BENJAMIN
Alzo stierf Rachel…. (Gen.35:19a)
Leven en dood liggen dicht bij elkaar. Benjamin begint aan zijn leven, terwijl zijn moeder tegelijkertijd sterft. Dagelijks zien we leven en dood elkaar naderen en raken; midden in het leven met de dood omvangen.
Gelukkig de mens, die daaruit de levensles leert verstaan.
Voor Rachel werd het aardse leven de poort van de dood. Ze geeft nieuw leven en ze laat haar leven.
Het had zo’n blijde gebeurtenis kunnen zijn. Wat een vreugde en dankbaarheid als nieuw leven zich baanbreekt. Moeder Rachel heeft ernaar uitgezien. Ze heeft zich ingedacht hoe het straks zou kunnen zijn…..
Haar levensverwachting wordt wreed neergeslagen door de machtige verschijning van de koning der verschrikking.
Het boek der geboorten van Rachel omvat twee kinderen, Jozef en Benjamin. Er was heel wat aan vooraf gegaan. Aanvankelijk kwamen er geen kinderen, terwijl Lea meermalen moeder werd. Dat viel voor Rachel niet mee. Ze was er zo aan gewend dat ze altijd naar de ogen werd gezien. Al haar wensen werden op commando vervuld. Haar man Jakob deed alles wat hij kon om het haar naar de zin te maken.
De Heere echter ging een andere weg. Hij onthield haar juist datgene wat zo diep in haar wezen verankerd lag. Dat was een harde les. Rachel echter, altijd op haar wenken bediend, kon zich in de weg des Heeren niet schikken. "Geef mij kinderen, of indien niet zo ben ik dood”.
Dat is forse en stoutmoedige taal. Het is de taal van de mens van nature, die als God wil zijn. Ze rekent niet met God, maar ze stelt haar man het ultimatum: Geef mij kinderen…. Alsof Jakob dat maar voor het zeggen had. Ze houdt geen rekening met God. Geen kinderen beschouwde zij als de dood, nu keert de Heere haar eis om: kinderen, en juist daardoor en daarin dood.
Jakob echter kon haar wens niet inwilligen. ":Ben ik dan in de plaats van God?” Rachel vlucht daarna in de schijn. Door Bilha, haar dienstmaagd aan Jakob te geven, hoopt ze haar wensen te verkrijgen. Maar het is schijn. Hoor maar! Als Bilha het leven geeft aan Dan, roept Rachel uit: "God heeft mij gericht en ook mijn een zoon gegeven”. God heeft haar nu recht gedaan. Tegenover haar zuster Lea. Ze leefde met haar in een concurrentieslag. Nu stond de Heere aan haar kant. Vreselijk als een mens zo makkelijk over rechten praat. Als de Heere eens ècht zou gaan richten…..?
Dan wordt Nafthali geboren; weer een zoon van Bilha. `Ik heb worstelingen Gods met mijn zuster geworsteld; ook heb ik de overhand gehad”. Ze viert de overwinning. Ze gebruikt de Naam des Heeren om haar gelijk uit te roepen. Onder vrome woorden, ja zelfs gebeden, kunnen veel zonde en hoogmoed schuilgaan.
Ondanks al die mooie woorden nóg kinderloos. Ten diepste nog ongelukkig. Nog steeds geheel onvruchtbaar, in de natuur en in de genade. Dat moet geleerd worden. Staat u er ook nog zo op? Een kerkelijk mens, maar onvruchtbaar? Woorden zonder inhoud?
Maar dan lezen we: "God dacht ook aan Rachel”. Bij haar eerste echte kind mag ze uitroepen: "God heeft mijn smaadheid weggenomen”. Jozef! Maar tegelijk zegt ze erbij: "De Heere voege nog een andere zoon daartoe”.
En dat gebeurt dan ook. In haar honger naar leven en eer, eindigt de weg plotseling in de dood, als Benjamin geboren wordt. O, hoe stelt nu alles teleur. Haar hoogste idealen en wensen blijken niet anders te zijn dan poorten des doods. Zo is, geliefde lezer, het leven. Zo gaat het zo vaak. Zonder God zal dat ons deel zijn. Rachel sterft. Al haar verwachting eindigt in die tragische uitroep: Benoni, zoon van mijn smart! Haar laatste woord. Verder weten we niets van Rachel. Heeft de Heere werkelijk haar smaadheid weggenomen? Is ze ontdekt geworden aan haar feitelijke smaad? Is de zonde haar grootste schande geworden? Dat is nodig in een mensenleven. Op ieder van ons ligt de smaad. Die kan alleen de Heere wegnemen, in Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus, Die de smaad van Zijn volk heeft gedragen.
Jakob staat bij het sterfbed van zijn vrouw,. Hij hoort haar laatste kreet. Hij heeft haar altijd gehoor gegeven, maar nu niet. Hij legt zich niet bij haar laatste woorden, bij haar testament neer, hij noemt Benoni Benjamin (zoon van mijn rechterhand).
Hier gaan hun wegen uiteen. Rachel de smart, Jakob de hoop. Dit kind zou later nabij Juda wonen. De rechterhand van Jakob, ook van Juda. In Juda ligt voor dit kind de verwachting. De naam krijgt een diepe zin.
Wat is uw levenswoord, wat zal uw stervenskreet zijn? Benoni of Benjamin? Vloek of zegen, leven of dood? De geboorte van Christus, uit een stervend mensengeslacht, biedt hoop. Dat kan men door het geloof alleen zeggen. De natuur eindigt in de smart. Het geloof in de verwachting. Natuur en genade spreken niet dezelfde taal. De wereld houdt de smart over, de kerk gaat ook door die smart, maar spreekt toch van hoop. Die hoop leert een zondaar, als alles hem ontvalt. Als zijn vroomheid schipbreuk lijdt. Hoe is het, bent u als Rachel of verstaat u Jakob in zijn hoop? Doch gij, mijn ziel, het ga zo ’t wil, stel u gerust, zwijg Gode stil….