PAASPREEK over Lukas 24: 5-9

 

Ps. 89:2,3

Luk.24:1-12                                        

Ps.  40:4                                                                                                  

Ps. 69:3,313

Ps.118:8,11

Ps. 16:6

 

Gemeente,

 

Het mag een grote zegen genoemd worden als geloof en liefde hand in hand gaan. Samen met de hoop vormen zij een edel trio.

Op de Paasmorgen echter is het evenwicht tussen het geloof der vrouwen en hun liefde volkomen verstoord. Dat gold ook van de discipelen en allen die de Heere dienden.

Er lijkt geen enkel geloof te zijn. Geen geloof aan Zijn eens gesproken woorden en later, na de boodschap der engelen, bij de meesten nog steeds geen doorbrekend geloof; er staat: "zij geloofden haar niet!” (vers 11).

Tegelijk is er een sterke liefde. Dat blijkt uit de ijver van deze vrouwen, die al zo vroeg in de morgen de reis naar het graf maakten. Verder blijkt het ook uit de specerijen, die zij met zich droegen. Daaruit spreekt liefderijke zorgzaamheid voor de gestorven Meester. Ook de discipelen waren vervuld van liefde jegens de Heere Jezus; daaraan twijfelen we niet.

Deze twee tegenstrijdige lijnen maken het moeilijk om een recht inzicht te krijgen in de gestalte van de Paaskerk. Ze zijn enerzijds zeer te bestraffen en tegelijk zijn ze ook zeer te benijden. De engelen stellen hen onder kritiek en tegelijk spreken zij hen aan als de ware zoekers en de echte betrokkenen.

Paulus heeft later gesproken over groot geloof, maar zonder liefde (1 Kor.13:2). Hij wijst dat radikaal als onmogelijk van de hand. Geloof zonder liefde kan niet. En liefde zonder geloof? Dat kan ook niet.

Wel, de discipelenm hadden nog wel geloof, maar niet in het feit van de opstanding. Allerlei andere zaken uit de Schriften geloofden zij van harte.

We zien hier wel hoe de verhouding tussen geloven en liefhebben verstoord kan zijn. Het kan zijn dat er veel liefde is met weinig geloof. Hoevelen zijn er niet geweest, die leefden in bekommering en veel liefde hadden tot de Heere en Zijn dienst, terwijl zij maar niet konden geloven dat het ook voor hen was.

De apostel geeft aan dat de liefde de meeste is; de liefde gaat het geloof teboven. In dat licht bezien staan deze vrouwen en de gehele Paaskerk toch op grote hoogte. Laten wij hen volgen en trachten hun voetstappen in liefde te drukken.

We spreken over:

                                                                       PAASPREDIKING

 

I het woord der engelen

De engelen in de hof zijn de eerste predikers van de opstanding. Zij spreken namens de hemel een volmaakte verkondiging uit van het Paasfeit. Zij hebben de steen weggewenteld als een bewijs dat God van de hemel volkomen tevreden is met het offer van Christus. God rechtvaardigt Zijn Zoon en in Hem de gehele kerk.

De engelen brengen dit woord aan de vrouwen, die als eersten bij het graf te vinden zijn. Zij vormen om zo te zeggen de kerkgangers, die de Paaspreek uit de hemel mogen horen. Ze zijn er slecht aan toe, zo lijkt het. Ze hebben al heel wat beleefd. Ze vinden iets wel en ze vinden iets niet. En het verband is hen niet duidelijk. "Ze vonden de steen afgewenteld van het graf” (vers 2), en "ze vonden het lichaam van de Heere Jezus niet” (vers 3). Dit alles verhoogt hun spanning.

Ze zijn, zegt vers 4, twijfelmoedig en ook heel erg bevreesd. Er is vrees, die ieder mens ergens wel gevoelt als hij bij een graf staat. De dood boezemt ontzag in en we voelen aan dat de dood heel veel macht heeft. Ontbinding en duisternis bepalen de graven. Dat geeft vrees. Er is verder ook vrees vanwege het zien der engelen. De glans van de hemel straalt hen tegen. De engelen staan daar in blinkende kleding. Er staat een woord dat te maken heeft met de bliksem. Deze engelen zien er dus vreeswekkend genoeg uit. En bedenk dan ook nog dat hier een groepje vrouwen staan, die op dit moment de bijstand en de bescherming van de discipelen missen moeten. Zij vormen geen partij voor de hoogspanningen van dit moment. Zij kunnen er niet tegenop en verkeren in de grootste mogelijke verlegenheid.

De twijfel van vers 4 heeft te maken met grote onmogelijkheden. Er staat letterlijk: er is geen weg. Ze zien geen weg en weten geen weg, evenals het volk, toen het stond voor de Rode Zee. U kent dat misschien ook wel. U wist zich geen raad meer en u zag geen uitweg meer, toen plotseling dat bericht kwam over een dreigende ziekte of over een omgekomen familielid. De weg van de kerk loopt hier vast. Het evangelie loopt dood. Geen weg naar de hemel, geen weg tot God, geen weg in de toekomst. Hoe vreselijk!

We weten natuurlijk dat er geen grond was voor hun ontreddering. Ze weten geen weg meer, terwijl juist de weg geopend is, nu de steen van het graf is weggewenteld. Groter vergissing is niet mogelijk. Toch moeten wij onszelf ook de vraag stellen of we dat wel ècht weten. Weten wij dat altijd en met name juist dan als alle wegen voor ons oog toegemuurd zijn?

Hoe donker kunnen Gods wegen zijn. Hoevelen hebben moeten worstelen met de grote levensvragen rond het heil en de zaligheid van Gods kerk. Maar ach, hoewel mijn ziel dit weet, zo klaagt de dichter.

Is het ook in uw leven niet gebeurd dat alles u uit handen leek te vallen, terwijl u vanuit de Bijbel best wist dat de Heere boven al onze moeiten staat. Het echte leven kent bestrijding, die het schijngeloof niet begrijpt. Daarom geloven we dat hier een stukje reailteit uit het geloofsleven wordt getekend. Deze ontmoeting mag dan ook tot grote troost zijn voor hen die oprecht bekommerd zijn vanwege hun gemis en onzekerheid. Loop dan maar met deze vrouwen mee, als u met hen spraten kunt over dezelfde moeiten en zorgen.

We zouden kunnen menen dat er hier in deze momenten niet veel van de kerk overgebleven is. De kerk hier op haar smalst. Als tot niets geworden. Op de meest glorievolle dag die de kerk heeft beleeft in haar aardse loopbaan. En dan zo dwalend en in de greep van de leugen verkerend. Gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond, dat onbedacht zijn herder heeft verloren. Zo is het hier wel. Ze hadden op dit moment geen belijdenis kunnen doen en ze zouden wellicht ook nieta an het Avondmaal gegaan zijn. Hun hoop leek vergaan.

Toch zien we hier iets heel moois, namelijk dat er twee zijden zijn aan het bestaan van de kerk op aarde. De feiten zijn enerzijds vol hoop en leven vanuit de opstanding van Christus, de beleving daarentegen is in volkomen strijd hiermee. Zij bezitten de meest heerlijke vooruitzichten, terwijl ze in de waan verkeren alles verloren te hebben. Aan Gods kant ligt alles vast en is alles zekerder dan ooit, terwijl ze voor hun besef en waarneming alke blijk van genade missen. Nu mogen we het ongeloof niet gaan verheerlijken; integendeel, we leren hier juist dat u maar nooit moet leven bij de gevoelens van uw eigen waarneming. We moeten integendeel juist leven bij de kracht van het Woord. Ook omgekeerd! Je zou kunnen menen schatrijk te zijn, terwijl er aan Gods kant van u geldt dat Hij u nooit gekend heeft. Pasen leert ons dan wel, dat alle bevinding onderhevig is aan strijd en twijfel.

 

Het woord der engelen bevat voor de vrouwen een beschamende les. "Wat zoekt gij de Levende bij de doden?” We zien wel dat alle zoeken, ook het meest ernstige zoeken van de Heere, nog niet zonder meer een teken is van een juist inzicht. We kunnen heel ernstig zoeken en toch helemaal verkeerd bezig zijn. Een levende zoeken bij de doden, dat doet in het natuurlijke leven niemand. We zoeken geen levend mens op het kerkhof. Daar liggen en rusten de doden. U hebt daar wellicht zelf ook mee te maken gehad. Hoeveel geliefden hebben we al niet aan het graf moeten afstaan. Een zorgzame moeder, weggerukt uit een gezin dat haar nog zo nodig had of een vader, sterk van kracht en onmisbaar voor veel anderen… En het gebeurde zo maar op een gewone morgen dat alles voor u instortte. Er rusten pasgeboren kinderen, wier geboorte met vreugde werd verwacht. Of het ging over uw kind, waarvan u nog zo veel verwachtte, die u nog steeds iedere dag met de diepste smart en de bitterste tranen moet missen.

U moet gaan inleven dat er geen weg terug is vanuit het graf. Uw geliefde komt nimmer terug. Dat is een zaak, die een mensenleven lang verwerkt moet worden. Is er een uitweg in deze nood? Kan de vraag van de engelen ook u niet verder helpen in uw rouw en gemis? Er is er Eén geweest, Die wel vanuit de dood is geruggekeerd. Eén Die de Lévende is temidden van de doden. Temidden van de werkelijkheid van de dood mogen we uw aandacht vestigen op die Ene, Die nu waarlijk de Levende mag geheten worden. En daar kan uw troost in vervat zijn. U ervaart dagelijks de smart van de dood; alles spreekt en getuigt van de onverbiddelijke dood. Maar Christus heet de Lévende, tot in alle eeuwigheid. Zo hebben de engelen Hem mogen en kunnen benoemen. Wat een rijkdom dan. De dood is niet de uiteindelijke overwinnaar. De Heere Jezus is de Levende, het Leven, of zoals Hij Zelf heeft gezegd: de Opstanding en het Leven. Deze wetenschap geeft houvast in rouw en verdriet. Hij kan de tranen van rouw van uw ogen afwissen. Hij verheft Zich boven de graven en Hij spreekt Zijn woord: Ik leef en gij zult leven.

U zou deze vraag verder ook nog dieper kunnen opv atten. Is niet ieder mens te rekenen tot de doden? Een natuurlijk mens is een dode. In die zin rusten de doden niet alleen in het graf, maar het overgrote deel van de mensheid is bevangen in de ijzeren omknelling van de dood. Temidden van die stervende en dode wereld is er maar Eén, Die werkelijk leeft en dat is Jezus Christus. En met en door Hem leeft nu ook de kerk. Zo is deze vraag van de engelen een machtige prdiking van het heil van Pasen. Zoek dus de zaligheid niet in aardse middelen. Zoek de Levende niet maatschappelijke en menselijke zaken. Het zoeken van deze vrouwen is enerzijds zo diep en echt en tegelijk is het een teken van het grootst mogelijke ongelijk.

 

De engelenpreek bestaat verder uit twee delen, een negatief en een positief aspect. Negatief is de boodschap: Hij is hier niet. Positief het woord: Hij is opgestaan.

Hij is hìer niet! De engelen zeggen waar de Heere niet is. De prediking heeft die taak dus ook. De Heere is niet in de dingen van deze wereld. Hij is niet te vinden buiten het Woord. U kunt Hem niet echt vinden in de natuur en ook niet binnen de wanden van uw eigen ziel. Hij is niet te vinden en Hij wil niet gezocht zijn in de muziek van deze tijd en in de vermaakvormen van deze wereld. Het zou toch kunnen dat u Hem daarin zoekt? Velen willen Christus en Belial verenigen, willen een verbond slaan tussen Christus en de wereld.

Maar dáár is Hij niet. Het is heel nodig dat dit negatieve aspect u voorgehouden wordt. Dat maakt de dingen duidelijk. Hij is niet op de brede weg. Laten we het de jeugd voorhouden dat er legio zaken zijn, waar de Heere niet is. Denk aan de disco, waar je misschien bij tijden denkt te kunnen verkeren. Laten we al die zaken concreet aanwijzen.

We moeten dus duidelijk negatief zijn, om daarna temeer het positieve te doen horen. "Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan!” Er blijft genoeg positieve prediking over. Voor deze vrouwen moet het grote tegenvaller geweest zijn, toen de engel hen teleurstelde met de boodschap dat Hij daar niet was. Dat kan ook u gebeuren dat u aanvankelijk in de prediking heel veel hoort, dat u teleurstelt en waarop u stuk loopt. Maar bedenk dan dat er een alles teboven gaande werkelijkheid is, die alle tegenvallers meer dan goed maakt.

Hij is opgestaan. Die werkelijkheid kunnen deze vrouwen  nauwelijks bevatten. In deze enkele woorden ligt ook zo geweldig veel opgesloten. Hij heeft de dood en de zonde tenietgedaan en Hij blijkt Overwinnaar over hel en duivelen. Dat zijn triomfale klanken van leven en genade. Nee, deze vrouwen verstaan daar op dit moment nog niet zoveel van. Voor hen is het heel belangrijk, dat zij Hem weer in hun midden mogen hebben en dat ze Hem weer zullen zien. Dat die hele bange Golgotha- geschiedenis toch vergeten mag worden en dat het alles toch anders is dan zij meenden. Maar daar gaat het ten diepste ook weer niet helemaal om. Onze Catechismus vat het rijk samen als de vruchten en het nut van de opstanding worden opgesomd. U hoort dan zaken gen oemd zoals levendmaking, rechtvaardigmaking, heiligmaking en heerlijkmaking. Nu vanuit Pasen mag egzegd worden dat Hij van God geschonken is tot Wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing (1 Kor. 1:30). Dat zijn buitengewoon gewichtige zaken. In deze opstanding worden alle beloften Gods vervuld. Vanwege deze opstanding van Christus is er nu voor u en uw kinderen een weg tot het leven, het echte leven. Hier mag gesproken worden van de wedergeboorte tot een levende hoop. Maar daarbij is in de opstanding van Christus ook uw schuld verzoend en vergeven. Hij is gegeven tot rechtvaardigheid. In Hem kunt u eenmaal voor de rechterstoel van de God des hemels verschijnen. En verder ligt er de garantie in dat u in heiligheid zult mogen leven, afgescheiden van de zonde en de wereld. Gods kerk vindt in Hem alle kracht om dagelijks te strijden tegen de zonde en de duivel. Er ligt daarom een ongekend grote genade in de prediking van de engelen.

Zo mag ook onder ons de paasprediking klinken, net als toen. Zeker, de omstandigheden zijn heel anders. Wij hebben geen engelen op de kansels staan en Gods dienaren gevoelen hun gemis en hun tekorten en u ziet er ook wel eens iets van. Toch is het zo, dat de echte rijkdom van deze preek niet gelegen is in de predikers, maar in de boodschap van de levende Zaligmaker.

 

Zo hebben de engelen een heerlijke preek gehouden. Er zijn echter meer predikers geweest die gesproken hebben over de opstanding. De engelen wijzen nu op de Heiland Zelf, Die ook al zo duidelijk had gesproken over de opstanding. "Gedenkt hoe Hij tot u gesproken heeft als hIj nog in Galilea was….” Dus letten we nu in de tweede plaats op:

 

II Het woord van Christus

 

Het blijft en wonderlijk vreemde zaak dat de Heere meermalen heel duidelijk gesproken heeft over Zijn lijden en sterven, terwijl daarvan helemaal niets is aangeland in hun leven. Hoe hebben deze mensen toch geluisterd naar de woorden van de Zaligmaker?

Het blijkt mogelijk te zijn dat we allerlei woorden horen en tegelijk niet horen of niet verstaan. We hebben blijkbaar allemaal een grote zeef in onze gedachten, waarop we de woorden van de Heere schiften. We hebben de mazen van onze netten zo afgesteld, dat bepaalde klanken en woorden er doorheen glippen, terwijl we overhouden wat we mooi en aantrekkelijk vinden. Dat is een heel angstige werkelijkheid.

Daar heeft het mee te maken dat de preken die we horen vaak zo heel verschillend worden beoordeeld. De een heeft heel wat anders gehoord als de ander. Een zelf vervaardigde zeef die precies laat overblijven wat wij willen horen. Wat we niet willen horen laten we erdoorheen zakken. Dat is erg, het is ook levensgevaarlijk. U ziet het hier aan deze vrouwen. Ze dwalen omdat ze zo selectief zijn ingesteld. Nee, in Galilea was helemaal geen plaats in hun hart voor het kruisevangelie. Daar droomden zij nog van vooruitgang en toenemende eer. Het zou nu alles heel anders worden, met de Romeinen en ook met de tyannie van de Wetgeleerden. Er zou nu een totale verlossing op gang komen, waarvan zij de zeer gelukkige getuigen van mochten zijn. Galilea was voor hen de aanduiding van een heel mooie tijd. Er was bij wijze van spreken geen vuiltje aan de lucht. Niets verstoorde hun geluk. En toen de Heere desondanks tòch soms dingen zei, die zij niet konden plaatsen, hebben ze vast en zeker gedacht dat dat allemaal niet van belang was. Het was er wel, maar tegelijk was het er voor hen  niet. En toen de zwarte lijnen werden doorgetrokken naar Golgotha, waren ze op geen enkele manier voorbereid op die gebeurtenissen. Zo kan dat gaan. En wie van Gods kinderen begrijpt hier niet iets van en herkent zichzelf in deze weg? Was het ook in uw beginselen niet zo, dat u een heel ander beeld had van de toekomst dan die welke u later overkwam? U had toch ook niet gedacht dat er nu een kruisweg nodig was, u hebt toch ook niet echt rekening gehouden met een dag waarop al uw hoop in de bodem wegzonk? U meende dat u altijd wel hand aan hand met de Heere zou kunnen wandelen, maar er kwam verwijdering. En u had dat wel kunnen weten, als u de woorden van de Schrift echt had geloofd, maar u hebt heel wat weggezeefd waarvoor in uw hart toen geen plaats was. Hadden we maar beter geluisterd, hadden we maar meer de kosten overrekend….

Het is heel aangrijpend dat er zelfs staat in de tekst: "zij werden indachtig Zijner woorden”. Ze zeiden niet: Nooit van gehoord! Nee, nu herinnerden ze zich de woorden van de Zaligmaker, woorden die ergens in een verborgen hoekje van hun ziel zich hadden genesteld. Let hierop voor uzelf. Zo kunt u heel wat vergeten!

Zoals de Heere toen sprak tot Zijn discipelen, zo spreekt Hij nu niet meer, maar toch spreekt Hij nog wel, maar op een andere manier. Hij spreekt door Zijn Woord en Geest. Hij gebruikt daarvoor de prediking. Daarin onderwijst Hij u aangaande de geestelijke en de natuurlijke dingen. Hij spreekt tot u over uw toekomst, zowel voor de tijd als voor de eeuwigheid. Dat kunnen we slechts tot grote schade voor onszelf verwaarlozen. Het was voor deze vrouwen al heel erg, dat zij zo slecht geluisterd hadden. Nu pas werden zij indachtig aan Zijn woorden. Dat kan ook u overkomen. Dat zal in ieder geval hen overkomen, die nog nooit in waarheid hebben geluisterd naar Gods Woord, hoewel zij in de kerk gedurig hun plaats innemen. Het zal velen overkomen, die straks gesteld worden voor de rechterstoel van Christus. Daar zullen velen indachtig worden aan Zijn woorden.  Maar u begrijpt hoe verschrik-kelijk dat zou zijn. Voor deze vrouwen is er nog herstel, maar voor hen die te laat zich de woorden van de Heere herinneren, is er geen weg terug meer.

Ik heb een man gekend, die beschikte over een heel sterk geheugen. Hij zei eens tegen me dat het erop leek dat hij een bandrecorder in zijn hoofd had. Als die begint te draaien, hoor ik heel letterlijk hoe u de dingen gezegd heb en ik herinneren me de kleinste bijzonderheden. Prachtig als we zo’n scherp geheugen hebben. Bedenk echter dat zoiets ook kan gebeuren met uw geheugen, ten goede of ten kwade. Laat uw geheugen niet te laat in actie komen.

Maar ook als u echt hebt leren luisteren met vernieuwde oren naar het Woord van God, krijgt u hier onderwijs in de gevaren van het selectieve luisteren. Pas op voor die zeef. Wij hebben te luisteren naar de volle raad Gods. De Heilige Geest leidt in alle waarheid. Dat wil de Heere. Het is Zijn neerbuigende goedheid dat Hij u onderwijst aangaande de weg die u hebt te gaan. Hij spreekt tot u door Zijn Woord over de gronden der genade. Let op het gevaar om alleen die zaken te horen, die u graag wilt horen. Leen ook uw oor naar een prediking die u ontdekt en ontgrondt, die u arm maakt en vernedert. Daar zit niemand op te wachten, maar toch, de Heere spreekt daardoor. En dat geldt zeker wel, als het gaat om het thema van kruis en opstanding. Dat is weliswaar de hoofdinhoud van de prediking, van Gods onderwijs, maar het is dan wel heel erg als we daarvoor geen antenne blijken te hebben. In het kruisevangelie gaat het om de verzoening van uw schuld. Daarin spreekt de Heere over de bitterheid van het lijden van Zijn Zoon. Het moet persoonlijk waar gaan worden voor u en mij dat dat zware lijden om mijnentwil moest geschieden. Daar was bij deze vrouwen, toen ze nog wandelden in Galilea, geen plaats voor. Er leek voor hen geen enkele noodzaak voor te zijn. Daartoe moesten zij oog krijgen voor de toorn van God en voor de grootheid van de schuld. En die boodschap van het verzoenend werk van Christus stond ver van hen af, hoewel zij het wel hoorden.

En weet u wat dan zo wonderlijk is?

Deze vrouwen hadden dus van de opstanding kunnen weten en dat was toch een rijke boodschap. Dat is toch een woord, dat ons zou kunnen aantrekken en boeien. Maar die zeer verblijdende kant van het Woord hadden zij nu gemist, omdat dat volgde op de harde woorden over het lijden en sterven. Hun oor sloeg dicht toen het ging over het lijden, en daardoor hoorden ze ook niet de rijke tijding van het leven van Pasen. Daardoor misten ze alles.

O, wat zijn we dan een slechte luisteraars. Het boekje dat Johannes op Patmos eten moest, was in zijn mond zoet als honing en het was bitter in zijn buik (Openb.10:9). Hier ziet u die tweeërlei smaak en uitwerking van Gods Woord. Zoet en bitter zijn dooreen gemengd. Dat is niet vaneen te scheiden. Het kruis leek deze vrouwen bitter en zo lijkt het ook ons, als we luisteren met natuurlijke ogen. Maar als we de rechte zin gaan verstaan, dan wordt ook het kruis juist een zoete waarheid. Het kan leiden tot een rouklage in uw hart, maar tegelijk zal het zoet zijn, als we leren te roemen met de apostel in het kruis van onze Heere Jezus Christus. Ten diepste dus hebben deze vrouwen de zoete kern van het evangelie verwaarloosd. En de Heere zegt ervan: Och, had naar Mijn raad, zich Mijn volk gedragen….!

Letten we nu nader op de woorden, die de Heere in Galilea tot hen gesproken had. Het gaat daarin om het lijden en sterven, ook om de opstanding, maar er staat een opvallend woord in vers 7.

De Zoon des mensen mòest overgeleverd worden in de handen van zondige mensen. Hij mòest die weg ondergaan. Dat woord "moeten” komt nogal eens terug. Het staat op veel meer plaatsen in het Lukasevangelie; (zie hiervoor 9:22; 4:43; 13:33; 17:25; 22:37; 24:26). Het is een heel centraal en onmisbaar woord en de gedachte is heel belangrijk.

Het lijden en sterven moest plaats vinden om wel vier redenen. Het moet omdat het in de Schriften stond. Dat vooral heeft de Heere ook de Emmaüsgangers duidelijk gemaakt. Alles wat in de Schriften vermeld staat, gaat gebeuren en moet gebeuren. Johannes krijgt zicht op de dingen die haast geschieden moeten. Uw weg is voorzegd in de Schrift. Daar vindt u informatie over uw levensweg. Daar staat bijvoorbeeld dat Gods kind één plant moet worden met Christus in Zijn dood en in Zijn opstanding. Een heel belangrijk gegeven voor de weg van Gods kerk op aarde. Daar zegt de Heere tot u: Volg Mij. En zo zijn er heel veel aanwijzingen voor de weg die u hebt te gaan. Dus worden we heel sterk geworpen op het Woord van God. Het laatste Bijbelboek geeft inzicht in de voortwenteling der eeuwen. Toch weten we er nog maar heel weinig van, we begrijpen maar een klein deel.

Nu geloof ik best dat de vrouwen en de discipelen goed onderlegd waren in het geschriften van het Oude Testament. Het Woord en allerlei teksten op zichzelf zijn dus niet voldoende. Het gaat om de geestelijke zin der Schrift. Het gaat erom, of de Heilige Geest ons in de waarheid wil leiden. Anders worden we gelijk aan de Schriftgeleerden, die feitelijk niets verstonden van de zin der Schrift.

Daarom bidt de dichter erom dat Gods Geest hem ware wijsheid zou willen leren door Zijn oog te verlichten en de nevels te doen opklaren.

Houd er echter aan vast dat het Woord zijn loop zal hebben en dat u daarinm de voornaamste informatie vinden kunt over de weg door het leven. Bunyan verstond het en daardoor was hij in staat om een getrouw verslag te schrijven over de reis van een christen naar de eeuwigheid.

De Heere moest deze weg verder gaan vanwege onze zonden. Het mòest! Nu komt het heel dichtbij. Het moest om uw zonden, kerk des Heeren. O, dan zal dit lijden ons heel treurig stemmen. Zie nu eens op Zijn bloed, dat Hij zweette in Gethsemané en let eens op de uitzonderlijke smarten van het kruis. Tracht u enigermate in te denken de bange uren van duisternis en Godverlating. Zie dit onschuldig Lam van God sterven en lijden onder de toorn van God.

U ziet daar rond Zijn kruislijden de vijanden van de Zaligmaker, die spotten met Zijn bittere nood. Hoe is het mogelijk, zegt u, dat men zich tot die diepte kon verlagen. Zeker is dat waar. Maar bedenk nu ook, dat ook u en ik Zijn lijden buitengewoon hebben verzwaard. Wilde u zalig worden, dan moest Hij deze lijdensweg gaan. Er was geen andere mogelijkheid. U hebt ook Zijn lijden bverzwaard en u hebt de bange klachten op Zijn lippen gelegd en u hebt het bloed Hem uit de zijde doen vloeien. Dat wordt dan wel diep beschamend. Dat werpt ook licht over uw zonden. Nu pas verstaat u, als het goed is, hoe ernstig de zonde is. De zonde ging niet alleen in tegen de wet, maar onze zonden waren ook een slag in het gezicht van de Zaligmaker. Zij zullen zien Wie zij doorstoken hebben. Een goed medicijn tegen de zonde is een blik op het kruis van Christus. Zonden bestrijden is een zwaar werk en menigmaal slaagt Gods kind er niet in. We kunnen, naar het woord van Kohlbrugge geen zonde, zo klein als een spinrag, verbreken. Maar hier hebt u een krachtig middel tegen de zonde. De kleinste zonde heeft deze dierbare Zaligmaker zo veel leed berokkend. Hoe zouden wij dan nog in de zonden wandelen?

Het moest! Dan ook in de derde plaats vanwege het recht van God. Zijn wet eiste de dood van de zondaar. Ter wille van het heilig recht van de hemel wasd er geen andere weg tot betaling dan de dood van de Zoon van God, zo zegt onze Catechismus. Men heeft eeuwenlang geworsteld met de vraag die Anselmus stelde: Waarom werd God mens? Waarom moest de lijdensweg gegaan worden? Deze Anselmus leefde in de Middeleeuwen in Canterbury in Engeland. Hij is degene geweest die absoluut heeft gesteld dat vanuit het wezen Gods er geen enkele andere mogelijkheid openstond om de zaligheid te verwerven. Dat is een belangrijke vraag. Moest er nu wel persé voldaan worden? Was er slechts verzoening door voldoening? Kon de Heere nu ook niet zo maar vergeven? Doen wij mensen, dat soms niet als we de kinderen opvoeden? Als wij nu al kunnen zeggen dat we hen vergeven, dan kan de Heere dat toch zeker wel? Hier liggen veel vragen, die belangrijk genoeg zijn. Er zijn er die de weg der voldoening uitgesneden hebben uit de Bijbel. Dan krijgt u een heel andere prediking. Dan wordt het recht van God feitelijk geheel gemist. Dan verschraalt de prediking volkomen. Dan worden we opgehouden met een zoetelijke prediking. Wat zou ervan worden, als de Heere Zijn wet op een gegeven moment zou intrekken? Juist, dan zou het gehele leven ten prooi vallen aan onrecht en wetteloosheid. Dan zou in feite alles kunnen en mogen. In het sterven van Christus blijkt de onkreukbaarheid van Gods recht. Velen hebben daar bezwaar tegen. Maar waar nu de Heere Zelf die rechtmatige eis heeft willen voldoen, kunt u er toch integendeel niets meer op tegen hebben? Daarom blijve het staan dat God wil dat aan Zijn gerechtigbheid genoeg geschiede. Er moest betaald worden. Hoe heerlijk heeft de Heere nu Zelf, buiten uw en mijn medewerking, deze zaak opgelost.

Het moest ook vanwege de raad van God. Deze raad Gods werd opgesteld in de eeuwigheid. Het Lam Gods werd geslacht van voor de grondlegging der wereld.

In het verbond der verlossing heeft Christus Zichzelf borg gesteld voor de Zijnen. Hierin blijkt Zijn trouw aan Zijn gestaafd verbond. Deze Raad Gods biedt vastheid en garanties voor de zaligheid van Gods kerk. Let erop, dat de Heere Jezus in Gods verkiezend welbehagen een heel bijzondere plaats inneemt. Het is niet zonder meer een grillig besluit, dat spreekt van willekeur. Nee, het is een uitverkiezing in Christus. Hij is de spiegel van de verkiezing. Zie daarom vanuit deze tekst op Zijn Persoon, dan vindt ge de verkiezing als een geopende deur ten leven. Deze Raad van God bepaalt ons er zo geheel en al bij, dat er niets van de mens meespreekt. Het is zonder ons en over ons. Niet echter buiten ons, want de Heere betrekt er ons wel bewust bij.

Naast dit moeten is er nog een woord, dat tekenend is voor de lijdensweg van Christus, namelijk het begrip: overgeleverd worden.

God levert Zijn Zoon over aan mensen en ook de mensen leveren Hem weer op hun beurt over aan andere mensen. Pilatus deed dat. Christus wordt overgeleverd in de handen van zondige mensen, zo staat er nader omschreven. Deze zondige mensen zijn niet alleen de Joden en de Romeinen, het zijn in feite àlle mensen, dus ook u en ik zijn erbij betrokken. In deze aanduiding wordt geen onderscheid gemaakt tussen zondige en minder zondige mensen, er is geen verschil tussen kerkmensen en wereldlingen, nee, allen zijn zondige mensen. Daar zijn wij ook bij. In dit overgeleverd worden blijkt de buitengewone liefde Gods. Hij vertrouwt Zijn Kind toe aan de grooste vijanden die er zijn. Dat gaat elke menselijke handeling teboven. Zo is Christus overgeleverd om onze zonden. Wat zult u met Hem doen? Zullen wij Hem verwerpen, dat is eigenlijk opnieuw kruisigen, of zullen we door genade leren Hem te ontvangen met blijdschap in de woning van ons leven?

In het derde deel horen we van een rijke voortzetting van de Paasprediking.

 

Het woord der vrouwen

 

De vrouwen hechten geloof aan de woorden van de engel. Zij gaan ijlings naar de discipelen om hen te doen delen in hun vreugde. Is het vreugde? Verschillende gevoelens beheersen hen in deze ogenblikken. Mattheus spreekt over "vrees en grote blijdschap” terwijl Markus meet de nadruk legt op "beving en ontzetting”.

Onze tekst meldt niets over hun gesteldheid. Toch is het goed de andere evangelisten hierbij te betrekken. Vreugde paart zich aan allerlei vormen van vrees. Is dat vreemd? Er staat ergens in Gods Woord: "verheug u met beving” (Psalm 2:11). Is dat niet altijd zo? Misschien moeten we deze lijnen doortrekken naar onze tijd. Velen benadrukken dat een christen blij moet zijn. Dat moet toegestemd worden. Er ontstaat dan echter wel eens een vorm van vreugde, die de diepte van de vrees mist. We moeten altijd bedenken dat we met God, de hoogste Majesteit te doen hebben. God is en blijft altijd een heilig God. Engelen in hun bovenaardse verschijning zijn daarvan een bewijs. Laten we deze blijdschap goed onderscheiden van de ijdele vreugde van de wereld. De vreugde in God heeft altijd iets in zich van wat Jakob zei: "Hoe vreselijk is deze plaats”. Laat u niet meevoeren in een roes van vreugde, die de diepste grond van die vreugde niet kent. Juist diegene die de diepten van zonde en heiligheid Gods verstaat, gaat in Christus echt delen in gróte blijdschap.

Deze vrouwen verkeren door deze vreugde in de juiste gestalte om verkondigers te zijn van het evangelie. Maar, wacht even, kunnen vrouwen wel verkondigers zijn, mogen zij dat wel? Is hier toch voedsel voor de gedachte van de vrouw in de ambten? Nemen vrouwen het hier over van de mannen, die het er bij laten zitten?

Deze vragen zijn hier wel te stellen. Toch lezen we hier niet dat straks op de Pinksterdag de vrouwen gaan deelnemen aan de dienst der verkondiging. Het heeft een incidenteel karakter. Wat hier gebeurt, heeft geen enkele ambtelijke grond. Zij treden meer profetisch op, niet binnen, maar buiten de gemeente. Daar liggen heel mooie lessen in voor ons allen.

We zien dat vrouwen tenvolle delen in het volle heil in Christus. Maar meer nog, er rust op hen geen blaam vanwege de zonde van Eva, nu zij Christus als hun Zaligmaker hebben leren kennen. Wat hier gebeurt, onderstreept de rijkdom van de gemeenschap der heiligen. Ook vrouwen uit onze tijd kunnen aansluiten bij de vrouwen rond het graf.

Stel u voor: er is huisbezoek in uw gezin en het gebeurt dat moeder echt persoonlijk mag getuigen van haar aandeel in Christus. Zelfs zo, dat de ouderlingen met jaloersheid toeluisteren en zich verheugen in uw geloof. Dan gebeurt eigenlijk hetzelfde als in onze tekst. Volgt u het maar na, als de Heere u ontmoet is en als u deel mag hebben in de rijkdom van Zijn genade. Vertel het maar aan de dominee, want hij heeft het nodig dat hij gestimuleerd wordt vanuit de gemeente. Het algemene ambt aller gelovigen ondersteunt dan het bijzondere ambt. Daar hebt u als vrouw en zuster alle rechten toe. Verkondigt Zijn heil van dag tot dag. Zou het niet heel mooi zijn, als u de voorgangers niet alleen laat staan, maar dat ook u een boodschapper van het goede bent?

Er zijn in de geschiedenis van Gods kerk op aarde heel wat vrouwen geweest, die van grote betekenis zijn geweest voor de welstand van de kerk. Abraham Kuyper ontmoette in Beesd een vrouw, genaamd Pietje Baltus, die een middel mocht zijn tot zijn bekering vanwege haar getuigenis en geloof. Ik heb gehoord van een kosteres uit de Domkerk in Utrecht, die na de dienst van ds. E. van Meer hem aansprak over zijn preek, die in haar ogen niet zuiver was. Het werd het middel tot zijn veranering. En denkt u verder eens aan Anna Maria van Schuurman, die veel heeft mogen betekenen vanwege haar kennis en inzichten voor de kerk op aarde.

Ook nu treffen we in de gemeenten vrouwen aan, die rijk begiftigd zijn met geestelijke inzichten. Ze kunnen van grote betekenis zijn in de gemeente, voor de opbouw van anderen. Daar behoeft zij de kansel niet voor op te klimmen. Het is juist zo mooi als van onderaf en vanuit de bank de kansel meer inhoud ontvangt.

Deze gedachten staan haaks op de verlangens van de moderne mens, die de vrouw haar bijzondere positie wil ontnemen. Hier blijkt heel goed, dat u als vrouw en moeder geen slavin bent van uw gezin of van uw man. Hier wordt de vrouw in de adelstand verheven, door haar aandeel in Christus. Ze krijgt een verrassende plaats.

Anders staat het met de mannen broeders. Hen komen allerlei positieve rechten toe. Ze hebben een lastbrief van de Koning der kerk ontvangen.  Als het met de vrouwen al zo gaat, mag er temeer verwachting zijn voor de broeders, de officiële ambtsdragers.

Maar helaas, er is ook een grote tegenvaller op Pasen. Deze heeft te maken met de elven, de eigenlijke vertegenwoordigers van de kerk. Ze staan op het moment dat de vrouwen tot hen komen, volkomen buiten het Paasgebeuren. Ze zijn niet eens bij het graf te vinden. Ze zitten werkeloos samen bijeen, verstrikt in ongeloof. Ze hebben vandaag geen boodschap. De kerkdeuren blijven bij wijze van spreken gesloten. Heden geen dienst wegens gebrek aan een boodschap. Dat is wel een heel groot dieptepunt.

Ja, zo kan het ook zijn. Het is de Bijbelse wet: vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Hun ambt of hun titel helpt hen vandaag niet. Hun aanstelling ligt onder het stof. Het leert ons niet op een mens te vertrouwen. Er wordt tegenwoordig niet meer zo opgekeken tegen de voorgangers. Dat heeft goede en minder goede kanten. Hier zien we wie ze in zichzelf zijn. Verwacht het toch niet van hen. Niet van die geliefde dominee of die boeiende spreker. Zie hier eens wie hij is in zichzelf. Machteloos gebonden in ongeloof. Wat hen betreft hebben zij  het ambt verlaten, trouweloos….? Hoewel betrokken bij de zaak van Jezus, zijn ze hier bijzonder afgedwaald. Hoe komen ze ooit nog terug, hoe kunnen zij hun ambt nog ooit hervinden?

Ook dominees zijn in zichzelf niets. Zij hebben ook een persoonlijk geloofsleven en dat kan ook zwaar te lijden hebben van bestrijding en ongeloof. Het heeft wel deze goede kant dfat ze later misschien des te meer oog zullen hebben voor de stumpers en de tobbers. Voor hen die worstelen met twijfel en ongeloof. Ze kunnen daar nooit meer mijlenver boven gaan staan. Ze krijgen hier toch ook een stukje ambtelijke bijscholing en ze moeten wel terug op herhaling. Zo kennen we ze toch ook, Mozes en David, Paulus en Petrus.

Nu is het heel mooi dat deze broeders in hun afdwaling teruggeroepen worden door de gemeente, door deze vrouwen inzonderheid. Maar ook dat is voor hen nog geen winst. Het vermeerdert hun zwakheid en schuld. "Haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet”. Je zou toch denken dat hier mensen zoals Kuitert en den Heyer beschreven worden. Nee, maar nu maakt u wel een vergissing. Op die lijn kunt u hen  niet plaatsen. Dan hebt u er niets van begrepen. Hun ernstige ongeloof heeft te maken met hun grote liefde. Omdat ze de Heere niet missen kunnen, daarom zijn ze nu zo diep terneergestort.

Dus is er niet alleen gewoon ongeloof, maar ook hardnekkig ongeloof, zelfs als hen wordt medege-deeld op last van de hemel nog wel, dat Christus is opgewekt uit de doden. Ze houden hun ongeloof ook nog vol, heel eigenzinnig. Ook dat moeten zij dan maar leren. Als er later mensen zijn die ook hun boodschap niet geloven, moeten zij er oog voor hebben dat ook dat hen  niet vreemd is. Op die manier leren zij wel bewogenheid met de hoorders te hebben. Dat komt later goed van pas.

We hebben goed opgemerkt dat de discipelen nog een trede lager verkeren aan de wal van het ongeloof. Zij geloofden de schriften niet, zij hechtten geen geloof aan de prediking van Christus Zelf en z\ij geloven nu ook nog de getuigen niet, die Hem gezien hebben.

 

De inhoud van de goede tijding die de vrouwen aan de elven brengen, laat zich heel eenvoudig typeren door de woorden: alles aan allen. Zij boodschapten al deze dingen. Het heeft betrekking op alles wat ze hebben meegemaakt. Niets hebben zij verzwegen. Deze paasboodschap bevat zowel mooie alsook treurige zaken. Niets daarvan houden ziju achter, ook stellig niet hun eigen afdwalingen. We vinden hier een instructie voor de rechte prediking.

Daarin heeft alles een plaats te krijgen. Vanuit de opdracht van de Heere. Paulus heeft al de raad Gods aan de Efeziërs voorgesteld. De Heuilige Geest leidt in al de waarheid. De vrouwen zeggen njiet alleen wat zij niet vonden, maar ook wat zij wel vonden; en dat laatste krijgt uiteindelijk de klemtoon. Verder brengen zijb het ook aan àllen, want er staat: "ze boodschapten deze dingen aan de elven en aan àl de anderen”. Het evangelie komt tot alle hoorders. Niemand slaan we over, ook u niet. Ook u niet, als u de oren sluit of als u gevangen bent in uw verlorenheid, als u meent dat er voor u niets te vertellen of te hopen is. Gij volken, hoort, waar g’ in de wereld woont. In de gemeente is veel verscheidenheid. Er zijn, naar het beeld van Ezechiël, verloren, zieke, afgedwaalde en gebroken schapen in de kudde van de Heere. Elk van hen vraagt een aparte benadering. Maar tegelijk is er voor elk van hen dezelfde boodschap, namelijk dat Christus is opgestaan. En dat heeft voor u en voor jou betekekenis, het kan heel je leven veranderen en tot leven brengen. Daarom roep ik u ook allen op geloof te hechten aan het woord van de Heere. Geloof Zijn heil- en troostrijk woord…. Het leven heerst en de dood is overwonnen. De duivel gaat het niet winnen en de hel wordt voor Gods kerk nu gesloten. Zij vertellen het allen. Jammer dat Thoman er nu niet bij is. Hij wordt uitgesloten, maar alleen maar omdat hij dat zelf doet. Was hij er maag geweest. Was jij er maar geweest, toen in die dienst, waarin je ontbrak, terwijl er juist voor jou zo’n heldere boodschap werd gebracht….

 

Zo mogen we zien, dat genade mededeelzaam is. Het is dan niet voor uzelf alleen, maar het mag en moet oiok gebracht worden tot anderen. Weet u ze te vinden, die in het donker zitten en die behoefte hebben aan versterking vanuit het Woord? Zoek ze op en breng ze de boodschap. U zou natuurlijk wel direkt naar de wereld kunnen gaan, maar begint u maar in de kerk, denk niet dat het daar niet nodig is. Begin bij jeruzalem, zo zou later de Heere zeggen.

 

De toepassing van deze preek is niet moeilijk te maken.

Is er nu in ons hart geloof, zoals bij de vrouwen, of ongeloof, zoals bij de elven? We moeten hier deze vraag nauwkeurig onder de ogen zien. Ongeloof, hardnekkig ongeloof komt voor in de kerk. I(s de prediking voor u ijdel geklap, of is het een blij geklank dat uw vrlossing meldt? Of wonen we nog in Jeruzalem, waar het pascha in die dagen is gevierd, waar men meende de Heere te dienen, terwijl men leefde in openlijke vijandschap tegen de Heere Jezus Christus?

Pasen vraagt om nauwkeurig onderscheid. Geen ambtelijke waardigheid is hier van betekenis. Geen deelname aan het sacrament redt ons. Alleen het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Alleen de opstanding van Christus is de poort tot het nieuwe leven. En duie poort wordt tussen de graven van onze duisternis geopend. Dat is het evangelie voor nu en altijd.

En het grootste wonder is dat zowel voor deze sprekende vrouwen alsook voor deze zwijgende discipelen het licht van Pasen opgegaan is. Voor de een eerder als voor de ander. Gij, die God zoekt in al uw zielsverdriet, houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven.

 

                                                                                                                                  Amen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

?xml:namespace>

,11>

?xml:namespace>