CHRISTELIJK GEREFORMEERD VANDAAG
I Geschiedenis
De CGK hebben hun wortels in de Reformatie. De naam zegt het al. De leer der Hervorming, zoals verwoord in de Heid. Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis, beheerst de rechte prediking in onze kerken.
Daarbij is er ook een andere invloed merkbaar, namelijk die van de Nadere Reformatie. De Dordtsche Leerregels verraden het verband daarmee. In de Reformatie ging het vooral om de herontdekking van de leer in haar zuiverste vorm, terwijl de Nadere Reformatie meer het leven en de geestelijke praktijk aan de orde stelde.
Zo nemen onze kerken een tussenpositie in tussen de Gereformeerde kerken en de Gereformeerde Gemeenten. In de eerstgenoemde kerken overheerst het verbond, terwijl in de Geref. Gemeenten sterke accenten worden gelegd op de leer der uitverkiezing. In onze kerken willen we het verband tussen beide vasthouden.
II Hedendaagse situatie
Er doen zich anno 2006 allerlei probleemvelden voor. Onze kerken verkeren in zwaar weer. De volgende lijnen kunnen getrokken worden:
1. Algemene impasse: Er is in onze tijd een algemene malaise in het brede kerkelijke leven. Het gaat geen kerk voorbij. Ik noem de scheuring binnen de Gereformeerde Bond c.s., de grote veranderingen die zich alom voordoen in kerken zoals de GKV en de NGK. Het gaat de Geref. Gemeenten niet voorbij. Ook vanuit de evangelische richting bereiken ons beginnende signalen van een zeker verval. Deze algemene negatieve trend zal ons vroeg of laat bijeen moeten brengen om samen de moeiten onder de ogen te zien. In Gods Woord vinden we dit verwoord in veel psalmen, zoals psalm 74, 79, 80 en vele andere. Denk ook aan 1 Petrus 4:17.
2. Ten grondslag aan de algemene nood ligt het wankelend Schriftgezag. In de reeds genoemde richtingen heerst bij velen verschil van inzicht over de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift. Onze kerken zijn er zeker niet vrij van. De menselijke factor van de Bijbel wordt sterk beklemtoond.
Gelukkig trachten onze kerken de wacht te betrekken bij de Schrift, maar daarmee is geen garantie geboden tegen verkeerde Schriftbeschouwingen. De moderne mens leeft midden in de wereld.
Naast het openlijke loochenen van de betrouwbaarheid van Gods Woord komt ook voor het eenzijdig verstaan van de Schrift. Dit gebeurt alom en in alle richtingen. Daarom hebben we de Belijdenis nodig om daarvoor bewaard te worden. In de praktijk merkt u wellicht ook op dat voor velen het beroep op het Woord niet sterk meer overkomt. Men miskent in de praktijk het gezag ervan, ook onder ons. Of men leeft bij bepaalde geliefde Bijbelse motieven zonder de volle Raad Gods in het oog te hebben. Er zijn Bijbelse thema’s die minder aan de orde komen. 2 Petrus 1:19 prijst ons het Woord aan.
3. Er is onder ons verdere en toenemende evangelikalisering. De evangelische theologie krijgt steeds meer invloed. Op twee manieren. Onze kerken vertonen over een behoorlijke breedte allerlei evangelische trekken. Het lijkt erop dat de evangelische stroom de kerk binnenkomt. Er ontstaat een zekere miskenning van de Gereformeerde Belijdenis en allerlei nieuwe vormen en beschouwingen vatten post onder ons. Dit wijten we niet het minste aan de dagelijkse invloeden die er bijvoorbeeld van de EO uitgaan. Er zijn zeker goede dingen daarbij, maar we zijn niet gelukkig met de Arminiaanse invloeden die de huiskamers binnenkomen.
Daarnaast is er ook een uittocht uit de kerken naar allerlei vrije groepen. Het lijkt een magische aantrekkingskracht. Evangelische gemeenten groeien ten koste van de kerken. Daardoor slaat de oppervlakkigheid met kracht toe en verslaat zijn duizenden. Er zijn zeker positieve zaken in die richting aan te wijzen, maar het is een ramp dat in het kielzog van de Evangeliekale theologie de Gereformeerde confessie haar invloed verliest en achterhaald lijkt te zijn. 1 Joh.4:1 wekt ons op voorzichtig te zijn.
4. We nemen in veel gemeenten een optimistische gemeentebeschouwing waar. Men gaat er te snel van uit dat alle leden kinderen Gods zijn. Dit in tegenstelling met de prediking van de Heere Jezus, Die juist zeer onderscheidend en ontmaskerend sprak tot het volk. De gemeente lijkt gearriveerd. Zo werd er onder ons in het verleden juist niet gepreekt. Een grote omslag dus.
We kunnen hier denken aan de gemeente van Laodicea, waar men in alle opzichten rijk en verrijkt was; er werd geen enkel gebrek gevoeld. Ook de gemeente van Sardes vertoonde een soortgelijk beeld (Openb.3:1v).
5. Er heerst in onze kerken op veel plaatsen een "kerkordelijke wanorde”. Ieder doet wat men wil. Inzake de liturgie vooral. Niet alleen gezangen, ook opwekkingsliederen (juist die !) nemen een grote plaats in op het liturgische menu.
Zo vinden we in onze kerken een tweedeling. Predikanten die geen andere Bijbelvertaling wensen te gebruiken, die geen andere berijmingen laten zingen, kunnen in heel veel gemeenten om praktische redenen niet meer terecht. Daardoor vervreemden we in snel tempo van elkaar. Gemeenteleden worden moe van alle bundels en berijmingen, die ’s zondags meegenomen moeten worden naar de kerk. Hierdoor ontstaan twistvragen en meningsverschillen. Onze kerken namen hier vaal verkeerde besluiten. God is een God van orde.
6. Er zijn in het brede kerkverband allerlei rafelige kerkelijke grenzen. Er bestaan ruime kontakten met de GKV en de NGK. Twintig jaar geleden werd door de classis nauwkeurig bijgehouden of alles kerkordelijk verantwoord was. Ik heb nu de indruk dat alles zo ongeveer open ligt. Het gebeurt dat in minstens dertig gemeenten ’s zondags predikanten uit een ander kerkverband voorgaan. Ook op dit terrein grote verwarring. Ik heb er in een recent artikel op gewezen dat onze kerkelijke identiteit hiermee verloren gaat; het is te vrezen dat ook onze geestelijke identiteit smelt als sneeuw voor de zon.
Denkt u verder ook aan classisvergaderingen, waar broeders uit andere kerken deelnemen aan onze kerkelijke beraadslagingen. Hier wil ik wijzen op het woord van Christus over waarheid en vandaaruit de eenheid (Johannes 17).
7. Reeds lang worden onze plaatselijke gemeenten uiteengetrokken door geperforeerde gemeentegrenzen. Er zijn steden en dorpen, waar men ’s zondags naar zes of zeven verschillende kerken in ons verband gaat. Ieder zoekt de eigen sfeer; men kiest de gemeente uit waar men zich het best thuis voelt. Geen kerkenraad is bij machte er iets aan te doen. Niet meer het Woord, maar de sfeer en het goede gevoel bepalen de kerkgang en het luisteren. 2 Tim.4:3.
8. Er wordt gepleit voor een laagdrempelige inkleding van de diensten. Dit met het oog op de wereld. Een goede intentie, maar een verkeerde uitwerking. Moet de kerk in haar presentatie en boodschap een meer wereldse indruk maken, meer eigentijds en modern zich voordoen? Hoe snel verdwijnen allerlei wezenlijke dingen met het badwater.
Laagdrempeligheid is een gebaar naar de wereld. Bewogenheid met de wereld is nodig, maar we staan een andere wijze van doen voor. Juist moet het advies zijn: Blijf vooral uzelf. Geef rekenschap van de hoop die in u is. Val op door uw wandel en levensstijl, neem afstand van de luchtige waan van de dag. Wat we nu kwijtraken, komt nooit meer terug. Mattheus 5:13-16.
9. We kunnen spreken van kwijnende gemeenten. Met name het gebied van de PS. Van het Westen laat gemeenten zien, die zwaar geslonken zijn. We hebben enorm veel leden en doopleden verloren, die afscheid namen van de kerk en nergens meer aansluiting begeerden. Dat moet tot nadenken en bezinning stemmen. Ambtsdragers verkeren soms in verlegenheid om de mensen aan te sporen tot een trouw kerkbezoek. Kun je van de mensen nog vragen dat ze tweemaal naar de kerk gaan, zo klinkt in kerkenaardskamers? De kerkgang bevindt zich in een uithollingproces. Naar onze mening klopt in de zondagse erediensten het hart van de gemeenten. Hebr. 10:19-25.
10. We krijgen te maken met een veranderende ambtelijke structuur. Dat blijkt bijvoorbeeld in de aanstelling van pastorale teams, waar ook niet ambtsdragers aan deelnemen. Hoe functioneert het ambtsgeheim, ook als er een notuliste aanwezig is in kerkelijke vergaderingen? Het zijn meestal zaken, die ongemerkt binnenkomen. Het moet allemaal kunnen, zo zeggen velen. Lees eens Ef.4:11.
11. Ik noem een ander ernstig verschijnsel, namelijk de "ambtelijke uitval”. Ik vraag begrip voor de term. Ik doel op een groot aantal predikanten, die buiten hun bediening kwamen te staan, hetzij door afzetting of door losmaking. Het eerste wijst op ambtelijk verval, het tweede op gemeentelijk verval.
Zonden dringen door tot ambtsdragers. Zij zijn niet anders en beter. Maar de grootschaligheid ervan roept om bezinning.
Gemeenten zijn snel geïrriteerd als de preek niet geheel naar wens is. De communicatieve vaardigheden van de predikant krijgen een onevenredig zwaar accent. Deze broeders gaan een zware weg; er mocht meer meeleven met hen gevonden worden. Paulus bleef naar zijn klacht aan het einde van zijn leven bijna alleen over. Zij hebben mij allen verlaten…. (2 Tim.4:10v).
12. Een veel ernstiger zaak is de verachtering in de genade, die door een groot deel van de kerk wordt ondervonden. Een levendig geestelijk getuigenis in woord en wandel wordt door velen met droefheid gemist, maar dat gemis leidt toch niet tot een opbloei ervan.
Is de Heere nog krachtig onder ons? Zoals dat in vroeger dagen, in mijn jeugd, bijvoorbeeld wel aanwezig was? Hier ligt m.i. de ernstigste en de diepste oorzaak. Hieruit komen alle reeds genoemde zaken voort. We moeten opnieuw gaan leen wat de eerste beginselen zijn der woorden Gods. Verstandelijke kennis, maar ook geestelijke inzichten in het genadeleven raken op de achtergrond. Dit betekent dat allerlei menselijke maatregelen geen soelaas zullen bieden. Groeigroepen, alfacursussen enz. worden te vaak gezien als wondermiddelen. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken en laat ons wederkeren tot de Heere. Dat moet voorop staan. Jesaja 1.
III Remedie
1. Als we de therapie zoeken, moeten we eerst de diagnose stellen. Ik heb getracht enkele dingen te noemen, die ons zouden kunnen wakker schudden. Zonder de geestelijke bezinning hierop is er geen goede therapie mogelijk. Het begint met een geestelijk ontwaken. Ontwaakt, gij die slaapt…. We moeten gaan inzien, dat de nood veel groter is dan we denken. Het is vijf voor twaalf. Er zijn zeker wel goede dingen, gelukkig wel, en ik ben er dankbaar voor. Maar de algemene gang der dingen is negatief te duiden. Dat moet naar binnen slaan, bij u en bij mij. Er zal dus meer ontdekkend en beschuldigend gesproken en gedacht moeten worden.
En dan is er zeker een herstel mogelijk. Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Maar bekering en berouw zijn nodig voor ons allen.
Onontkoombaar is er de schuldvraag, die we niet ontlopen mogen. Waarheen wijzen we? Naar de anderen? Spreek hen erop aan, als de dingen verkeerd gaan en als herders de kudde verwaarlozen. Zeker, maar we beseffen dat we zèlf allen deel hebben aan de gemeenschappelijke schuld. Hoe ben ìk schuldig aan het kerkelijk verval? Dat is een benarde vraag. In het algemeen erkennen we dat wel, maar waar ligt mijn aandeel? Wij zijn de generatie die de grote afgang hebben meegemaakt en ergens ook veroorzaakt. Maar hoe? Die vraag lossen we zelf altijd verkeerd op; als de Heere het toont, gaan we het zo maar zien. Het moet bij ons persoonlijk terechtkomen. En ook concreet, niet in algemene termen. 2 Samuel 12:7.
2. Ik geloof dat er voorts een buigen onder het oordeel Gods nodig is. Er gaat een Godsoordeel over Nederland, over de kerken en de Kerk, en dat vraagt om verootmoediging. Ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan. In die weg wil de Heere grote dingen doen. De droefheid naar God werkt ook hier een onberouwelijke bekering tot zaligheid. Laten deze dingen in de prediking meerplaats krijgen. Ontroerend zijn hier de hoofdstukken 63 en 63 uit het boek Jesaja. Daarin ligt de gestalte van onze dagen verklaard. Klaagl.3.
3. Het lijkt overbodig te zeggen dat er dringend gebed om Gods Geest moet ontstaan. IK bedoel het ware roepen en het bidden zonder ophouden. Veler gebedsleven droogt op en wordt verpletterd onder de drukke agendazaken. ER staan voorbeelden van gebeden in Gods Woord. Denkt u aan de bede van Mozes, van Nehemia, Ezra, Daniël, Salomo, David. Aan het gebed van de Heere Jezus in Gethsemane. De geestelijke worsteling. Jakob mocht zeggen: Ik laat u niet gaan, tenzij Gij mij zegent. Dat is een gebed dat door de Heere niet kan afgewezen worden. Tekenend is dan het voorbeeld van Nineve in Jona 3. Zie ook Jakobus 5:17v.
4. Laten we jong en oud de nodige kennis trachten bij te brengen. Onze catechisanten hebben het vooral zo nodig. Ik ken de blokkades die er liggen, maar pas het niveau niet aan. Denk om de jeugd. Er is gebrek aan kennis van de Bijbel en er is verlegenheid rond de kennis van de geloofsleer. Toch bieden Woord en Belijdenis juist zoveel, wat voor het nu van belang is. Onze Reformatorische erfenis is rijk en biedt en sterk medicijn tegen de genoemde kwalen. Daar moeten wij ons juist niet van afwenden. De Heere vraagt van ons dat we Zijn Woord bewaren. Welke plaats neemt het Bijbellezen in in de gezinnen? IK denk dan vooral ook aan de lectio continua. Lees de héle Bijbel. 1 Tim.4:6v.
5. Prediking èn pastoraat zijn heilzame middelen om de gemeente te weiden. Christus sprak er tot driemaal toe over tegen Petrus. Het geldt ook nog voor nu. Bedenk hoe de apostel Paulus spreekt over de leer en de waarheid. Laat het pastoraat oog hebben voor de vele maatschappelijke, maar vooral ook de vele geestelijke noden die er zijn. Deze laatste vragen komen te weinig aan de orde. Maar ga uit op de voetstappen der schapen. Op de kansel en in de huizen. Laat het pastoraat zijn: vermanen en vertroosten, wederleggen en bestraffen, onderwijzen en een vasthouden. 2 Tim.4:1-5.
6. Zijn er ook praktische adviezen? We hebben als kerken in ons land elkaar nodig. Eenheid is een Bijbels streven. Maar laat deze eenheid niet alleen naar een bepaalde richting gestalte krijgen, maar laten we vooral het oog richten naar andere kerken, die tot nu toe in ons blikveld niet aan bod zijn gekomen. Misschien kan men dan niet heen om een scheut independentisme. Ieder heeft het tegenwoordig over dit verschijnsel. Vanuit deze gedachte zouden we plaatselijk ook andere contacten kunnen aanboren dan die welke ons nu vaak verontrusten.Hand. 28:15.
7. Tenslotte: we zijn hier vandaag bij elkaar. We gevoelen band met elkaar. Laten we als mensen rond ons blad "Bewaar het pand” elkaar meer vasthouden dan tot nu toe gebeurt. Houd de gehele kerk vast, maar ook daarbinnen elkaar. Toogdagen moeten we vasthouden. Ons blad neemt een grote plaats in, gelukkig. Maar dat de broederlijke liefde blijve. Ik spreekt om vriend en broederen. Liefde tot de kerk is nodig.
Om ’s Heeren huis, in u gebouwd, waar onze God Zijn woning houdt, zal ik het goede voor u zoeken!