Welke veranderingen zijn er geweest in deze halve eeuw?

Terloops worden Barth (senkrecht von Oben) en Kuitert (alles van boven komt van beneden) genoemd, die de kerkelijke wereld in Nederland hebben bepaald. Dat gebeurde mindersterk in de CGK (Chr. Geref. Kerken).

Onze kerken werden wel beïnvloed door Berkouwer en in meerdere mate door bijvoorbeeld Oosterhoff en Loonstra. In Dogmatisch opzicht vooral door van Genderen.

 

2. Prediking

 

Een onlangs verschenen herdenkingsuitgave van "De Levensbron” toont sprekend aan dat er veel veranderd is.

Er werd vijftig jaar geleden veel werk gemaakt van de preek. Exegese was erg belangrijk. Dit in tegenstelling tot de soms summiere en vluchtige wijze waarop preken nu gehouden worden. Ik grond mij voor dit oordeel op de reeds genoemde prekenserie.

De situatie was makkelijker dan nu. De gemeente toonde een sterkere interesse voor alles wat met kerk en prediking te maken had. Men ging er in de kerk voor zitten. Een stimulans voor de voorganger.

De Wisse-generatie trok veel mensen, ook van buiten onze kerken. Dit wordt met voorbeelden ondersteund.

De preken lijken in een bepaalde hoek van onze kerken meer marktgericht. Wat vraagt de moderne mens? Niet om daaraan toe te geven, maar om daarop in te spelen. In de gemeente speelt zich een proces van vervreemding en afdwaling af.

De preek wordt meer thematisch, gericht op actuele verschijnselen; diensten worden laagdrempelig en desondanks voelen mensen zich bij tijden unhappy in de kerk. Het is hun omgeving niet. Thema’s  als hel, rechtvaardiging en bekering hebben te lijden.

 

3. Geloofsleven

 

Het geestelijke leven stempelde de gemeente. Nu zijn sociale en sociologische lijnen duidelijker zichtbaar.

In een gemeente waren geestelijke mensen. Men kende hen. Zij straalden de vreze des Heeren uit. Kenmerkend was hun Bijbelkennis, maar ook hun kennis van het geestelijke leven en zelfs van het maatschappelijke leven. Alles bepaald vanuit de Schrift.

Het geestelijke leven verstilde enigermate daarna. Het wordt niet bepaald door identificatiefiguren. De gemeente als geheel heeft een duidelijker mening over de dingen. Meerderen dan voorheen vertonen geestelijke ritselingen, die echter ook sneller geneigd zijn te verdwijnen.

Mensen gaan niet meer zozeer ter kerke vanuit traditie en opvoeding. Er trad een vermenselijking (ten goede en ten kwade) op binnen het geestelijk beleven der dingen. Vroeger ziet men als de tijd van de "grote verhalen”.

 

4. Vorm en wezen

 

Leeft men thans meer vormelijk en wettisch? Misschien een vreemde vraag. Destijds was er authenticiteit en bestond er minder kramp. Als wezenlijke accenten minder worden, gaan we de vormen benadrukken. Dat zien we nu gebeuren.

Er was een generatie van leesbare brieven. Daarna kwamen er soms kopieën. Dit is niet zonder meer als een teruggang bedoeld. De tijd ging andere eisen stellen en beïnvloedde de kerk.

Uiterlijke zaken bepaalden toen de discussies minder dan nu. We verlangen er allemaal naar dat er meer inhoudelijk kon worden gesproken.

Het bezig zijn met de vormen, brengt gemakkelijk een verandering in de vormen teweeg. Dat zien we in de vorm van de preek, in de vorm van de kerkdienst, in de vorm van de kledij.  

Inzake de liturgie beleven we een experimentele fase. Vijftig jaar geleden was het gewoon zoals altijd, zonder afwijkende vormen. Daar zocht men de kracht niet in.

 

 

5. Verwereldlijking

 

De etalage van de wereld had vroeger minder aanbod. Muziek, media en film waren nog niet uit de kluiten gewassen. 

Het uitgaansleven, zoals wij dat kennen, bestond niet. Er was geen disco, wel een bioscoop, waartegen sterk gewaarschuwd werd. Er bestond geen eetcultuur en de mode bleef vrijwel buiten de kerkdeur. Daarvoor was geen geld beschikbaar. Een orgelconcert van Feike Asma was de attractie voor onze mensen.

Het is overbodig te zeggen dat dit radicaal veranderd is. Met name onze jeugd beleeft een sprankelend bestaan in deze 21e eeuw. Dat vervreemdt van de kerk en erger nog, van de Heere en Zijn dienst.

Er waren ook toen zonden, maar deze werden zo niet gezien. In de kerk werd gretig gerookt en niemand vond het erg. Een gezin had misschien een fles zoete Spaanse wijn en daar bleef het bij.

Het leven, ook in de wereld, was eenvoudiger. Wat niet wegneemt, dat er ook toen de verborgen kwaden en kwalen bestonden.

Er was nauwelijks sprake van verzuiling. Daartoe bestond geen strikte noodzaak.

Samenvattend kunnen we zeggen: omdat de wereld niet alleen veranderd is, maar ook zoveel meer variatie in het kwade te bieden heeft, is de eenvoud en de kerkelijke stijl van toen ver te zoeken.

 

6. Tenslotte is er de Evangelicalisering.

In mijn studententijd werd de Pinksterbeweging als en bedreiging gezien. Tegenwoordig zijn de grenzen met de Evangelische groepen vloeiender geworden.

Leden die Evangelisch denken, verlaten de kerk niet zo snel meer, maar blijven lid van de gemeente om daar de kerk meer Evangelisch te maken.

Br. Roos heeft hetgeen hier genoemd is, in zijn referaat met veel voorbeelden uitgewerkt. Het geheel riep vragen op, die we niet allemaal konden beantwoorden.

 

 

 

 

HALVE EEUW KERKELIJKE ONTWIKKELINGEN

 
SCHETS!

Inleiding:

1. vandaag enige minuten langer dan gisteren;

2. toen en nu: kerk, ook wereld anders; totaal andere situatie; oude lijnen en vormen nu niet meer terug te halen!?/ wel wezenlijke zaken terug!!

3. Aanpassen of conserveren? Praktisch: drempel, grens, muur (?), Amish;

 

In kerken:

 

1. Theologie:

Toen: Barth > senkrecht von Oben; alleen openb. in HS; wijst alle natuurl. theol. af;

Kuitert > horizontalisme; alles van beneden; geen enkele openb, zelfs geen natuurlijke;

Berkouwer geheel verdwenen, ongenoemd; itt HB;

vrb: H. Kraemer: kerntaak van de kerk ligt in de wereld, voordat  de waarheid, de zuivere leer en de bewaring vd kerk wordt geoemd; Kraemer en Kremer!

Nu:

CGK hierdoor sterk beïnvloed? weinig theol. reflectie? wel incidenteel:

Moderne invloeden in CGK (Oosterhoff, Rebel cs., Loonstra); standaard: van Genderen;

in GKN passim; in GKV zelfs!

In GG die beweging niet! Eerder: stap terug!

Geref. Bond? Analoge ontwikkeling als de CGK?

Geref. Conf. Beraad, BhP, enz.

Barth is de grondlegger van de zogenoemde dialectische theologie. De belangrijkste aanzetten voor deze theologie ontwikkelde Barth in zijn commentaar op de Romeinenbrief van 1921. Kenmerkend voor zijn theologie is de uitdrukking: Senkrecht von Oben (Loodrecht/verticaal van boven). God openbaart zich loodrecht van boven en alleen in die openbaring is God te ontmoeten. Centraal in deze openbaring staat Jezus Christus. Daarbij kan alleen de bijbel de bron van de Godskennis zijn. Hij wijst alle andere wegen van Godskennis af. Die zijn volgens hem vormen van natuurlijke theologie. Ook belangrijk is dat in zijn theologie geen enkele menselijke capaciteit een rol speelt in het verkrijgen van Godskennis. Alles wat een mens over God te weten komt is louter uit genade.

 

Kuitert is een vertegenwoordiger van de moderne theologie (zie ook: modernisme). In zijn werk gaat hij uit van de stelling dat alles wat over Boven gezegd wordt van beneden komt: eerst waren er mensen en toen religie en toen goden en God. Hiermee huldigt hij als theologisch beginsel, dat religie - ook het christelijke geloof - een menselijke constructie is, een erfenis afkomstig van verre voorouders, die met behulp van hun verbeelding betekenis verleenden aan een wereld die uit zichzelf geen betekenis meebrengt. Ook het christendom is voor hem een traditie waarvan de waarde is gelegen in de zin die het aan het leven verleent. Geloofsvoorstellingen voor waar houden ziet hij als een misverstand, mensen (voorouders) legden zichzelf en hun wereld ermee uit. Theologie is, met andere woorden, een vorm van hermeneutiek. Deze antropologische benadering beschouwt dan therapie: ook de verschillende godsdiensten aan elkaar, wat status betreft, gelijkwaardig.

Therapie: Timotheus (1T1:10; 4:6,16; 6:1,3; 2T3:10; 4:3; Titus (1:9;2:1) ;

 

2. Prediking:          

Toen:

Herdenkingsbundel Uit de Levensbron;

1. Geen drs, geen studieverlof, wel exegese in de generatie van Kremer etc; exegese en dogmatiek (cgk) mede bepalend;

studiemateriaal overzichtelijker; minder klacht over te moeilijk;

verklaring stond hoog;

Weg van Gods Kerk geen schema, wel leidraad; sterker onderscheidend;

2. haast natuurl. belangstelling voor de preek, het beginsel, de theol. markt! Minder gejaagd > tussenzang; geen zandloper; geen andere zondagsbesteding immers? Jeugd….

Kerk was een thuis voor de gemeente; men ging ervoor zitten;

Stimulans voor de voorganger;

predikant: waardig, deftig, vOosterzee, autoriteit, kanseltaal, "ambtelijke” kledij;

CG prediking timmerde aan de weg, trok mensen; vooral de Wisse-generatie; bijvoorbeeld: de Gouwe in Gouda…; 

Nu:

Wel behouden, maar: zoveel te meer veranderd als in de theologie:

1. Levensbron > Flodderstijl soms; weinig studie (of andere bestudering?); slechte en zwakke exegese; marktgericht; thematische prediking;

open vensters, Laagdrempeligheid; oorzaak dat Cat. preek verdwijnt;

2. Gemeente > proces van afdwaling en afdrijving; van Ekeris; wel motieven zoals traditie en de familie, geen innerlijke drijfveren meer? Zie rond HA;

Waarneembaar: mensen die zich unhappy voelen in de kerk;

3. Voorganger dreigt te worden: vlotte jongen, voornaamcultuur (Jaarboek, de Wekker, zeg maar Piet), meer thematische preek; vooral vanuit een maatschappelijk thema en relevantie; verkleutering (beeldend preken); lang niet algemeen; inspelend op waan van de dag (ervaringscultuur);

Vluchtig karakter vanwege de tijdsaanpassing; in deze kring niet het geval;

Inhoudelijke thema’s hebben te lijden: hel, wet, oordeel, rechtvaardiging (!); denk aan JohdD, Jezus, Jeremia, Elia, > Kohlbrugge, Luther, de Cock, > Veldman!

Therapie:

Klaagl.3 : wederkeren, roep der profeten; ontwaken; stof in 7 gemeenten: welke van de zeven?

Laodicea: vlijmscherpe ontmaskering (6 kwalen); ook: 3x raad, aanbod, belofte;

Indien daar alleen tweede deel? Of: eerste deel? Vrbb Joh.6, Hand.4!

 

3. Geloofsleven:

Vermenselijking in de kerk, H.Geest?

Toen:

- Er waren geestelijke mensen, godzalige mensen; zeer aantrekklijk, ook voor kinderen;

Woorden en daden; Singelkerk (naspreken); Merkbaar aan HA; Zwijndrechtse kerkenraad bleef uur na; meer spontane broederschap; na de dienst in Naarden; ook nabij leven, mystieke vroomheid (de Heere sprak [realis en verbalis, Strijbis]); rond beroep Zwijndrecht;

- Oude vromen: breed georiënteerd; levenswijsheid; Bijbelkennis en dogmatische en bevindelijke bagage;  Bok, van Ledden, Bergeyk, Wisman, Koole, enz. geen wetenschap, wel wijsheid; Je kon als kind tegen mensen opzien; wervende kracht naar de wereld;

- Vooral: toeleidende weg, bekommerde mensen, groei en voortgang;

Nadelen: onbekeerden minder aandacht? Bekeringsmodellen?

Nu:

Terugtrekking Hgeest (beeld van een huis in de nacht met dichte gordijnen, tweeerlei verduistering);

Geestelijke gesprekken verstild, in N en Z; gemeenten nu sterker in sociale verbanden; vooral ook kwalijke verdeeldheid;

Vooral: toen sterke geloofsspontaneïteit; tgw: opgelegd, geforceerd, minder authentiek,

tgw. zo veel schamelheid in de kerk; geen krachtfiguren??  I.p.v. geestelijke mensen nu meer deskundigheid gezocht?

Gebrek aan overtuiging hiermee verbandhoudend?  Postmodernisme?

Begeleidend verschijnsel: occultisme, spiritualiteit;

Therapie: Efeze (Openb.2);

 

4. Vorm en wezen

Toen:

Opmerkelijk: nu soms meer vormelijk en wettisch als destijds; thuis werd Johannes de Heer gezongen en Barend de Graaf gelezen; Geestesbediening verlost van wettische krampen; minder veruitwendigd spreken over christenen; men lette op geestelijke kenmerken; 

Toen levensstijl ook minder krampachtig omdat hoeden ook in de wereld gebruikt werden;

Meer vrouwen droegen rokken; haardracht toen wel meer stereotiep!

Zondag kreeg zwaarder accent als nu. Hooikisten voor de voeding, vaat verschoven naar de maandag; geen handwerken op zondag; vervoer naar de kerk.

Nu:

- Na deze generatie van de leesbare brieven kwam verschijnsel van de copieën. Je zag dan een kerkenraad met redelijke jonge mensen, maar met wat opgelegde en afgezakte vormen, zeker fanatisme; groepsdenken; separartisme, (Daan Kl);

Overgangsvorm begrijpelijk. Tracht te verklaren (Driesse).

- Als derde golf ontstond toen als reactie de groepering van de rekkelijkheid, uiterlijke aanpassing, de oppervlakkige aanpassing, de glijdende schaal. Merkbaar wb NV, rhytmisch zingen, dus allerlei aanpassingen;  daarentegen ook anders: Nieuwe Vertaling!

De vierde lijn kreeg, ook als reactie weer, een evangelische gerichtheid met een radikalere inslag.

Daarna vernieuwingsdrang > rituelen en beeldcultuur;

Veel kerkelijke strijdpunten over vormen; kledij (vanwege de wereldse stijl),

Opmerkelijk: gemeenten alg. zwart gekleed; ook alg. wit!

Nog weer later: alghele loslating van vormen (twee gemeenten, nu vrijwel geen hoed);

massa-denken, sterk gecodeerd >  consilia en praecepta (gedragscode, denkcode, preekcode, kledingcode);

therapie:

vormen beklemtonen? Bepalend voor wezen? In de buurt van de bekers vd Farizeen;

toch ook wel: 1 Cor.11;

chr. deugden (HB > eerlijkheid, barmhartigheid, reinheid, volharding, zlefverloochening, kruisdragen;

 

- therapie: a. fout > conservatief = verstarring; b. eventueel: grijp terug op oudere vormen (tussenzang) als een mix, afwisseling; c. voornaamste: wezen uitdiepen! e. experiment per definitie een ramp;

 

5. Verwereldlijking: verhouding kerk en wereld;

Toen:

maatschappij kerk/geloofsvriendelijker;

Etalage vd wereld niet zo vol attracties (TV, Radio, internet, disco); kerk was een factor; volk was een gedoopte natie;

muziek: wel volksmuziek (Klok van Arnemuiden), maar geen pop en gospel; luxe en weelde waren zeldzaam;

Er was zeker geen uitgaansleven; geen eetcultuur; geen feesten, geen modetrends; wel orgelconcerten Asma.

Waar antithese? > Hollywood en bioscoop (!); de stad; doorbraak;

Levensstijl meer controleerbaar: mast op dak (nu: schotel); 

eenvoud in kleding, lifestyle (wijn), kerkbouw, salariëring, inrichting (CV en kachel in april), consumptief gedrag, vreemdelingschap (?),       

Opmerkelijk: roken, zeer algemeen; niet door dames;

Er was geen stricte Refozuil; leunden aan tegen GKN (?); bijv: maatschappelijke instellingen (Rotterdammer, Trouw, CNV, NCRV, Geref. Instellingen [Veldwijk], diakonessenhuis) samen met alle Protestanten, vooral Gereformeerden; theologie (Bottenburg, Korte Verkl., Berkouwer, etc);

Fronten: tegen RK , de GKN, de KV, GG; kerkmuren binnen Geref. Gezindte hoger (NHK, GKN, art31; veel vrije OGG);

Nu:

Etalage overvol; mogelijk door welvaart; credietmaatschappij; invloed media, vooral ook de PERS (achter het nieuws, Netwerk, Paul en Witteman, Knevel en vd Brink)!! Studie en opleiding;

Verslaving! > alles verslaaft?

vrbb: drank (voorheen ook: Veluwe), tabak (Zwijndrecht), eetgewoonten; kledij (luxe verkeerd? Ivm spijkerbroek, enz), make-up (schoonheidsspecalisten, naaktcultuur), woontrends, [mob.] telefoon);  

innerl. verwereldlijking > moralisme, demonisering (in politiek), gezinsbeleid, opvoeding, materialisme, egotrippers, eigen belangen;

therapie:

antithese? Of inspelen op trends?

 

6. Evangelicalisering

Toen:

goede harmonie tussen blijdschap en droefheid, wet en evangelie. Geen gezicht in de  plooi, maar juist opgewekte, vriendelijke en oormoedige uitstraling. Bedruktheid leefde in de kring van de bekommerden. Maar er waren ruime aantallen van bevestigde christenen.

Nu:

kansen voor Evang. Invloeden vanwege geestelijke verschaling in kerk; spontaneiteit, zekerheid, openheid, rust minder zichtbaar; 

Ook andere verklaring: accenten op innerlijkheid bij Pinkstergemeenten houden verband met bevindelijke stromingen onder ons;

evangelisch georienteerde christenen blijven lid van de kerk; schaduwkanten van deze beweging komen onmiskenbaar boven drijven. Of een goede ontwikkeling?

Immers: het goede verenigen van beide richtingen (kerk en groep);

Helaas: Groeiende afstand waar te nemen met de Confessie. Symptomen spreken duidelijk. Wilt u dat echt? Vraag u dat ernstig af.

Samensmelting aanvaardbaar? Jij daar; EO; Willowcreek;

Dr. Palsir: Ontbolstering, afbladdering van het Gereformeerdendom (hij ziet het als een intellectueel omgaan met de HS); tgw. meer ervaring. Hij heeft geen bezwaar.

- therapie: 1. elders in de wereld juist wel!; 2. HC ook ervaring, maar anders; 3. Evangelicalisme bladdert ook af, dus wat blijft?  4. Vraag: is gereformeerd denken anders dan Bijbels denken?

 

7. Lichtpunten?

Jonge mensen, in kerrkenraden en gemeenten;

Mindere motivatie vanuit traditie, meer bewust en zelfstandig denken; kan voordeel zijn;

Eenheid stap dichterbij?

Wereld duidelijker geworden; kan goede gevolgen hebben;

meer openheid en bekendheid; kat in donker; "noodhuwelijk”; toch geen vergelijk met nu;

Verzuiling, segregatie:

 

 

8. Reactie?

Oorzaak van deze ontwikkelingen? In kerk van toen of van nu?

 

Oppassen: er zijn nog wel goede dingen;

Integendeel: de nood peilen, tot op de bodem;

In die weg: wederkeer;

 

 

VERANDERINGEN in maatschappij

 

A. Intellektualisering

1. Kennismaatschappij; daardoor kritische vragen richting kerk en Bijbel; smart vermeerderd;

2. Tegenbeweging: verkleutering in de kerk (preken [leerrede], versimpeling, te moeilijk, geen kennis???

Destijds: geen intell. ontwikkeling (0nderwijs), daardoor vatbaar voor leiders; opmerkelijk:

3. als reactie hierop: ervaringsdrang; mystiek opgeroepen door rationalisme; occultisme, drank en drugs; spiritisme; Oosterse religies;

4. geen praktijkkennis; geen handenarbeid en praktische knowhow;

5. Groeiende kloof ouderen (minder opgeleid) en jongeren (onderwijs); destijds: aschterstand qua kennis, nu op terrein van digitalisering;

6. Intell. en sociale uitval > gehandicapten, probleemkinderen……; meer kwalen benoemd (autisme) en maatschappij ingewikkelder geworden!

 

B. Emancipatie

Destijds: klassenmaatschappij; boeren en arbeiders; proletariaat; industriëlen;

1. Arbeiders (Marx), steuntrekkers, fraudegevoelig; Socialisme; moeite van de werkgevers; 

armen (nieuwe bevoorrechten > PvdA, sociaal besef), ondanks groeiende armoede;

2. vd vrouw

destijds: Bijbelse lijnen; huismoeders; huwelijken minder kwetsbaar; huw.formulier vertolkt;

Nu: feminisme rond jaren ’60 en ’70; na tweede wereldoorlog; verwant met socialisme en communisme;

Gelijkberechtiging; sexuele emancipatie;

3. vh kind,

in opvoeding (overmatig veel aandacht, cadeaux); ook in kerk; kindernevendiensten; doopdiensten; jongeren in kerk ook overbelicht;

4. van de vreemdelingen;

5. Van de gelovige;

 

C. Materialisme

1. Als wijsgerige stroming (Feuerbach): de mens is wat hij eet; verklaart de geest uit de stof; > restaurants, fitness-centra, correctieve operaties;

2. als lifestyle > welvaart (met grote staatsschuld); gierigheid en egocentrisme;

ook: dwang van de maatschappij (huizenstarters; sociale eisen; duur levenspeil);

Profeten (akker aan akker trekken…[Jes.5:8]); Psalm 17; rijke dwaas, Laodicea, daartgo: lijnen uit Bergrede (moeilijke toepassing voor ons allen);

3. hiermee annex: Hedonisme; filsofisch uitgangspunt (Aristippos) alsook levenshouding; tegenstelling: pijn; vrbb: sex, vacantie (zon en strand), huisbioscoop);

alles leuk; opleuken modebegrip;

4. ook verband met de vloed aan corruptie vanuit negende gebod;

 

D. Digitalisering

1. Braincorrosie; menselijke intelligentie afnemend en pc geheugen toenemend; of: toename vh digitale intellekt;

2. ontmenselijking (handschrift (!), denkkracht (kruiswoord, rekenmachine,), emotieverlies, 

3. communicatieverstoring (e-mail, chatten, refoforum, twitter [positief of negatief? Zie de telefonie]);

4. nieuwe vormen van fraude en criminaliteit; academie- misdadiger; 

4. doemscenario voorstelbaar; bijv: communicatie geest en computer; robot als dictator; overheersing van de mens (rekenmachine; autom. piloot; pc-priesters);

5. ook grote voordelen; acceleratie van goede en kwade (!) zaken;

 

E. Schaalvergroting;

1. Kleinschaligheid verdwenen: straat, dorp (ook bestuurlijk), familie, land, veebedrijf, familiebedrijven, familiekerken;

2. fusiedrang; kostenvoordelen (lagere productiekosten); hogere opbrengsten, investeringen in betere machines; specialisatie; tijdsbesparing;

nadelen: minder betrokken werknemers; geringe communicatie; massaficatie (mens een nummer); terugkomst "slavernij”;

megakerken in Amerika? In Nederland: PKN; eenheidsstreven; CGK > kerkelijk bureau;

 

F. Relativering;

Afzwakken; Bij relativeren hou je je oordeel in stand, maar zet het in een context waardoor het minder erg lijkt. Een andere benadering brengt meer rust.

Toepassen op: moraal, goed, kwaad, God, enz; Ook de kerk: GK (klare wijn); enerzijds…. anderzijds; geen stellige uitspraken; we dekken ons in;

Bijbel anders: Mozes, Christus, Paulus, Elia!

 

G.Saecularisatie

eeuwigheidsbesef verdwenen; waarden en normen bepaald door het volk; schaduwkanten van de democratisering; hedonisme (Jes.22:12,13); dringt met gemak de kerk en het hart binnen;

 

H. Postmodernisme

geen grote verhalen meer; > beteekent: Goddelijke factor verdwijnt (geen wonderen, geen genade, geen vernieuwing, geen blijdschap);  relationeel waarheidsbegrip; wereldreligies; wereldoorlogen; informatiestromen;