Zondag 42 

 

Als kind hoorde ik mijn vader eens preken over deze zondag in zijn gemeente te Zwijndrecht. Ik herinner me nog goed dat hij in die gemeente, het was een tuindersgemeente, sprak over de veiling. Aardappelen mochten niet geveild worden met teveel klei eraan. Het gewicht was dan niet zuiver. In die dagen kon er nog gesproken worden over ellen en maten en kilo’s. Dat is nu een stuk moeilijker. De kleinhandel is grotendeels opgeslokt door de supers en de multinationals.

 

Gij zult niet stelen.

Onze Catechismus trekt hier een duidelijke lijn naar de Overheid. God verbiedt niet alleen dat stelen en roven, hetwelk de overheid straft.

Het is goed dat gewezen wordt op de rol van de Overheid in de handhaving van de wet. De Overheden zullen zich inspannen om diefstal tegen te gaan door deze te straffen. Toch hebben we hier onze vragen. Zeker moet de Overheid diefstal straffen, maar zij moet zich er zelf ook voor hoeden. Onder ons volk leeft de gedachte dat de Overheid, onze regeerders zelf de oorzaak zijn van de overtreding van dit gebod. Het luistert bijvoorbeeld in de sociale wetgeving heel nauw. Doet men recht aan de behoeften van bepaalde bevolkingsgroepen? Het kan zijn dat gehandicapten en sociaal zwakke groepen tekort gedaan wordt. Het eigen volk constateert met leedwezen dat er ten aanzien van allochtonen ruime mogelijkheden van geldverstrekking zijn. Denkt u maar aan de zogenaamde importbruiden. Dit klemt temeer omdat we hier spreken over ons eigen geld, dat slechts door de overheid beheerd wordt.

Reformatorische christenen hebben er ook mee te maken. Grote gezinnen, waarin de taak van de moeder thuis alle dagen door gewenst en nodig is, worden tot een bedrag van ruim € 6.000 gekort in fiscale tegemoetkomingen. Tweeverdieners lopen deze schade niet. Dat is een vorm van diefstal. Zulke maatregelen vragen om bezinning. Laten we er echter van uitgaan dat de Overheid grove vormen van diefstal straft. De graaicultuur neemt in de boezem van ons volk ongekend grote vormen aan. Er bestaan maffia-achtige praktijken en winkeliers weten er alles van. In de gemeente Utrecht waren geen weduwen die niet een inbraak hadden meegemaakt. Straft de overheid deze dingen toch hopelijk wel? De kanselbijbel werd gestolen uit de kerk van Damwoude en toen de Bijbel weer boven water was, werd de kerkenraad onder zekere druk gezet om niet verder navraag te doen en de ontstane onkosten zelf maar te dragen.

Als we dan trachten deze zonde in beeld te krijgen, kunnen we beginnen bij onze kinderen. Jullie kennen het verhaal van Gehazi. Zijn begeerte bracht hem tot leugen. Hij werd gestraft met de melaatsheid van Naäman. Je steelt zeker geen snoepjes? Je neemt ze weg. Dat klinkt heel anders. Maar het is niet anders. Er zijn meer vormen van kruimeldiefstal, die later kunnen uitgroeien tot omvangrijke wetteloosheid. Winkeldiefstal komt voor. Door volwassen mensen, die te maken hebben met ernstig geldgebrek. Die oorzaak is er echter niet altijd. Jonge meisjes kunnen make-up artikelen willen meenemen en jongens kijken naar technische voorwerpen.

Nog ernstiger vormen dienen zich aan als ik de woorden fraude en corruptie noem. Fraude van bijstandsuitkeringen en corruptie wat weer ernstiger vormen aanwijst. Dat laatste woord klinkt ontmaskerend genoeg: Ben ik corrupt? Zo wordt de draaikolk dieper en dieper.

Veel vormen van diefstal onttrekken zich aan onze waarneming. Dat is te wijten aan de globalisering, aan het feit dus dat we wereldburgers zijn geworden. Dat brengt andere handelsverhoudingen met zich. We drinken koffie van plantages waarvan we niet weten of de regels goed onderhouden worden. We kopen meubels, waarvan we niet kunnen nagaan of de houtkap geen milieuschade heeft veroorzaakt. Kleding die we kopen, besmet met kinderarbeid of met te lage lonen? Hier spelen zeker vormen van diefstal. Maar het onttrekt zich aan onze verantwoordelijkheid. Hier blijkt dat de schaalvergroting grote nadelige gevolgen heeft. Vroeger was er het dorp; men wist waar de bonen vandaan kwamen, terwijl deze nu soms uit Egypte geïmporteerd worden. De dorpsbakker en de kruidenier waren direct verantwoordelijk. Nu is het niet te achterhalen. We hebben er geen vat op. Uit dien hoofde zouden we het nationale belang krachtig moeten verdedigen en stellen we vast dat de EU een verkeerde instelling is. We groeien heen naar een wereld met één bank of één president. Dan liggen de kaarten helemaal klaar voor de antichrist. Schaalvergroting is ook een nadelige factor nummer 1. Vissersschepen als fabrieken, landbouwschuren als stadions, grootgrutters als warenhallen, dat alles werpt schaduwen over dit gebod en over veel meer.

Diefstal in het groot. Wat hebben wij ermee te maken? Ik ga er echter van uit dat wat in het groot gebeurt, ook op kleine schaal in ons aller leven een rol speelt. Zijn wij eerlijk? Terecht wordt in dit verband gewezen op de belastingsaangifte. Wel moet worden overwogen dat iemand, die soms geen gebruik maakt van een belastingconsulent zo maar te hoge aanslagen opgelegd krijgt. Dat zou niet mogelijk moeten zijn. Belasting is belasting; die zaken moeten transparant en eerlijk van beide zijden worden toegepast en gehanteerd.

Dit gebod heeft ook te maken met de offerzin in de kerk. Mensen die de hand op de beurs houden, doen niet alen de Heere tekort, maar zij ontstelen ook aan medekerkleden hun geld. Zij teren op de uitgaven van anderen. Een gebrek aan solidariteit.

In antwoord 111 gaat het nog even door over het goed van mijn naaste. Daar spreekt ons leerboek over de positieve invulling van dit gebod. Wij moeten oog hebben voor het nut van de naaste. Een onmogelijke opgave voor de mens die moet belijden dat hij geneigd is God en de naaste te haten. Hier komt de Heere Jezus heerlijk in beeld. Hij heeft de wet van de Heere volkomen gehouden en vervuld en Hij heeft ieders voordeel gezocht. Niettemin werd Hem de grootste schuld verweten. "Men eist van Mij, daar Ik m’ onschuldig weet, ’t geroofde weer; ‘k moet voor voldoening zorgen”. Hij hoefde het geen roof te achten Gode even gelijk te zijn, een zonde, die wij allen hebben bedreven in het paradijs, waar we als God wilden zijn. Hij heeft Zijn rijkdom verlaten om arme ellendigen rijk te maken. Niemand heeft zo ooit het nut van de naaste gezocht. Integendeel, met woorden en gebaren en daden en handelingen schaden we elkaar, in het geniep of zelfs ook in het openbaar. Dit gebod wordt wel zeer wijd, als we alles vanuit Christus mogen bezien. Dan kan er alleen maar gehoorzaamheid zijn vanuit hetgeen Hij heeft geleerd en geleden.

De Catechismus betrekt onze arbeid er ook bij. Getrouw arbeiden om de nooddruftige te kunnen doen delen in ons goed. We moeten werken. De overheid wil dat, je vrouw zal dat willen, je kinderen vragen erom. Fraude is op dit terrein aan de orde van de dag. Werken moeten we echter vooral van Godswege. Hij gaf de opdracht. De Heere Jezus heeft Zijn werkboekje geheel uitgewerkt. Nu zijn alle beloften ja en amen. Maar u moet ook eenmaal u verantwoorden wat u met die opdracht hebt gedaan? Met het Woord, met uw tijd, met Christus? Jezus heeft uitgeroepen: het is volbracht. Dat kan vertaald worden als volgt: "Het einde is er”. Dat zal eenmaal voor ons allen gewis komen. Het kan ook weergegeven worden als: "Het doel is bereikt”. Wat zal het voor u zijn? Het einde of het doel? De hel of de hemel? God of de duivel?

 

Antwoord 110 spreekt niet alleen over het nut van de naaste, maar wij worden in dit antwoord ook bepaald bij de gaven van God. Deze kunnen we misbruiken en verkwisten, zo lees ik hier. Het gaat dan eerst om de gierigheid. Deze zonde wordt genoemd de wortel van àlle kwaad. Hier komen we te staan bij een grote oorzaak van de zonde. Gods Woord verstaat hieronder de geldzucht die de mensen heeft aangeraakt. Nu en ook voorheen. Gierigaards zijn er altijd geweest. Het kan beginnen met de zucht naar zekerheden en veiligheid voor moeilijke tijden. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar het wordt het al snel. Jozef in Egypte begon goed met dit werk, maar was het terecht dat hij alle boeren van Egypte met land en lijf verkocht aan de Faraö? Van de gierigaard wordt gezegd dat hij zijn nest in de hoogte bouwt (Hab.2:9). Daarin zien we de begeerte van de gierige mens om zekerheden buiten God op te bouwen, zoals Kain zijn stad bouwde. De gierigheid wordt in de Schrift meermalen op een lijn gezet met allerlei andere grove zonden (Coll.3:5; 2 Petr.2:14). Dat is te begrijpen, want het geld kan mensen in staat stellen om er een wetteloos uitgavenpatroon mee op na te houden.

Maar daarna gaat het om misbruik van Gods gaven. Daar is veel over te zeggen. God heeft ons Zijn gaven gegeven. U kunt denken aan geld en goed, maar breder bedoeld kunnen we denken aan de schepping, de aarde. Voor de zondeval, na de schepping heeft de Heere de mens Zijn opdracht meegegeven. De mens moest de aarde onderwerpen. We kunnen dat de cultuuropdracht noemen. Zolang Adam leefde in de staat der rechtheid, kon hij die opdracht vervullen tot eer van God en tot welzijn van de schepping. Maar door de zondeval is dat veranderd. Door zijn val werd de aarde vervuld met doornen en distelen. Dat hebben wij er toen al van gemaakt. Daardoor zucht de aarde en het gehele schepsel. Want deze onkruiden hinderen de groei van het goed en belemmeren mens en dier in het gebruiken van de aarde. Daar hebben we het milieu aangetast en daar is alles vervuild. Die daad is fundamenteel voor onze zonde. We hebben de gaven van Gods schepping meegesleurd. Wij hebben die schepping aan de ijdelheid onderworpen (Rom.8:19-23). Sinds de val kunnen we niet anders meer. Kaïn heeft zich met zijn geslacht geworpen op de aarde. Daar sloeg hij zijn tentpinnen diep in omdat hij geen andere verwachting kende. In zijn geslacht vinden zijn nazaten allerlei krachten in de natuur uit. Muziek, gereedschap, techniek. De schepping, als gave van de Heere, bevat vele gaven. Wat hebben we ermee gedaan? Denk aan de moderne auto-industrie, aan de ongebreidelde toepassingen van de techniek, zodat de mens bijna vanuit zijn luie stoel zijn werk kan doen. Tot grote schade van de natuur. We weten welke gifstoffen gebruikt kunnen worden om onkruiden, de doornen en distelen, te bestrijden. Maar we begingen allerlei dwaasheden daarbij, want de schepping, de lucht, het water, het land en de bodem werden verontreinigd. Het land is van de Heere, zo wist Israel. Het land zucht onder onze gemakzucht. Onze uitvindingen zullen ooit de aarde geheel verwoesten. God gaf de mens de dieren. Wat deden we ermee? De eetcultuur (Gods Woord noemt dat toch "vlees vreten”) is ongebreideld. Kippen en varkens en kistkalveren hebben er zwaar onder te lijden. Zij lijden onder de vuistslagen van de mens. Dat zijn de gevolgen van de zondeval. Wij misbruiken Gods gaven. Je kunt met muziek veel goeds doen, maar je kunt er ook de hel mee openbreken. Je kunt van staal een schop maken, maar je kunt er ook een dodelijk wapen mee smeden.

Misbruik van Zijn gaven. Hij gaf ons het lichaam, een wonderschoon instrument. Wat doen jullie ermee? De spiegel zegt je wat je doen moet om uit je lichaam te halen wat er in zit. Soms zelfs ook wat er niet in zit. Make up en plastische chirurgie moeten de cultus van het lichaam promoten. Wie rookt, misbruikt de gave Gods wat zijn lichaam is. Dat doet de verslaafde ook. Wij verzoeken het lichaam door onze eetgewoonten. We gebruiken onze ogen om naar verkeerde dingen te zien. We hebben onze oren niet om te horen naar de stem van de Heere maar om de stem van de satan op te vangen. Dat gebeurt. Zo kan ik doorgaan. Misbruik van Zijn gaven. Maar je lichaam heeft een hoge roeping. Het moet een tempel van de Heilige Geest zijn. Wat komen we daar buitengewoon aan tekort.

God gaf ons Zijn Woord. Een volle Bijbel. Wat heeft de kerk van Nederland ermee gedaan? Hebben we de helft er niet uitgescheurd en hebben we niet eigen menselijke willekeur daarvoor in de plaats gesteld? Wat deden we met de Zoon van God? De gelijkenis van de wijngaard toont het ons. De arbeiders wilden de wijngaard in eigen handen krijgen. Daartoe doodden zij de knechten van de koning en tenslotte zelfs ook Zijn Zoon (Luk.20:9v). Onze ongebreidelde hebzucht, ons egoïsme en egocentrisme hebben uiteindelijk geleid tot het kruis van Christus. Het kostte Hem het leven. We beroofden Hem van lijf en leven. Daar loopt de zonde van het 8e gebod op uit. In Mal.3:8 beschuldigt de Heere het volk: "Gij berooft Mij”. Maar gij zegt: "Waarin beroven wij U?" In de tienden en in het hefoffer. We beroven de Heere in Zijn dienst, die steeds minder aandacht mag vragen. We beroven de Heere in Zijn dag, die we voor onszelf opeisen. Zo kunnen we doorgaan. Hebben we in dit alles niet het bloed der verzoening nodig?

Tenslotte ook verkwisting van Gods gaven. Onze maatschappij is grotendeels tot deze kwaal vervallen. Deze week meldde de krant dat we 300 miljoen kilo brood jaarlijks wegwerpen. Daar schrik je van. Michael Jackson gaf 30 miljoen meer uit dan hij jaarlijks binnenkreeg. En er stroomde ongekende rijkdommen binnen. Wat een verkwisting! Hiermee is onze levensstijl getekend. De grootsheid des levens dient zich hier aan. Vakantie-uitgaven, kijk- en luistercultuur, woning- en auto bezit getuigen ervan. We zitten gevangen in die cultuur, in de structuur. Dat zitten we ook als we de miljoenen op de bank hebben. Uw tijd is een gave van God. Maar hoezeer verkwisten we die tijd? We hebben het druk, maar waarmee? Ik las van iemand die de moderne mens een hyperactieve leegloper noemde. Dat is hard gezegd. We doen veel maar we weten niet waarom we het doen. De duivel vult mijn agenda in, als ik niet oplet.

Verkwisting! Een man wees vanaf zijn uitkijktoren midden in zijn landgoed zijn rijkdommen aan terwijl zijn vrienden erbij stonden. Naar Oost en West, Noord en Zuid strekte zich zijn bezit uit. Hij wees naar alle windstreken. Een eenvoudige bezoeker wees naar boven en vroeg: Hoeveel hebt u daar? Die man kunnen we begrijpen. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Kennen wij allen die Bank van de hemel, de Bank van vrije genade, waar schulden worden vereffend, waar je nimmer een nadelig saldo hebt, waar een bezit met rente wordt opgebouwd, een bewaarde erfenis. Zeker, uw aardse kapitaal is daar voor de balie niets waard. Daar kunnen alleen maar arme bedelaars terecht. Zoeken wij dat vaderland? Dan bent u hier een vreemdeling. En anders is het zo, dat u met al uw bezit geestelijk arm bent. Dan is bekering nodig en dat zegt ons deze zondag. Dan hebt u Hem nodig, Die u rijk kan en wil maken. Dan zijn we rijk, maar wel: rijk in God. Dan zeggen we het de dichter na: Schoon ik de reeks dier schatten, kan tellen noch bevatten!